Wie tegenwoordig een berg in Europa oploopt, treft daar steeds vaker planten aan die van warmte houden. Dat klinkt als een schoolvoorbeeld van klimaatverandering: de temperatuur stijgt en warmteminnende soorten rukken op. Maar dat is lang niet het hele verhaal. Volgens een nieuwe studie verandert de vegetatie in de bergen aanzienlijk, maar niet per se naargelang de opwarming.
Voor de studie werden gegevens geanalyseerd van 724 permanente meetpunten op 53 bergtoppen, verspreid over alle belangrijke berggebieden van Europa. De vegetatie op deze plekken werd gedurende 21 jaar vier keer bestudeerd binnen het wereldwijde GLORIA-meetnetwerk. Dat is tot nu toe het meest uitgebreide monitoringprogramma dat de gevolgen van klimaatverandering in kaart brengt voor vegetatie op bergtoppen.
Het patroon dat uit die enorme hoeveelheid data naar voren komt, lijkt in eerste instantie helder. Op veel plaatsen komen plantensoorten die gedijen bij hogere temperaturen tegenwoordig vaker voor dan aan het begin van het meetprogramma. Tegelijkertijd zijn de temperaturen op de onderzochte bergtoppen gestegen.
Meer warmte, niet automatisch meer verandering
Maar het is niet zo dat in de sterkst opgewarmde gebieden ook de grootste verschuiving richting warmteminnende soorten heeft plaatsgevonden. De mate waarin de vegetatie op een afzonderlijke plek veranderde, valt maar gedeeltelijk te verklaren door de daar gemeten temperatuurstijging.
“Onze gegevens laten duidelijk zien dat de vegetatie op Europese bergtoppen verandert en dat soorten die floreren bij hogere temperaturen meer voorkomen”, vertelt biodiversiteitsonderzoeker Johannes Hausharter van de Universiteit van Wenen. “De snelheid van deze veranderingen lijkt echter niet uitsluitend af te hangen van stijgende temperaturen.”
Een voorbeeld van zo’n mogelijke verschuiving is het ruig klokje (Campanula barbata), een plant die vooral voorkomt in sub-alpiene graslanden. Door stijgende temperaturen kan het voor deze soort gemakkelijker worden om zich naar grotere hoogten uit te breiden. In de Walliser Alpen in Zwitserland is de plant de afgelopen jaren bijvoorbeeld steeds vaker aangetroffen.
Om te achterhalen hoe sterk temperatuur de veranderingen bepaalt, werd de vegetatie vergeleken met verschillende klimaatindicatoren uit meerdere databronnen. Zelfs met die uitzonderlijk uitgebreide dataset bleef het lokale verband tussen temperatuurstijging en veranderende vegetatie beperkt.
Leestip: Op zoek naar een nieuw thuis: vlinders verplaatsen zich massaal door de klimaatverandering
De buren doen ertoe
Een andere factor bleek van groot belang: welke planten er rondom een meetgebied al groeien. Soorten die gedijen bij hogere temperaturen moeten immers beschikbaar zijn voordat ze een plek kunnen koloniseren. “Hoe alpiene vegetatie reageert op klimaatverandering hangt niet alleen af van hoeveel graden warmer het wordt, maar ook van de vraag of andere warmteminnende soorten al aanwezig zijn”, zegt projectleider Stefan Dullinger van de Universiteit van Wenen.
Dat betekent niet dat klimaatverandering niet van belang is. Wanneer je de gegevens niet per afzonderlijk meetvlak, maar op grotere schaal bekijkt, wordt de invloed van opwarming veel sterker. “Als je de data op een grotere ruimtelijke schaal samenvat, wordt duidelijk dat in bergketens die sterker zijn opgewarmd, de vegetatie op de toppen gemiddeld eveneens een grotere verschuiving vertoont”, legt Hausharter uit. “Met andere woorden: meer opwarming betekent meestal meer warmteminnende soorten, maar elke bergtop reageert net iets anders.”
Blijven meten
Die lokale verschillen maken voorspellingen voor afzonderlijke bergtoppen lastig. En dergelijke voorspellingen zijn belangrijk voor effectieve natuurbescherming. Daarvoor is een beter begrip nodig van de wisselwerking tussen klimaatverandering en andere factoren die bepalen welke planten ergens kunnen groeien.
Langlopende meetprogramma’s spelen daarbij een belangrijke rol. “Monitoringprogramma’s bieden onmisbare inzichten in alpiene ecosystemen en hun vegetatie”, benadrukt Harald Pauli, hoofd van het GLORIA-netwerk. “Om de toekomst van de biodiversiteit in de Europese hooggebergten beter te kunnen voorspellen, moeten we deze programma’s voortzetten en hun reikwijdte uitbreiden, zodat we de verschillende, vaak onderling samenhangende factoren beter kunnen beoordelen.”
Wil je niets van Scientias missen? Voeg Scientias toe als voorkeursbron op Google dan zie je al onze verhalen!
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

