Tandfossiel linkt Australische buideldieren aan een fossiel uit Maastricht

Een paar 18 miljoen jaar oude tandjes van diertjes zo groot als een spitsmuis blijken een compleet nieuwe orde buideldieren te vertegenwoordigen. Een ervan trekt zelfs een rechtstreekse lijn van Australië naar een 66 miljoen jaar oud fossiel uit Maastricht.

In de fossielvelden van Riversleigh, in het noordwesten van Australië, hebben paleontologen iets gevonden waar je een vergrootglas voor nodig hebt. Het gaat om een paar tandjes en kaakfragmenten van diertjes die niet groter zijn dan een spitsmuis. Toch is dit een grote vondst, zo zeggen onderzoekers in een nieuwe studie in het vakblad Journal of Paleontology. De resten vertegenwoordigen een compleet nieuwe orde van buideldieren. Het gaat om een hele tak van de stamboom die tot nu toe onopgemerkt bleef.

Er worden drie nieuwe soorten beschreven, waaronder een nieuw geslacht met de toepasselijke naam Phantasmodon, ofwel “fantoomtand”. Ze leefden zo’n 18 miljoen jaar geleden in wat toen een weelderig regenwoud was. De dieren wogen wellicht tussen de 25 en 200 gram. Ze waren dus ongeveer zo groot als een spitsmuis. Vermoedelijk waren het onopvallende insecteneters.

Extra knobbeltje

De bovenkiezen van deze diertjes zijn uitgerust met een klein extra knobbeltje, de “centrale knobbel”, dat je bij vrijwel geen enkel ander Australisch buideldier terugvindt. Datzelfde kenmerk verbindt ze met enkele oudere fossielen en zelfs met Djarthia murgonensis, het oudste bekende buideldier van Australië. Dat fossiel is zo’n 55 miljoen jaar oud.

Samen vormen ze volgens de onderzoekers een aparte groep, die ze de naam Keeunamorphia geven. Het is een nieuwe orde, een taxonomische rang van hetzelfde niveau als die van bijvoorbeeld de roofbuideldieren of de buideldassen. Dat zo’n hele nieuwe orde wordt benoemd, gebeurt zelden.

Keeunamorphia lijkt een van de vroegste zijtakken te zijn van de groep waaruit alle nog levende Australische buideldieren zijn voortgekomen. De lijn slaat zo een brug tussen de allereerste buideldieren van het continent en de latere vlees- en alleseters: de quolls, de verwanten van de Tasmaanse duivel en de buideldassen. En ze hield het lang vol. De tak overleefde meer dan 35 miljoen jaar lang, tot ze ergens in het Midden-Mioceen uitstierf.

Leestip: 500 miljoen jaar oud raadsel opgelost: spierweefsel in Chinese fossielen onthult vermiste diergroep

Nog veel te ontdekken

Voorzichtigheid is wel geboden en de auteurs zijn daar zelf open over. Tanden alleen kunnen onderzoekers soms op een dwaalspoor zetten. Eenzelfde knobbeltje kan in verschillende lijnen onafhankelijk ontstaan. De twee gebruikte analysemethoden spreken elkaar dan ook deels tegen over de precieze plek waarop de oudste soort leefde en over hoe sterk de verbanden zijn. De nieuwe orde reorganiseert de stamboom dus wel, maar waar precies welke tak vastzit, blijft voorlopig een open vraag. Om daar iets met zekerheid over te kunnen zeggen, zijn completere fossielen nodig dan losse kiezen.

Link met de Lage Landen

Dankzij datzelfde tandknobbeltje kunnen we overigens ook een link leggen met de Lage Landen. Het duikt namelijk ook op bij oeroude buidelratachtige dieren die vlak bij huis zijn opgegraven, bijvoorbeeld bij de herpetotheriiden uit het Belgische vroeg-eoceen en bij een krijtfossiel dat Maastrichtidelphys heet. Dat laatste is bekend van één piepklein kiesje uit de ENCI-groeve bij Maastricht. Het is met zo’n 66 miljoen jaar het enige onbetwiste buidelratachtige dier uit het Europese Mesozoïcum. Of die gedeelde knobbel op echte verwantschap wijst of op toeval, is niet zeker.

We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Nieuw gevonden fossielen tonen dat complexe dieren al vóór de Cambrische explosie bestonden en Nieuw fossiel uit de Amazone onthult: oerbeest van 275 miljoen jaar geleden had een bizarre ‘gedraaide kaak’. Of lees dit artikel: Nieuwe dinosaurus uit Patagonië viste als een reiger.

Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

Bronmateriaal

Fout gevonden?

Voor jou geselecteerd