Voor het eerst zijn er sinds het verbod op de walvisvangst weer grote groepen vinvissen rondom Antarctica gespot.

“Ik had nog nooit zoveel vinvissen op één plek gezien, het was absoluut fascinerend.” Aan het woord is onderzoeker Bettina Meyer, die van maart tot mei 2018 een grote expeditie naar Antarctica met de bekende ijsbreker Polarstern leidde. Tijdens de expeditie, maar ook een jaar later, spotten de onderzoekers ongekende grote groepen zuidelijke gewone vinvissen. Een bijzonder hoopvolle waarneming.

Meer over de zuidelijke gewone vinvis
De zuidelijke gewone vinvis (Balaenoptera physalus quoyi) is een ondersoort van de gewone vinvis die op het zuidelijk halfrond leeft. Deze walvisachtige mag zich het op één na grootste dier ter wereld noemen; alleen de blauwe vinvis is groter. Bovendien zijn de zuidelijke gewone vinvissen net een slagje groter dan hun noordelijke tegenhangers, waarbij de mannetjes een gemiddelde lengte van 20,5 meter bereiken en de vrouwtjes gemiddeld 22 meter lang zijn.

Lange tijd ging het de zuidelijke gewone visvis niet echt voor de wind. In de negentiende eeuw werd er intensief op deze walvisachtige gejaagd, vooral in specifieke voedselgebieden rondom Antarctica. De jacht op de gewone vinvis werd in 1976 verboden. Maar tegen die tijd waren er al zo’n 700.000 dieren gedood, waardoor de vinvis nog zelden in zijn oorspronkelijke voedselgebied werd gezien.

Herstellende
Volgens Duitse en Britse onderzoekers lijkt het er echter sterk op dat de populatie momenteel herstellende is. Tijdens de expeditie met de Polarnstern telde en filmde het onderzoeksteam over een afstand van 3.251 kilometer het aantal vinvissen. Ze kwamen maar liefst 100 groepen tegen, elk bestaande uit één tot vier dieren. Nabij het eiland Elephanteiland (dat deel uitmaakt van de Zuidelijke Shetlandeilanden gelegen in de Scotiazee en de Zuidelijke Oceaan) werden de onderzoekers helemaal overrompeld. Hier zagen ze een groep foeragerende vinvissen bestaande uit maar liefst vijftig exemplaren. Later telden ze er op dezelfde plek zelfs een stuk of zeventig.

Een jaar later
Een jaar later keerden de onderzoekers naar Elephanteiland terug. En ook dit keer werden ze niet teleurgesteld. Het team telde maar liefst 150 zuidelijke gewone vinvissen die zich rondom het eiland hadden verzameld.

Een gewone vinvis voor ijsberg, gespot nabij Elephanteiland in 2019. Afbeelding: Dan Beecham

Alles lijkt er dan ook op te wijzen dat de gewone vinvis weer opkrabbelt. “Ook al weten we nog niet het werkelijke aantal gewone vinvissen rondom Antarctica, deze waarnemingen zijn een goed teken dat bijna 50 jaar na het verbod op de commerciële walvisvangst, de vinvispopulatie rondom Antarctica zich aan het herstellen is,” aldus Meyer.

Populatie-omvang
Om toch beter te weten hoe de zuidelijke gewone vinvis er momenteel voor staat, hebben de onderzoekers naar aanleiding van hun waarnemingen een nieuwe schatting van de populatie-omvang gemaakt. Het team vermoedt dat er in het gehele onderzoeksgebied zo’n 7.909 gewone vinvissen te vinden zijn, met een dichtheid van 0,09 dieren per vierkante kilometer. Voor je beeldvorming, dat is best hoog vergeleken met de vinvispopulatie in andere delen van de wereld. Zo leven er voor de kust van Zuid-Californië bijvoorbeeld 0,003 vinvissen per vierkante kilometer. Volgens de onderzoekers houden de meeste gewone vinvissen rondom Antarctica zich op nabij Elephanteiland. Hier leven naar schatting 3.618 exemplaren, of 0,21 vinvissen per vierkante kilometer.

Kringloop
De herstellende populatie vinvissen is goed nieuws voor het gehele mariene ecosysteem. Vinvissen eten namelijk krill. Vervolgens poepen ze belangrijke voedingsstoffen weer uit, die de oceaan bemesten. Zo is hun poep onder andere rijk aan ijzer (dat relatief schaars is rondom Antarctica), dat weer de bloei van koolstofabsorberende fytoplankton ondersteunt. Op zijn beurt staat fytoplankton weer op het menu van krill. En zo is de cirkel weer rond. “Als de vinvispopulatie groeit, worden er meer voedingsstoffen gerecycled, waardoor de productiviteit in de Zuidelijke Oceaan toeneemt,” legt Meyer uit. “Dit stimuleert vervolgens de groei van algen, die op hun beurt door middel van fotosynthese koolstofdioxide uit de atmosfeer opnemen. En dit verlaagt weer de atmosferische CO2-concentratie.”

Kortom, de onderzoekers suggereren dat het herstel van de vinvispopulatie dus ook kan helpen om klimaatverandering verder in te dammen. Want hoe meer vinvissen, hoe meer poep, wat weer leidt tot meer fytoplankton die CO2 uit de lucht plukken en in de oceaan opslaan. Het betekent dat we dus mogelijk hulp krijgen uit onverwachte hoek. De hoop is dan ook dat het aantal vinvissen de komende tijd onverstoorbaar zal blijven toenemen.