Een dinosaurusdrol van 66 miljoen jaar oud blijkt vol met verrassend moderne veren te zitten

Onderzoekers hebben een hele bijzondere vondst gedaan: een versteende dinosaurusdrol die vol bleek te zitten met uitzonderlijk goed bewaarde vogelveren.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief! Ook elke dag vers het laatste wetenschapsnieuws in je inbox? Of elke week? Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!

In een 66 miljoen jaar oude versteende dinosaurusdrol hebben onderzoekers uitzonderlijk goed bewaarde vogelveren gevonden. Sommige veren lijken opvallend veel op de veren van vogels die nu leven. De vondst laat zien dat moderne kenmerken van veren al voor de grote massa-extinctie aan het einde van het Krijt bestonden. Mogelijk helpt het fossiel ook om beter te begrijpen waarom sommige vogelgroepen die ramp overleefden en andere verdwenen. Het onderzoek is te vinden in Current Biology.

Uitzonderlijk fossiel

De versteende uitwerpselen, ook wel coprolieten genoemd, werden in 2016 gevonden in de Hell Creek Formation in het oosten van Montana. Onderzoeker David DeMar Jr. was daar bezig met het verzamelen van visfossielen toen hij een donker, roodbruin brokje zag, ongeveer half zo groot als een golfbal. Met een handloep bekeek hij het oppervlak. Daar zag hij iets onverwachts: een piepklein fossiel veertje.

“Ik kon nauwelijks geloven wat ik zag”, vertelt DeMar. De vondst was bijzonder omdat er in de Hell Creek Formation, ondanks meer dan honderd jaar zoeken, nog nooit veren waren gevonden. DeMar bleef daarom aanvankelijk voorzichtig. Pas in het laboratorium werd duidelijk hoe uitzonderlijk het fossiel werkelijk was.

Verrassend inkijkje

De onderzoekers bekeken eerst uit welke mineralen het fossiel bestond. Daarna maakten ze micro-CT-scans. Daarbij worden duizenden röntgenbeelden samengevoegd tot een driedimensionaal beeld. Zo konden de wetenschappers als het ware in de versteende drol kijken zonder die verder open te breken.

Dat leverde een verrassend inkijkje op. In de coproliet zaten namelijk meerdere veren, kleine visschubben en zelfs pootbotjes van een Hesperornithiformes. Dat is een uitgestorven groep vogels die in en rond het water leefde en qua leefwijze enigszins te vergelijken is met de zeeduikers die nu leven, zoals de ijsduiker. De onderzoekers denken dat de veren van dezelfde vogel afkomstig waren. Daarmee zijn het de eerste veren van een Hesperornithiformes die ooit zijn gevonden.

Ook de visschubben vertellen een verhaal. Ze waren afkomstig van een beensnoekachtige vis en worden gezien als de resten van de laatste maaltijd van de vogel. De aanwezigheid van de vogelbotjes en de veren in de versteende drol wijst er vervolgens op dat de vogel waarschijnlijk zelf door een dinosaurus is opgegeten. Daarmee illustreert het fossiel als het ware een stukje voedselketen van 66 miljoen jaar geleden.

Het team vond twee veren die extra bijzonder bleken te zijn. Ze hebben namelijk kenmerken die ook voorkomen bij moderne vogels en hun directe voorouders. Zo heeft een van de veren een vierkante schacht met een sponsachtige binnenkant. Die bouw maakt een veer zowel licht als stevig. Volgens de onderzoekers is die combinatie echter nog nooit eerder gevonden in een veer uit het Mesozoïcum, dat de periodes Trias, Krijt en Jura beslaat. De eerstvolgende bekende vondst van een veer met zo’n sponsachtige kern is ongeveer tien miljoen jaar jonger.

Waarom sommige vogels niet uitstierven

De vorm van de veren past bovendien bij een vogel die veel in het water leefde. Ze hadden eigenschappen waardoor water minder gemakkelijk door het verenkleed kon dringen. Toch bestond het verenkleed niet alleen uit modernogende veren. In de coproliet zaten ook kleinere, meer pluizige veren die onderzoekers vaak aan dinosauriërs toeschrijven.

Die bijzondere combinatie van verschillende veren kan belangrijk zijn voor de beantwoording van een veel grotere vraag. Ongeveer 66 miljoen jaar geleden vond de Krijt-Paleogeenmassa-extinctie plaats. Daarbij verdween ongeveer 75 procent van het leven op aarde. Sommige vogelgroepen overleefden die ramp en staan daardoor evolutionair gezien dicht bij de voorouders van de vogelsoorten die tegenwoordig leven. De Hesperornithiformes overleefden die massa-extinctie niet.

Een mogelijke verklaring daarvoor was dat vogels die dicht bij water leefden beter beschermd waren tegen de gevolgen van de ramp. Maar: de Hesperornithiformes leefden ook dichtbij het water en stierven ondanks dat dus toch uit. Daarom kijken de onderzoekers nu naar een andere mogelijkheid: misschien speelde hun verenkleed een rol.

Leestip: Een van de laatste titanen: grootste dinosaurus van Zuidoost-Azië ontdekt

“We denken dat het soort veren dat deze vogels hadden, en misschien ook de manier waarop ze die veren ruiden, een van de oorzaken kan zijn geweest van het verschil tussen uitsterven en overleven”, zegt hoofdonderzoeker Jingmai O’Connor van het Field Museum. Vooral de veren die om het lichaam zaten zijn daarbij interessant, omdat die belangrijk zijn voor het vasthouden van warmte.

Het team denkt dat de pluizige lichaamsveren van de Hesperornithiformes mogelijk minder goed isoleerden. Daardoor waren ze mogelijk extra kwetsbaar voor de inslagwinter die waarschijnlijk vlak na de inslag plaatsvond. Dat idee is echter nog wel een hypothese. De vondst bewijst dus nog niet dat een gebrek aan isolerend vermogen deze vogels inderdaad fataal werd. Echter geeft de vondst wetenschappers al wel nieuwe aanwijzingen.

Ook de manier waarop de veren zijn gevonden kan belangrijk zijn voor toekomstig onderzoek. Tot nu toe werden coprolieten niet vaak onderzocht. De reden dat deze coproliet wel onderzocht werd had te maken met het feit dat deze toevallig opengebroken was, en daardoor één veertje aan het oppervlak zichtbaar was. O’Connor hoopt daarom dat onderzoekers voortaan meer coprolieten met CT-scans gaan bekijken: misschien blijken er in andere versteende dinodrollen nog veel meer veren verborgen te zitten.

We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Een nieuwe ‘verenbank’ voorkomt dat bedreigde kaketoes voor een ritueel sterven en Waarom de dinosauriërs mogelijk binnen twee uur al waren omgekomen . Of lees dit artikel: Na de klap: hoe zoogdieren hun kans pakten na de massa-extinctie van de dinosauriërs .

Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

Bronmateriaal

"Bird feathers from a Late Cretaceous coprolite" - Current Biology
Afbeelding bovenaan dit artikel: O'Connor et al./Current Biology

Fout gevonden?

Voor jou geselecteerd