Een nieuw soort bystandereffect? Agressie werkt aanstekelijk, vooral bij mannen

Wie geweld ziet, heeft meer kans er later zelf aan mee te doen. Althans dat is het geval bij muizen in het lab. Opvallend genoeg geldt dit effect vooral voor mannetjes. Er is wel een belangrijke voorwaarde: ze moeten de agressie zien bij bekende soortgenoten. De knaagdiertjes slaan niet aan op vreemden met een kort lontje.

In het experiment van hoofdonderzoeker Jacob Nordman en zijn collega’s van de Southern University of Illinois zien muizen hoe soortgenoten een aantal indringers aanvallen. Daarna observeerden de onderzoekers of de toeschouwers zich ook agressief gingen gedragen. En wat bleek? Alleen mannelijke muizen die hun bekende groepsgenoten zagen vechten, gingen later zelf ook de confrontatie aan. Het zien van onbekende vechtersbazen bleek geen enkel effect te hebben. Hieruit concludeert het team dat het niet per se gaat om blootstelling aan agressie, maar vooral om de relatie tot de agressor. Net als mensen lijken muizen het gedrag te kopiëren van familie, vrienden en andere bekenden.

Agressie-primingeffect
Om te begrijpen wat er in het brein gebeurt, registreerden de onderzoekers de hersenactiviteit in een specifiek deel van de amygdala, een gebied dat bekendstaat als de motor achter agressief gedrag. Met behulp van deze hersenscans ontdekten ze een interessant mechanisme. “We hebben eerder gezien dat deze neuronen betrokken zijn bij een zogeheten ‘agressie-primingeffect’. Dat betekent dat wie eenmaal agressief is geweest, sneller opnieuw in de fout gaat”, legt Nordman uit. “Vergelijk het met een woordenwisseling met een collega of familielid: de frustratie daarna maakt de kans groter dat je later weer uitvalt.” Bij de muizen bleken deze neuronen actief te worden zodra hun naasten voor hun neus agressief gedrag vertoonden. Geweld van bekenden wordt dus letterlijk gespiegeld in het brein, aldus de wetenschappers.

De onderzoekers gingen nog een stap verder. Door de neuronen kunstmatig te onderdrukken, verdween het aangeleerde agressieve gedrag bij de muizen als sneeuw voor de zon. Activeerden ze deze neuronen terwijl de muizen naar onbekende vechters keken, dan namen de toeschouwers later het agressieve gedrag alsnog over. Met andere woorden: dezelfde hersencellen die ervoor zorgen dat daders sneller opnieuw toeslaan, kunnen toeschouwers ook aanzetten tot geweld, mits de omstandigheden er geschikt voor zijn.

Neurologische behandelingen
De studie laat zien dat het er niet per se om gaat dat iemand op de eerste rij zit bij een geweldsdelict, maar dat vooral de vertrouwdheid met de agressor een risicofactor vormt voor agressief gedrag op een later moment. De onderzoekers denken dat dit inzicht gaat helpen bij de ontwikkeling van therapieën of zelfs neurologische behandelingen die aangeleerde agressie tegengaan. Ook maakt het nogmaals duidelijk hoe belangrijk het is om positief voorbeeldgedrag te stimuleren in sociale groepen.

Agressie is besmettelijk
Hoewel het experiment met muizen is uitgevoerd, geeft het een mooi kijkje in de neurologische en psychologische achtergrond van menselijk gedrag. Net als bij muizen blijkt geweld vaak ‘besmettelijk’: jongeren die opgroeien in gewelddadige buurten of gezinnen, hebben een grotere kans om later zelf agressief gedrag te vertonen, vooral als vrienden of familieleden het slechte voorbeeld geven aan jonge mannen. Dit verhaal sluit aan bij sociale leertheorieën, die stellen dat we gedrag kopiëren van mensen met wie we ons identificeren. Het verklaart ook waarom geweld in groepen – denk aan hooligans of straatbendes – vaak snel escaleert. Het brein lijkt als het ware geprogrammeerd om de agressie van vertrouwde personen te kopiëren.

Het is belangrijk om in te zien dat dit mechanisme omkeerbaar is. Net zoals de onderzoekers agressieve hersencellen bij muizen kunnen onderdrukken, is het bij mensen mogelijk om behandelingen en positieve rolmodellen in te zetten om dit patroon te doorbreken. De wetenschappers wijzen erop hoe gevaarlijk geweld als voorbeeld kan zijn, maar nog belangrijker: ze maken duidelijk dat de sleutel ligt bij preventie en vroege interventie.

Bronmateriaal

"Familiarity gates socially transmitted aggression via the medial amygdala" - JNeurosci
Afbeelding bovenaan dit artikel: Pixabay

Fout gevonden?

Interessant voor jou

Voor jou geselecteerd