Een asteroïde maakte een einde aan de dinosaurussen, maar klopt het wel dat andere soorten juist floreerden?

Bij de laatste grote massa-extinctie, ongeveer 66 miljoen jaar geleden, legden de dinosaurussen het loodje, net als veel andere dieren. Er zou echter één soort zijn geweest die juist een snelle evolutie doormaakte: de tonijn en aanverwanten. Maar dat blijkt nu niet te kloppen.

Volgens de hypothese vulden tonijnen en andere grote roofvissen de ecologische niche op die was achtergelaten door hun enorme roofzuchtige voorgangers, vergelijkbaar met de manier waarop zoogdieren na de massa-extinctie de plaats innamen van de niet-vliegende dinosauriërs.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief! Ook elke dag vers het laatste wetenschapsnieuws in je inbox? Of elke week? Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!

Ontwikkeling kwam veel later

Onderzoekers van Yale stellen echter dat die theorie geen standhoudt. Ze werpen nieuw licht op de manier waarop deze economisch belangrijke vissen hun indrukwekkende lichaamsgrootte, snelheid en vermogen ontwikkelden om hun lichaamstemperatuur te reguleren (endothermie) in koude zeeën.

Voor de studie zijn genetische gegevens met fossiele vondsten gecombineerd om de meest complete evolutionaire stamboom van de Scombridae, of makreelachtigen, samen te stellen. Deze vissenfamilie omvat tonijnen en makrelen, evenals ongeveer de helft van alle nog levende warmbloedige straalvinnige vissoorten.

De oorsprong van de makreelachtigen gaat terug tot ongeveer de periode van de asteroïde-inslag. Tegelijkertijd blijkt dat tonijnen, makrelen en verwante roofvissen pas veel later, onafhankelijk van elkaar, een groot lichaamsformaat en temperatuurregulatie ontwikkelden.

Drie evolutionaire ontwikkelingen

“Onze resultaten tonen aan dat de massa-extinctie niet de aanleiding vormde voor de evolutie van tonijnen en andere grote, endotherme roofdieren”, zegt hoofdonderzoeker Chase Brownstein van Yale. “We laten zien dat de lichaamsbouw van deze roofdieren zich over tientallen miljoenen jaren heeft ontwikkeld en dat er geen verband bestaat tussen het ontstaan van endothermie en een groot lichaamsformaat binnen deze afstammingslijnen. Meer in het algemeen onderstreept dit onderzoek dat voorzichtigheid geboden is bij het rechtstreeks afleiden van de evolutie van lichaamsbouw uit evolutionaire stambomen.”

Leestip: Haaien en tonijnen raken sneller oververhit dan gedacht

De verschillende vormen van endothermie – een eigenschap die tonijnen en andere roofvissen ook helpt om snel te zwemmen – zijn onafhankelijk van elkaar drie keer binnen de verschillende afstammingslijnen van de Scombridae ontstaan. Minstens twee van deze drie evolutionaire ontwikkelingen vonden pas 10 tot 15 miljoen jaar na de asteroïde-inslag plaats. Tot nu toe werd aangenomen dat endothermie nauw samenhing met een groot lichaamsformaat, maar het onderzoek levert daar weinig bewijs voor. In plaats daarvan nam de lichaamsgrootte op verschillende momenten tijdens de evolutie van tonijnen en andere makreelachtigen toe. Alles bij elkaar ontwikkelden de lichaamsvormen van de huidige tonijnen en makrelen zich over een periode van ongeveer 50 miljoen jaar, aldus de onderzoekers.

Meer inzicht helpt soort beschermen

Een beter inzicht in de evolutionaire biologie van tonijnen, wereldwijd belangrijk voedsel voor de mens, kan bijdragen aan de bescherming van de soort. De populaties van de economisch belangrijke Atlantische blauwvintonijn zijn de afgelopen decennia sterk afgenomen als gevolg van overbevissing.

Daarnaast is de studie van belang voor de menselijke gezondheid. “Het inzicht dat endothermie zich meerdere keren onafhankelijk heeft ontwikkeld bij tonijnen en makrelen, geeft ons meer kennis over de fundamentele mechanismen achter stofwisseling en warmteregulatie”, klinkt het. “Juist deze systemen spelen een centrale rol bij ziekten en gezondheidsproblemen bij mensen, zoals obesitas, diabetes en het metabool syndroom.”

De K-Pg-massa-extinctie
Ongeveer 66 miljoen jaar geleden werd de aarde getroffen door een enorme asteroïde met een doorsnede van ongeveer 10 kilometer. De inslag vond plaats op de plek van het huidige Mexicaanse schiereiland Yucatán en vormde de Chicxulub-krater. De klap veroorzaakte gigantische bosbranden, aardbevingen en tsunami’s. Miljarden tonnen stof, roet en zwavel kwamen in de atmosfeer terecht, waardoor het zonlicht maanden tot jaren werd geblokkeerd. Hierdoor daalde de temperatuur wereldwijd sterk en stortten voedselketens in. Planten stierven af, waarna ook planteneters en hun roofdieren verdwenen. Naar schatting stierf ongeveer 75 procent van alle dier- en plantensoorten uit, waaronder alle niet-vliegende dinosauriërs, veel zeereptielen en talloze andere organismen. Deze gebeurtenis markeert de overgang van het Krijt naar het Paleogeen en staat bekend als de Krijt-Paleogeen- of K-Pg-massa-extinctie. Hoewel het een wereldwijde ramp was, creëerde de uitsterving ook ruimte voor de evolutie van nieuwe groepen dieren, waaronder zoogdieren en moderne vogels.

Wil je niets van Scientias missen? Volg Scientias op Google Discover dan zie je al onze verhalen!

Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

Categorieën:

Bronmateriaal

"The prolonged reemergence of megapredatory pelagic fishes" - Proceedings of the Royal Society B
Afbeelding bovenaan dit artikel: Leo_Visions / Pexels

Fout gevonden?

Voor jou geselecteerd