Vandaag staat er een ontdekking op het menu die de toekomst van vlees totaal op z’n kop kan zetten. Onderzoekers zijn erachter gekomen dat koeiencellen zichzelf op natuurlijke wijze kunnen vernieuwen, zonder genetische manipulatie. De cellen blijven zich eindeloos delen en verouderen niet, een proces dat tot nog toe voor onmogelijk werd gehouden bij zoogdieren.
De studie, die deze week in vakblad Nature Food is gepresenteerd, maakt duidelijk hoe we de productie van vlees dat groeit uit dierlijke cellen in een laboratorium (kweekvlees) flink goedkoper en veiliger kunnen maken. “We dachten altijd dat cellen van grote zoogdieren niet vanzelf onsterfelijk konden worden”, zegt onderzoeksleider Yaakov Nahmias van de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem. “Wat bij kippen relatief snel lukte, bleek bij koeien een uitputtingsslag. We hebben de cellen meer dan anderhalf jaar in leven gehouden voordat de eerste zelfvernieuwende kolonies opdoken.”
De natuurlijke code van cellen breken
Normaal gesproken stoppen dierlijke cellen met delen na een bepaald aantal generaties, een proces dat bekendstaat als senescentie. Tot nu toe konden wetenschappers die grens alleen doorbreken door genen te veranderen, iets wat ethische dilemma’s en zorgen over voedselveiligheid oproept. Maar nu heeft het team van Nahmias ontdekt dat koeiencellen op eigen kracht de grens verder kunnen oprekken. Door cellen van de rundveerassen Holstein-Friesian en Simmentaler meer dan 500 dagen op te kweken, verschenen er na 240 generaties opeens nieuwe kolonies die zichzelf bleven vernieuwen.
Genetische analyse maakte duidelijk dat dit proces helemaal natuurlijk verliep: de cellen behielden hun DNA-herstelvermogen en bleken een interne ‘resetknop’ in te zetten. Twee belangrijke eiwitten – telomerase en PGC1α – spelen daarbij een sleutelrol. Ze verlengen de uiteinden van chromosomen en lappen mitochondriën op, waardoor cellen als het ware hun biologische klok terugdraaien. “Wanneer onderzoekers de groei van cellen zien vertragen, stoppen ze vaak met testen”, legt wetenschapper Elliot Swartz van het Good Food Institute uit. “Deze studie laat zien dat doorzetten loont: voor het eerst zien we dat rundercellen spontaan onsterfelijk kunnen worden. Dit is een enorme stap vooruit in de ontwikkeling van duurzaam en betaalbaar kweekvlees.”
Waarom dit zo belangrijk is
Rundvlees is de meest milieubelastende vorm van landbouw: het is verantwoordelijk voor grootschalige ontbossing, schandalig veel waterverbruik en een flink gedeelte van de wereldwijde CO2-uitstoot. Maar voor de productie van kweekvlees heb je geen levende dieren nodig. Het wordt dan ook al jaren als een duurzaam alternatief gezien voor de kiloknallers in de supermarkt. Maar in de praktijk blijft het moeilijk om rundercellen stabiel en goedkoop op te kweken.
De nieuwe ontdekking lost een van de grootste obstakels op: de noodzaak om genetisch gemodificeerde cellen te gebruiken. Dat maakt de weg vrij voor goedkopere, veiligere en makkelijker schaalbare productie. “Deze studie biedt een routekaart voor niet-gemodificeerde methodes die commercieel toepasbaar zijn bij verschillende diersoorten”, aldus Swartz. “Het is een cruciale stap richting betaalbaar kweekvlees.” Deze aanpak zou er op termijn voor kunnen zorgen dat een kweekburger hetzelfde prijskaartje heeft als gewoon rundvlees, een mijlpaal die de vleesindustrie voorgoed zou veranderen.
Eureka-moment
Er was veel geduld en doorzettingsvermogen nodig om de doorbraak te bewerkstelligen. “Maanden werden jaren, maar we bleven volharden in ons plan. Toen, na meer dan 400 stille dagen, doken de gedroomde kolonies opeens op in het lab. Een waar eureka-moment dat alles wat we dachten te weten over koeiencellen op zijn kop zette”, vertelt Nahmias.
De ontdekking helpt mogelijk zelfs een oud biologisch raadsel op te lossen: Peto’s paradox, die beschrijft waarom grote dieren, ondanks hun vele cellen, zelden kanker krijgen. De natuurlijke afweermechanismen die hen beschermen tegen ongecontroleerde celdeling lijken ook verantwoordelijk voor hun vertraagde celverjonging.
Het team onderzoekt nu of hetzelfde verjongingsmechanisme ook bij andere zoogdieren voorkomt en of de ‘eeuwige’ cellen zich ook daadwerkelijk kunnen ontwikkelen tot spier- en vetweefsel dat geschikt is voor vleesproductie. Als dat lukt, gaan we met rasse schreden richting een toekomst waarin er geen koe meer hoeft te sterven voor je biefstukje.


