Walvissen eten drie keer zoveel krill dan gedacht. En dat verklaart waarom de hoeveelheid krill na de intensieve walvisjacht zo sterk afnam. Huh?

Krill is één van de belangrijkste voedselbronnen van walvissen; dat weten we wel. Maar hoeveel krill eten walvissen precies? Dat was tot voor kort een groot raadsel. In een nieuwe studie hebben onderzoekers gepoogd die vraag te beantwoorden. En het lijkt erop dat het antwoord op die vraag ook een ander lang bestaand mysterie heeft opgelost: de opvallende afname van krill na de intensieve walvisjacht in de vorige eeuw.

Krill-paradox
Tussen 1900 en 1970 werden er ongekende aantallen walvissen door mensen om het leven gebracht. Je zou zeggen dat deze desastreuse afname van walvissen waarschijnlijk leidde tot een immense toename van krill. Hun grootste vijand was per slot van rekening grotendeels verdwenen. Maar dat is niet wat wetenschappers aanschouwden. Integendeel. De afname van de hoeveelheid walvissen leidde verrassend genoeg tot een afname van krill. Dit fenomeen staat ook wel bekend als de krill-paradox.

Studie
Maar nu geeft een nieuwe studie meer inzicht in dit raadselachtige mysterie. En wel door te bestuderen hoeveel krill walvissen naar binnen schuiven. De onderzoekers plaatsten tags op maar liefst 321 walvissen van zeven verschillende soorten die in de Atlantische, Stille en Zuidelijke Oceaan leven. Deze tags, die eruitzien als zuignapjes, werden op de rug van de walvissen geplaatst en fungeren als een soort smartphone: compleet met camera, microfoon, GPS en een meter die hun bewegingen volgt. En deze slimme tags gaven de onderzoekers vervolgens inzicht in hun eetgewoonten.

Wetenschappers onderzoeken een bultrug per boot en drone in de oppervlaktewateren nabij het Antarctisch Schiereiland. Afbeelding: Duke University Marine Robotics and Remote Sensing under NOAA permit 14809-03 and ACA permits 2015-011 and 2020-016

Walvissen blijken behoorlijke trek te hebben. Want het onderzoek wijst uit dat ze maar liefst drie keer zoveel eten dan gedacht. Een volwassen blauwe vinvis eet bijvoorbeeld tijdens het foerageerseizoen zo’n 16 ton krill per dag. “Dat is het gewicht van een volle schoolbus!” zegt Matthew Scott Savoca in gesprek met Scientias.nl. “Voor een deel heeft dit ermee te maken dat baleinwalvissen maar ongeveer 100 dagen per jaar eten en de rest van de tijd vasten. Iets dat echt opmerkelijk is voor een warmbloedig dier dat niet overwintert. Om te kunnen overleven en zich voort te planten, moeten ze dus tijdens hun zomerse voederperiode zoveel mogelijk naar binnen werken.”

Gezondheid van de oceaan
Deze ontdekking heeft verstrekkende gevolgen. Want door te onderschatten hoeveel walvissen eten, hebben wetenschappers ook het belang van deze onderzeese reuzen voor de gezondheid en productiviteit van de oceaan onderschat. Omdat walvissen dus meer eten dan gedacht, poepen ze ook meer. En walvispoep is een cruciale bron van voedingsstoffen in de oceaan. Zo is het onder andere rijk aan ijzer, dat weer de bloei van koolstofabsorberende fytoplankton ondersteunt. Eerder onderzoek heeft bovendien aangetoond dat walvispoep ongeveer 10 miljoen keer zoveel ijzer bevat als het Antarctische zeewater. Bovendien staat fytoplankton weer op het menu van krill. En zo is de cirkel weer rond.

Terug naar de krill-paradox
Het betekent dat hongerige walvissen en hun uitwerpselen dus heel belangrijk zijn voor de gezondheid van de oceaan. En dat verklaart ook de eerder genoemde krill-paradox. Door de intensieve jacht verdwenen er immense aantallen walvissen uit de oceanen. Minder walvissen betekent minder poep. Een gebrek aan walvispoep – en dus ijzer – voorkomt de groei van fytoplankton. En minder fytoplankton betekent op zijn beurt minder krill.

