Een nieuwe studie toont aan dat mensen verrassend slecht zijn in het oppikken van signalen van agressie. En dat terwijl dit eigenlijk heel belangrijk is voor onze eigen veiligheid.

De hele dag door interpreteren we signalen om zo sociale situaties goed te kunnen beoordelen. Dit stelt ons vervolgens in staat om gepast te reageren. En over het algemeen gaat dit best aardig. Behalve… als het op agressie aankomt. Onderzoekers hebben namelijk ontdekt dat verrassend veel mensen worstelen met het herkennen van agressie. En dat is eigenlijk opmerkelijk.

Videoclips
Om te bepalen hoe goed mensen zijn in het beoordelen van sociale situaties, lieten onderzoekers 92 deelnemers 27 videoclips zien. Elke videoclip bevatte een non-verbale interactie tussen twee kinderen, twee honden of twee berberapen. De video’s bevatten aanwijzingen over de aard van de interactie – denk aan lichaamshouding en gezichtsuitdrukkingen – maar stopte nét voordat de daadwerkelijke interactie plaatsvond. De helft van de deelnemers werd vervolgens gevraagd de interactie te categoriseren als agressief, neutraal of speels, terwijl de andere helft de uitkomst van elke interactie moest voorspellen.

Agressief of speels? Afbeelding: Katrin B. via Pixabay

De onderzoekers ontdekten dat de deelnemers het beste speelse interacties konden herkennen. In 70 procent van de gevallen antwoorden ze dit correct. Opvallend genoeg presteerden de deelnemers bijzonder slecht in het beoordelen van agressieve interacties tussen honden. En dat terwijl de onderzoekers anders hadden verwacht. “We hadden eigenlijk gedacht dat mensen goed zouden zijn in het herkennen van agressie,” zegt onderzoeker Juliane Bräuer in een interview met Scientias.nl. “We hadden namelijk verwacht dat dit een evolutionair voordeel zou hebben.”

Agressie
Overigens waren de deelnemers niet alleen slecht in het herkennen van agressieve interacties tussen honden. Ook hadden ze moeite om agressie bij mensen goed in te schatten. En dat is best opmerkelijk. Het juist herkennen van agressie is heel belangrijk. Wanneer je dit namelijk goed inschat, kun je voorkomen dat een agressieve hond naar jou of naar je viervoeter uithaalt. Bovendien stelt het omstanders van een incident in staat in te grijpen als ze getuigen zijn van agressieve interacties tussen mensen. Omdat het herkennen van agressie dus heel belangrijk is voor onze veiligheid, hadden de onderzoekers verwacht dat de deelnemers hierin juist zouden uitblinken. Maar niets blijkt minder waar. “Overigens hebben al eerdere onderzoeken aangetoond dat mensen hondenagressie vaak onderschatten,” zegt Bräuer. “Daarom vinden er ook zoveel bijtincidenten plaats.”

Bijtincidenten
Om het aantal bijtincidenten terug te dringen, denken de onderzoekers dat veel hondenbezitters mogelijk baat hebben bij verbeterde voorlichting over hondengedrag en hoe agressieve interacties kunnen worden geïdentificeerd. Zo bestaan er namelijk wel bepaalde waarschuwingssignalen waar je op kunt letten. Denk aan het verstijven van het lichaam, aanstaren, grommen of blaffen, nekhaar dat recht overeind gaat staan, het rimpelen van de neus en het blootleggen van de tanden. Door dergelijke signalen beter op te pikken, kunnen de ergste gevolgen worden afgewend. “Met name het voorspellen van wat er komen gaat, is hierbij belangrijk,” zegt Bräuer. “Ik hoor vaak discussies tussen hondenbaasjes. De één weet zeker dat de honden speels gedrag vertonen, terwijl de ander het interpreteert als een agressieve interactie. Het is echter cruciaal om te weten wanneer je moet ingrijpen. En daarvoor moet je voorspellen wat er gaat gebeuren.”

Reden
Waarom het blijkbaar nog knap lastig blijkt om een agressieve hond, of een agressieve medemens, te herkennen? “Op dit moment kunnen we alleen nog speculeren,” aldus Bräuer. “Misschien komen speelse interacties vaker voor.” Daarnaast zou het kunnen dat mensen bevooroordeeld zijn en er eigenlijk klakkeloos vanuit gaan dat een ander het goed bedoelt. Dit belemmert ons vervolgens om agressieve interacties nauwkeurig te herkennen. “Onze volgende stap is om te bestuderen hoe mensen interacties beoordelen,” zegt Bräuer. “Waar kijken ze precies naar? En hoe beïnvloedt het categoriseren van de situatie – of het nu agressief of speels is – hoe mensen het verdere beloop van de situatie vervolgens inschatten?”

De resultaten uit de studie benadrukken dat sociale interacties blijkbaar vaak dubbelzinnig kunnen zijn. Bräuer hoopt dan ook verder uit te zoeken of ons inschattingsvermogen verbetert met training, al stemt eerder onderzoek weinig hoopvol. Ervaring blijkt namelijk niet altijd tot betere resultaten te leiden. Toch is Bräuer van plan verder uit te zoeken op welke signalen mensen vertrouwen wanneer ze een sociale interactie beoordelen. Denk daarbij aan vocalisaties, gezichtsuitdrukkingen of lichaamstaal. Daarnaast wil ze bestuderen hoe verschillende soorten, zoals mensen, honden en apen, dergelijke signalen gebruiken om agressie kenbaar te maken. “Dit leidt hopelijk tot een beter begrip van de overeenkomsten en verschillen tussen deze soorten,” zegt Bräuer. “En mogelijk leidt dat vervolgens tot een beter begrip van sociale interacties in het algemeen.”