Een hanger van een berentand en kinderbotten: deze grot in de Pyreneeën verbergt meer dan een mijnkamp

Hoog boven de boomgrens, op 2.235 meter in de oostelijke Pyreneeën, ligt een grot die prehistorische mensen duizenden jaren lang steeds opnieuw opzochten. Grot 338, lokaal bekend als Cova del Catau de l’Os, ofwel de Grot van het Berenhol, bevat tientallen vuurplaatsen en fragmenten van een groen mineraal dat mogelijk malachiet is, een grondstof voor koper. De vondsten suggereren dat dit een van de vroegst bekende hooggelegen mijnkampen ter wereld is.

Lange tijd gingen onderzoekers ervan uit dat prehistorische mensen hoge berggebieden alleen doorkruisten op weg naar elders. Grot 338 schetst een ander beeld: een plek waar mensen niet woonden, maar waarnaar ze keer op keer terugkeerden, goed voorzien en met een duidelijk doel.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief! Ook elke dag vers het laatste wetenschapsnieuws in je inbox? Of elke week? Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!

Tweeduizend jaar lang terugkomen

Bij opgravingen aan de ingang van de grot troffen archeologen vier opeengestapelde gebruikslagen aan. De twee middelste lagen leverden de meeste vondsten op: in totaal 23 vuurplaatsen, gevuld met verpulverde en verhitte groene mineraalfragmenten. Koolstofdatering plaatst de oudste vuurplaatsen tussen 5.500 en 4.000 jaar geleden; een jongere vuurplaats dateert van ongeveer 3.000 jaar geleden. Dat betekent dat mensen deze plek meer dan tweeduizend jaar lang bleven bezoeken.

De vuurplaatsen doorkruisen elkaar, wat wijst op herhaaldelijk gebruik van dezelfde ruimte. Toch zijn ze nog steeds van elkaar te onderscheiden, een teken dat de bezoeken telkens door langere periodes werden onderbroken.

“Lange tijd werden hoge berggebieden alleen gezien als plekken waar prehistorische gemeenschappen af en toe doorheen trokken”, zegt Carlos Tornero van het Catalaanse Instituut voor Menselijke Paleoecologie en Sociale Evolutie, hoofdauteur van het onderzoek. “Maar we hebben een rijke archeologische vondst gedaan, met meerdere vuurplaatsen en een zeer groot aantal groene mineraalfragmenten. We weten niet precies hoe lang mensen er elke keer verbleven, maar de dichtheid van de resten wijst op korte tot middellange verblijven die zich over lange periodes herhaald hebben.”

Doelbewust verbrand

De groene fragmenten lijken op malachiet, dat verhit kan worden om koper te winnen. Veel van die fragmenten zijn thermisch aangetast, terwijl andere materialen in de grot dat niet zijn. “Ze zijn niet per ongeluk verbrand”, zegt Julia Montes-Landa van de Universiteit van Granada. Of het inderdaad malachiet is, staat nog niet vast. Nader materiaalonderzoek door de Universiteit van Granada en de Autonome Universiteit van Barcelona moet daar binnenkort uitsluitsel over geven.

Gereedschap van thuis

Opvallend weinig stenen werktuigen werden gevonden in de grot, en wat er lag waren alleen kleine schilfers van het bijslijpen. Dat suggereert dat de bezoekers hun gereedschap niet ter plekke maakten, maar kant-en-klare werktuigen meenamen de berg op. Snijsporen op dierenbotten wijzen erop dat ze die werktuigen gebruikten voor het slachten van dieren. Bij vertrek namen ze hun kostbare gereedschap weer mee, waardoor alleen de kleine onderhoudsschilfertjes achterbleven.

Kinderbotten en een berentand

De vondsten gaan verder dan mineralen en vuurplaatsen. In de derde laag lagen menselijke resten: een vingerbоtje en een melktand van ten minste één kind van ongeveer elf jaar oud. Wat de doodsoorzaak was, is niet bekend. Mogelijk liggen er dieper in de grot nog meer begravingen.

In de tweede laag, die geschat wordt op 3000 jaar oud, lagen twee hangers. Een daarvan is gemaakt van een schelp en heeft overeenkomsten met vondsten op andere plekken in Catalonië, wat wijst op gedeelde tradities of contacten tussen gemeenschappen. De andere hanger is gemaakt van een berentand, een veel zeldzamere vondst. “Dat wijst mogelijk op iets specifieks of symbolisch, mogelijk verbonden met de lokale omgeving”, aldus Tornero.

Een klim die al millennia de moeite waard is

Zelfs voor moderne archeologen is de grot lastig te bereiken. Het dichtstbijzijnde punt is het klooster van Vall de Núria, dat alleen per tandradtrein bereikbaar is. Vanaf daar volgt een steile klim van 45 minuten. Alle opgegraven grond moest handmatig naar beneden worden gedragen om te worden gezeefd. Dat prehistorische mensen deze tocht keer op keer maakten, over een periode van meer dan tweeduizend jaar, zegt iets over hoe waardevol de plek voor hen was.

De opgraving is nog niet afgerond, want de bodem van de grot is nog niet bereikt. Deze zomer gaat het werk verder, waarbij onderzoekers hopen meer duidelijkheid te krijgen over de herkomst van het mineraal en de volledige gebruiksgeschiedenis van de plek. Tot die tijd is de grot door de lokale overheid afgesloten met een metalen hek, om zo de opgravingsplek niet in gevaar te brengen.

Wil je niets van Scientias missen? Volg Scientias op Google Discover dan zie je al onze verhalen!

Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

Categorieën:

Bronmateriaal

"Beyond 2000 meters, first evidence of intense prehistoric occupation in the Pyrenees" - Frontiers in Environmental Archaeology
Afbeelding bovenaan dit artikel: "File:Pyrenees Catalonia.jpg" by 90664717@N00 at https://www.flickr.com. is licensed under CC BY 2.0.

Fout gevonden?

Voor jou geselecteerd