De eerste tekenen zijn subtiel, maar aantoonbaar. En hoe eerder de ziekte wordt opgespoord, hoe beter de vooruitzichten voor een patiënt zijn.

Er zijn momenteel zeer weinig effectieve behandelingen voor dementie, of andere neurodegeneratieve ziekten zoals de ziekte van Parkinson. Deels heeft dit te maken met het feit dat deze aandoeningen vaak pas worden gediagnosticeerd als de symptomen verschijnen – en dan is het eigenlijk al te laat om het ziektebeloop te veranderen. Wetenschappers vermoeden echter dat de onderliggende hersenbeschadiging al jaren – misschien zelfs decennia – vóór diagnose begint. En in een nieuwe studie gingen onderzoekers op jacht naar deze eerste tekenen die mogelijk op een neurodegeneratieve ziekte wijzen.

Meer over dementie
Door de vergrijzing verdubbelt het aantal mensen met dementie van 290.000 naar meer dan een half miljoen in 2040. Een op de drie vrouwen en een op de zeven mannen krijgt ooit in zijn of haar leven dementie. In 70 procent van de gevallen gaat het om de ziekte van Alzheimer. Mensen met dementie leven gemiddeld nog 6,5 jaar met de ziekte. Dementie is echt een ouderdomsziekte, maar toch zijn er naar schatting 15.000 patiënten in Nederland jonger dan 65 jaar. Zeven leefstijlfactoren lijken de kans op dementie te vergroten, namelijk een lage mentale activiteit (bijvoorbeeld weinig uitdaging in werk hobby’s of sociaal contact), roken, weinig lichaamsbeweging, depressie, hoge bloeddruk, diabetes en ernstig overgewicht vanaf middelbare leeftijd.

Tot nu toe was het onduidelijk of het mogelijk is om veranderingen in de hersenfunctie te detecteren voordat de eerste symptomen optreden. Om die vraag te beantwoorden, wendden onderzoekers zich tot de UK Biobank: een enorme biomedische database met daarin de gegevens van een half miljoen Britten in de leeftijd van 40 tot 69 jaar. Naast informatie over hun gezondheid en ziektediagnoses, bevat de UK Biobank gegevens over onder andere het probleemoplossingsvermogen, geheugen, reactietijd en grijpkracht van de deelnemers. Hierdoor konden de onderzoekers zien of gediagnosticeerde Alheimerpatiënten al eerder tekenen van achteruitgang hadden vertoond.

Alzheimer
Dit blijkt inderdaad het geval. Mensen die de ziekte van Alzheimer ontwikkelden, scoorden slechter dan gezonde mensen op probleemoplossende taken, reactietijd, het onthouden van getallenlijsten en het prospectief geheugen (de bekwaamheid om gebeurtenissen of toekomstige afspraken te herinneren).

Negen jaar vóór diagnose
Volgens de onderzoekers is het hierdoor mogelijk om de eerste tekenen van hersenbeschadiging al zeker negen jaar vóór de uiteindelijke diagnose te herkennen. “Toen we de geschiedenis van de Alzheimerpatiënten bestudeerden, werd het duidelijk dat ze enkele jaren voordat de symptomen duidelijk genoeg werden om een ​​diagnose te stellen, al enige cognitieve achteruitgang vertoonden,” vertelt onderzoeker Nol Swaddiwudhipong. “De aanwijzingen zijn vaak subtiel, maar aantoonbaar over een aantal aspecten van de cognitie.”

Hoe eerder hoe beter
De bevindingen zijn een belangrijke stap in de richting van het screenen van de meest risicovolle mensen. “Denk aan 50-plussers, mensen met een hoge bloeddruk of mensen die onvoldoende bewegen,” somt Swaddiwudhipong op. “Door in een eerder stadium in te grijpen, kunnen we hen helpen het risico op neurodegeneratieve ziekten te verminderen.” Dat komt omdat neurologen het er over het algemeen over eens zijn dat met (toekomstige) behandelingen van Alzheimer zo vroeg mogelijk moet worden begonnen. Het liefst nog voor de eerste symptomen zich aandienen. Want zodra er symptomen optreden, zijn de hersenen vaak al zodanig beschadigd dat een volledig herstel onmogelijk is.

Al met al wijzen de bevindingen erop dat als je weet waar je op moet letten, Alzheimer al bijna een decennium vóór diagnose te herkennen is. Wees overigens niet gelijk ongerust als je op een bepaald aspect niet goed scoort. “Mensen moeten zich niet al te veel zorgen maken als ze bijvoorbeeld niet goed zijn in het onthouden van cijfers,” zegt onderzoeker Tim Rittman. “Zelfs sommige gezonde mensen zullen van nature beter of slechter scoren dan hun leeftijdsgenoten. Maar we moedigen iedereen die zich zorgen maakt, of merkt dat het geheugen of herinnering slechter wordt, aan om met de huisarts te praten.”