Vóór de walvisvangst
Deze verrassende bevindingen brachten de onderzoekers ertoe te bestuderen hoe het mariene ecosysteem eruit zag vóór de industriële walvisjacht waarbij er zo’n 2 tot 3 miljoen walvissen werden afgeslacht. De onderzoekers gebruikten bestaande schattingen over het aantal walvissen dat vroeger in de regio’s leefde, in combinatie met de nieuwe resultaten, om te bepalen hoeveel de dieren toentertijd waarschijnlijk aten. “Onze berekeningen suggereren dat walvissen destijds meer voedsel consumeerden dan alle hedendaagse hoeveelheid krill en wereldwijde visserij samen,” vertelt onderzoeker Nicholas Pyenson in een interview met Scientias.nl. “De implicatie van deze cijfers is dat walvissen dus vóór de walvisvangst veel productieve oceaanecosystemen ondersteunden.”

De cijfers
Uit de analyse blijkt dat grote walvissen die in de Zuidelijke Oceaan leven, aan het begin van de 20e eeuw jaarlijks ongeveer 430 miljoen ton krill naar binnen slurpten. Dat is het dubbele van de hoeveelheid krill in de hele Zuidelijke Oceaan van vandaag de dag en is meer dan het dubbele van de totale wereldwijde visserij. Dit betekent dat de walvissen ook behoorlijk wat poep produceerden; een wonderbaarlijke stroom uitwerpselen die 12.000 ton ijzer bevatten. Dat is tien keer zoveel als walvissen nu aan de oceanen leveren.

De onderzoekers pleiten in hun studie dan ook voor herstel van de walvis. Want dit onderzoek onderstreept zonder twijfel de cruciale rol die zij spelen in mariene ecosystemen. Als we de walvispopulatie kunnen herstellen tot de aantallen van vóór de walvisvangst, kunnen we ook belangrijke ecosysteem-functies die in de afgelopen honderd jaar verloren zijn gegaan, herstellen,” betoogt Pyenson.

Oceanische Amazone
Bovendien kunnen walvissen ook helpen om klimaatverandering verder in te dammen. Want zoals gezegd voedt de ijzerrijke walvispoep de bloei van fytoplankton. Fytoplankton neemt vervolgens tijdens fotosynthese CO2 op. En hoe meer fytoplankton, hoe meer CO2 er dus wordt geabsorbeerd en opgeslagen in de oceaan. Dit gebeurde waarschijnlijk voor de desastreuse walvisjacht dan ook in grote mate. “Onze resultaten suggereren dat de bijdrage van walvissen aan de wereldwijde koolstofverwijdering qua schaal waarschijnlijk vergelijkbaar was met de bosecosystemen van hele continenten,” aldus Pyenson. “Het is niet overdreven om te zeggen dat we met de walvisvangst een oceanische Amazone hebben verloren. Het herstellen van de walvis kan dus ook een natuurlijke klimaatoplossing bieden.”

“Het is niet overdreven om te zeggen dat we met de walvisvangst een oceanische Amazone hebben verloren”

Herstel
Deze studie toont onomstotelijk aan hoe alles met elkaar in verbinding staat en hoe het uitroeien van miljoenen walvissen verwoestend is geweest voor het mariene milieu. Het herstel van de walvispopulatie kan dus daadwerkelijk wonderen verrichten en helpen om afnemende vispopulaties weer op te krikken. “Meer walvissen betekenen productievere oceanen,” concludeert Savoca. “En meer walvissen ondersteunen tegelijkertijd ook grotere populaties vis en krill, niet kleinere.”

Nu is het echter de vraag of we in staat zullen zijn de walvis een handje te helpen. Zeker nu de kwaliteit van de oceaan door klimaatverandering verder achteruitgaat. “Veel van de oplossingen liggen in onze eigen handen,” zegt Pyenson. “Die hebben bijvoorbeeld betrekking op de economie en wetgeving. De afnemende aantallen walvissen in de Noord-Atlantische oceaan kunnen bijvoorbeeld grotendeels worden toegeschreven aan botsingen met schepen en verstrikking in vistuig. Dit kan echter makkelijker opgelost worden dan de verzuring van de oceaan en opwarmende zeeën.” Toch zijn de onderzoekers hoopvol gestemd. Zo vermoedt Savoca dat de aantallen walvissen zich op den duur zeker zullen herstellen. “De vraag is echter op welke tijdschaal,” zegt hij. “Ik hoop binnen mijn leven. Maar de tijd zal het leren.”