Een fossiele tand verraadt dat er ooit rivieren te vinden waren in de Atacama

Een fossiele tand van een capibara laat zien dat de Atacama vroeger veel natter was dan gedacht.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief! Ook elke dag vers het laatste wetenschapsnieuws in je inbox? Of elke week? Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!

De Atacamawoestijn in het noorden van Chili is een van de droogste plekken op aarde. Toch liep hier miljoenen jaren geleden een dier rond dat niet zonder water kan: een capibara. Onderzoekers hebben in een oude gesteentelaag een deel van een kies gevonden van Cardiatherium, een uitgestorven familielid van de moderne capibara. De tand is ongeveer 8,8 miljoen jaar oud. Daarmee gaat het om de oudste bekende capibara uit Chili en een van de oudste vondsten van deze diergroep in Zuid-Amerika.  Het onderzoek is te vinden in Scientific Reports.

Bizarre vondst

“Een capibaratand vinden in wat nu een van de droogste gebieden op aarde is, is gewoon bizar”, zegt hoofdonderzoeker Priscilla Martinez van de University of Arizona. De vondst is vooral bijzonder omdat capibara’s sterk afhankelijk zijn van water. Ze zijn de grootste knaagdieren ter wereld en leven vooral in natte gebieden met rivieren, moerassen en andere plekken waar het hele jaar door water beschikbaar is. In het droge Chili komen ze dan ook helemaal niet voor.

Leestip: Van héél warm naar héél koud; woestijnstof helpt wolken om te bevriezen

De fossiele tand werd gevonden nabij El Morro, een vindplaats in de zogenoemde Bahía Inglesa-formatie aan de Chileense kust. De gesteentelagen die daar te vinden zijn ontstonden miljoenen jaren geleden in een ondiepe zee. Aan de vorm van de kies konden de onderzoekers zien dat deze behoorde tot het geslacht Cardiatherium. Vooral de opbouw uit meerdere dunne ‘platen’ en de vorm van het eerste deel van de kies waren daarbij belangrijk.

Om te bepalen hoe oud de vondst was onderzochten de wetenschappers kleine zirkoonkristallen die onder en boven de tand te vinden waren. Vervolgens gebruikten ze een dateringstechniek om te bepalen hoe oud de lagen zijn waarin de kristallen te vinden waren. Daaruit blijkt dat de tand waarschijnlijk tussen de 9,6 en 7,9 miljoen jaar oud is. De onderzoekers komen uit op een gemiddelde leeftijd van ongeveer 8,8 miljoen jaar.

Andere aanwijzingen

Echter vertelt een enkele tand nog niet hoe het landschap er destijds uitzag. Daarom zocht het team ook naar andere aanwijzingen. Tijdens die zoektocht vonden de wetenschappers piepkleine plantenresten die ook wel fytolieten worden genoemd. Die bestaan voor een groot deel uit silica en kunnen duizenden tot miljoenen jaren bewaard blijven. Hun vorm kan iets vertellen over de planten waarin ze ooit zijn ontstaan. Daardoor deden de onderzoekers een verrassende ontdekking: in de Atacama waren vroeger niet alleen capibara’s, maar ook palmbomen te vinden.

“Denk aan dat typerende beeld van Zuid-Californië: een zonnig landschap dat vol palmbomen staat”, zegt Martinez. “Je zou het niet verwachten en we weten ook niet hoe vaak ze daar groeiden, maar vroeger kwamen er zeker palmbomen voor in de Atacama.” Daarnaast zijn tijdens eerdere onderzoeken al resten gevonden die op de aanwezigheid van water wijzen, zoals de resten van zoetwatervissen en gavialen.

Een soort van oase

Voorheen dachten wetenschappers dat de Atacama mogelijk een van de oudste woestijnen ter wereld was, met een geschatte leeftijd van zo’n 40 miljoen jaar oud. De vondst zet dat beeld op losse schroeven. Zo laat paleobioloog Mark Clementz van de University of Wyoming weten: “we hebben tijdens dit onderzoek meerdere aanwijzingen gevonden dat dit deel van de Atacama 8,8 miljoen geleden echt nat was. Daarmee leverde het gebied de omstandigheden waar de capibara zelfs nu nog zo van houdt.”

De vondst betekent niet automatisch dat destijds de hele Atacama een soort van ‘capibaraparadijs’ was. De onderzoekers denken dat het mogelijk om een soort van oase gaat. Dat onderscheid is belangrijk: de fossiele tand laat daardoor vooral zien dat er aan de kust leefgebieden bestonden die sterk verschilden van de rest van de woestijn.

Leestip: Bacteriën ontdekt in klei-rijke onderlaag van de Atacama-woestijn

De ontdekking roept bovendien een tweede vraag op: hoe kwamen capibara’s aan de westkant van de Andes terecht? De meeste capibarafossielen uit deze periode zijn gevonden ten oosten van het gebergte. Daar is een belangrijke reden voor: de Andes vormden toen al een flinke barrière. De onderzoekers denken daarom dat capibara’s een noordelijkere route volgden. Daarbij vertrokken ze vanuit het huidige Venezuela en ‘reisden’ via Colombia, Ecuador en Peru naar het noorden van Chili.

Daarmee vertelt die ene kies niet alleen iets over een verdwenen dier, maar ook over het vroegere klimaat van Zuid-Amerika. De dieren ‘reisden’ waarschijnlijk hoofdzakelijk langs de oevers van rivieren en andere natte plekken. Dat laat mogelijk zien dat er vroeger veel meer natte leefgebieden te vinden waren in Zuid-Amerika, en dat die ook (redelijk) goed met elkaar verbonden waren.

We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Kristal uit de Atacamawoestijn koelt af in magneetveld en Nieuw hersencircuit verklaart waarom knaagdieren blijven knagen . Of lees dit artikel: Dit rode pigment hielp planten met het veroveren van woestijnen .

Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

Bronmateriaal

"Late Miocene capybara in the Atacama Desert reveals a wetter climate and a transcontinental dispersal pathway" - Scientific Reports
Afbeelding bovenaan dit artikel: Mauricio Alvarez

Fout gevonden?

Voor jou geselecteerd