Voor wie een hekel heeft aan de sportschool is er slecht nieuws: een enorme Britse studie wijst uit dat veel sporten beschermt tegen hartfalen. Sterker nog: hoe meer je beweegt, hoe beter het is.

Het is geen nieuwe conclusie, maar hij is niet vaak zo overtuigend aangetoond. Aan de zes jaar durende studie werkten 94.000 volwassen Britten mee zonder voorgeschiedenis van hartfalen. Het is een van de eerste keren dat lichaamsbeweging objectief gemeten is en dus niet is gebaseerd op de veel minder betrouwbare zelfrapportage. De deelnemers, gemiddeld 56 jaar oud, droegen tussen 2013 en 2015 zeven dagen lang 24 uur per dag een smartwatch die hun beweging bijhield.

Uit die luie stoel
En ja, lichaamsbeweging is goed voor het hart, bleek zes jaar later uit de follow-up. De deelnemers hadden 63 procent minder kans op hartfalen als ze 150 tot 300 minuten per week matig bewogen, denk aan een stevige wandeling of een fietstochtje. Wie 75 tot 150 minuten intensief bewoog – hardlopen, krachttraining – liep 66 procent minder risico op hartfalen dan degenen die nauwelijks lichaamsbeweging kregen. Er is gecorrigeerd voor leeftijd, geslacht, etniciteit, opleiding, sociaaleconomische omstandigheden, roken, alcoholgebruik en voeding.

“Deze bevindingen geven aan dat elke fysieke activiteit telt. Een ontspannen wandeling van tien minuten is beter dan zitten en niets doen. En probeer, indien mogelijk, wat sneller te lopen, wat de intensiteit en daarmee de potentiële voordelen van lichaamsbeweging vergroot”, zegt hoofdonderzoeker Frederick K. Ho van de University of Glasgow.

Meer is beter
De Nederlandse Gezondheidsraad adviseert om minimaal 75 minuten per week intensief of 150 minuten matig intensief te bewegen. Maar meer is beter, aldus Ho, wiens studie in vakblad Circulation verscheen. “We ontdekten dat matige fysieke activiteit meer beschermt tegen hart- en vaatziekten tot 500 minuten per week, afhankelijk van het individu.”

Volgens Ho zijn er veel manieren waarop regelmatige lichaamsbeweging de kans op hartfalen vermindert. “Fysieke activiteit helpt bijvoorbeeld gewichtstoename en gerelateerde kwalen, zoals hoge bloeddruk en diabetes type 2, te voorkomen, allemaal risicofactoren voor hartfalen. Regelmatige lichaamsbeweging kan ook de hartspier versterken, wat op zijn beurt de ontwikkeling van hartfalen kan voorkomen.”

Hoog BMI
Vooral mensen met een hoog BMI, hoge bloeddruk of hoog cholesterol hebben dus baat bij meer lichaamsbeweging, aldus Ho en collega’s, die data uit de UK Biobank gebruikten, een database met gezondheidsinformatie van meer dan 500.000 volwassen Britten. “Zorgmedewerkers kunnen meer lichaamsbeweging adviseren op basis van de huidige leefstijl en gezondheidsstatus van een patiënt”, legt Ho uit. “Over het algemeen is matige fysieke activiteit gemakkelijker te integreren in de dagelijkse routine en is het ook veiliger. Krachtige lichamelijke activiteit is soms het meest tijdbesparend en is wellicht meer geschikt voor drukke mensen.”

Hoewel het een observationele studie betreft en er dus geen oorzakelijk verband is aangetoond, zijn de resultaten wel erg belangrijk.  “Onze bevindingen dragen bij aan de overweldigende hoeveelheid bewijs, dat zelfs een bescheiden hoeveelheid regelmatige lichaamsbeweging een reeks chronische aandoeningen kan helpen voorkomen, waaronder hartfalen”, vult medeonderzoeker Naveed Sattar van de University of Glasgow aan.

Hartfalen in Nederland
Hartfalen is een chronische, progressieve aandoening die ontstaat wanneer het hart niet in staat is genoeg bloed rond te pompen, zodat voldaan wordt aan de behoefte van het lichaam aan bloed en zuurstof. Het kan leiden tot vermoeidheid en ademhalingsproblemen. Volgens de Hartstichting zijn er in Nederland zo’n 1,5 miljoen mensen met een hart- of vaatziekte. Elke dag overlijden er honderd mensen aan deze ziektes, evenveel mannen als vrouwen. Een kwart is jonger dan 75 jaar. Uiteindelijk overlijdt een op de vijf mensen aan hart- en vaatziekten. Jaarlijks krijgen 38.000 mensen voor het eerst de diagnose dat ze kampen met hartfalen. Twee derde is ouder dan 75 jaar.