Als het om de aardatmosfeer en het milieu gaat, regent het de laatste tijd slechtnieuwsberichten. Maar vandaag klinken andere geluiden. Het gaat namelijk de goede kant op met onze behoorlijk gehavende ozonlaag!

Dat schrijven wetenschappers, verzameld in het Scientific Assessment Panel to the Montreal Protocol on Ozone Depleting Substances in een nieuw rapport. In hun rapport bevestigen ze dat bijna 99 procent van de in 1989 in de ban gedane ozonvernietigende substanties uitgefaseerd is en de ozonlaag in reactie daarop herstellende is. En afgaand op de snelheid waarmee de ozonlaag op dit moment herstelt, mogen we verwachten dat deze boven Antarctica (waar de ozonlaag het meest gehavend is) tegen 2066 volledig hersteld zal zijn. Boven het Arctisch gebied is de ozonlaag naar verwachting rond 2045 weer de oude. En boven de rest van de wereld kan dat al in 2040 het geval zijn.

UV-straling
Het is goed nieuws. Niet alleen voor de ozonlaag. Maar zeker ook voor ons mensen. Want de ozonlaag beschermt ons tegen schadelijke ultraviolette straling van de zon. En aantasting ervan, betekent dan ook dat meer van die schadelijke UV-straling het aardoppervlak (en ons) kan bereiken. Met het herstel van de ozonlaag neemt onze blootstelling aan die straling af, zo bevestigen de onderzoekers.

Klimaat
Daarnaast heeft de redding van de ozonlaag nog een heel fijne bijwerking; zo heeft het verbod op ozonafbrekende stoffen – zoals cfk’s – ook een heel voordelige impact op ons klimaat. Zo stelden onderzoekers onlangs dat de maatregelen bedoeld om de ozonlaag te redden, ons en passant behoeden voor 2,5 graad Celsius extra opwarming in 2100. Dat komt enerzijds doordat ozonvernietigende stoffen – zoals cfk’s – ook heel potente broeikasgassen zijn. Daarnaast zouden de ozonvernietigende stoffen – als ze niet aan banden zouden zijn gelegd – de ozonlaag veel verder hebben vernietigd waardoor planten en bomen zodanig door schadelijke UV-straling zouden zijn aangetast dat ze veel minder CO2 op zouden nemen en er dus veel meer CO2 in de atmosfeer zou blijft zitten, waardoor de aarde nog sneller zou opwarmen.

Oplossing
Het herstel van de ozonlaag behoedt ons dus voor een hoop ellende. Maar dat is allemaal niet vanzelf gegaan; de aantasting van de ozonlaag werd namelijk door mensen veroorzaakt en moest dus ook door mensen worden opgelost (zie kader). En dat heeft de mensheid toch opmerkelijk goed aangepakt (al zeggen we het zelf).

De problemen met de ozonlaag kwamen in 1985 aan het licht. Toen ontdekten onderzoekers het beruchte ‘gat in de ozonlaag’ boven Antarctica. Daarbij moet je je geen echt ‘gat’ voorstellen, maar een voortdurende verdunning van de ozonlaag. De ozonconcentratie boven de zuidpool fluctueert van nature: aan het eind van de Antarctische zomer – als de zon zich weer laat zien – wordt de ozonlaag tot in september alleen maar dunner, om zich vervolgens weer te herstellen. Maar in 1985 stelden onderzoekers vast dat er naast die seizoensgebonden trend een andere zorgwekkende trend zichtbaar was: de ozonlaag was sinds de jaren zeventig elke lente dunner dan de lente ervoor. En de mens was de boosdoener: wij pompten stoffen in de lucht die ozon afbreken. Om de ozonlaag te laten helen, moesten we daarmee stoppen. En amper twee jaar na de ontdekking van het gat in de ozonlaag werd daartoe het Montreal Protocol on Substances that Deplete the Ozone Layer in het leven geroepen. Overheden uit alle hoeken van de wereld zetten hun handtekening onder dit protocol en beloofden daarmee dat ze de productie van stoffen die de ozonlaag aantasten, zouden uitfaseren. De overheden voegden de daad bij het woord en vanaf het jaar 2000 werd duidelijk dat het ook daadwerkelijk tot een herstel van de ozonlaag leidde.

En nu stevenen we dus af op een volledig herstel van de ozonlaag. Dat wil zeggen dat de ozonlaag – als we op deze voet doorgaan – op termijn weer dezelfde concentratie heeft als in 1980, oftewel voor het ontstaan van ‘het gat in de ozonlaag’.

Amendement
Het is dus allemaal te danken aan het Montreal Protocol dat in 2016 nog iets werd uitgebreid. In dat jaar spraken overheden namelijk af om ook de productie en het gebruik van fluorkoolwaterstoffen (hfk’s) uit te faseren. Deze hfk’s werden sinds de jaren tachtig in toenemende mate gebruikt als vervangers van ozonlaag afbrekende stoffen (die door het Montreal Protocol dus moesten worden uitgefaseerd). Ze tasten de ozonlaag niet aan, maar dragen wel bij aan de opwarming van de aarde. En dus werd in 2016 besloten om ook deze hfk’s middels een amendement op het Montreal Protocol uit te faseren. En de effecten daarvan zijn groot, zo stellen de onderzoekers in hun nieuwe rapport. Zo is de verwachting dat we met het uitfaseren van hfk’s tegen 2100 0,3 tot 0,5 graad Celsius extra opwarming hebben weten te voorkomen.

We kunnen het
Het laat zien dat de mensheid – als de wil en de bereidheid om er de schouders onder te zetten er is – echt op internationaal niveau afspraken kan maken om een wereldwijd probleem op te lossen. En dat geeft toch weer een beetje hoop voor dat andere wereldwijde probleem dat urgent een oplossing behoeft: de rap uit de klauwen lopende opwarming van onze planeet. Want als we op internationaal niveau kunnen afspreken om bepaalde chemicaliën in de ban te doen, moet het toch ook lukken om het gebruik van fossiele brandstoffen uit te faseren en zo onze uitstoot terug te dringen en de opwarming van de aarde te beperken?

Het Montreal Protocol leert ons dat er een hoop mogelijk is. Maar het vraagt wel doorzettingsvermogen. Zo is het heel belangrijk dat overheden – ook nu het herstel van de ozonlaag in volle gang is – volhouden en uitgefaseerde ozonvernietigers links laten liggen en terughoudend zijn met het gebruik van ozonvernietigers die niet in het Montreal Protocol zijn opgenomen.

Geo-engineering
Daarnaast pleiten onderzoekers in hun nieuwe rapport ook voor enige terughoudendheid als het gaat om geo-engineering en dan met name het opzettelijk in de stratosfeer injecteren van aerosolen. Deze aanpak wordt wel eens geopperd om de opwarming van de aarde af te remmen; de aerosolen zouden meer zonlicht reflecteren en zo het aardoppervlak koelen. Maar, zo blijkt uit onderzoek van het panel, de aanpak kan ook wel eens nadelige gevolgen hebben voor de ozonlaag doordat deze de snelheid waarmee ozon – dat zich eveneens in de stratosfeer ophoudt – geproduceerd en vernietigd wordt, kan beïnvloeden.

En zo zijn we er dus nog niet. De ozonlaag heeft nog enkele decennia nodig om te herstellen. En ook daarna is voorzichtigheid geboden. Maar dat doet niets af aan de goede tijding van vandaag. Want de ozonlaag staat er na flink gehavend te zijn geweest, echt weer goed voor.