Terwijl miljoenen mensen wereldwijd honger lijden, wordt veel voedzaam graan en vis verwerkt in veevoer. Maar een simpele aanpassing in het dierlijk dieet kan ervoor zorgen dat er meer voedsel voor menselijke consumptie beschikbaar komt.

Momenteel wordt ongeveer een derde van de graanproductie als veevoer gebruikt, net zoals ongeveer een kwart van de gevangen vis. Het betekent dat de productie van veevoer een groot beslag legt op natuurlijke hulpbronnen die net zo goed gebruikt kunnen worden om voedsel voor mensen te produceren. Volgens onderzoekers zonde, aangezien miljoenen mensen door hongersnood en ondervoeding worden bedreigd. In een nieuwe studie vroegen ze zich af of een aanpassing in het dieet van vee en gekweekte vis kan leiden tot meer beschikbaar voedsel voor mensen. “In ons onderzoek hebben we het theoretische potentieel van deze verandering berekend – en het verbaasde ons hoe hoog het is,” vertelt onderzoeker Vilma Sandström in gesprek met Scientias.nl.

Voedselsysteem
In de studie namen de onderzoekers de wereldwijde voedsel- en diervoederstromen nauwgezet onder de loep en brachten in kaart hoeveel reststromen er daarbij ontstaan. Vervolgens bestudeerden ze in hoeverre ze in deze stromen konden schuiven. De huidige situatie lijkt namelijk onze eigen medemens niet echt ten goede te komen. “In ons huidige voedselsysteem wordt veel belangrijk voedsel dat ook mensen kunnen nuttigen aan vee en gekweekte vis gevoerd,” vertelt Sandström. “Dit komt omdat het voedzaam, algemeen beschikbaar en vaak goedkoop is. Granen zijn bijvoorbeeld een goede energiebron. Vis heeft een hoog eiwitgehalte, gunstige aminozuur- en vetzuurprofielen en een hoge verteerbaarheid. Dit resulteert erin dat er vismeel en -olie van wordt vervaardigd, dat vervolgens aan de aquacultuur, varkens en pluimvee wordt geserveerd.”

Reststromen
De onderzoekers komen echter tot de ontdekking dat vee en gekweekte vis – in plaats van voedsel dat geschikt is voor menselijke consumptie – eigenlijk net zo goed reststromen gevoerd kunnen krijgen. Vee en gekweekte vis kunnen bijvoorbeeld worden gevoerd met bijproducten van het voedselsysteem, zoals suikerbieten of citruspulp, dierlijke bijproducten of zelfs gewasresten. “Het voeren van bijproducten en reststromen van het voedselsysteem aan dieren is een manier om de circulariteit van het voedselsysteem te vergroten,” licht Sandström toe. “Tegelijkertijd kan dit helpen hongersnoden te bestrijden.”

Miljard extra monden
De cijfers liegen er niet om. Door deze simpele aanpassing in het dierlijk dieet zou maar liefst 10 tot 26 procent van de totale graanproductie en 17 miljoen ton vis (dat is ongeveer 11 procent van de vangst) kunnen worden ingezet voor menselijke consumptie. Dit kan de wereldwijde menselijke voedselvoorziening aanzienlijk vergroten, zonder dat een toename van natuurlijke hulpbronnen of grote veranderingen in het voedingspatroon nodig zijn. Afhankelijk van het precieze scenario betekent dit dat er tussen de 6 en 13 procent calorieën en 9 tot 15 procent eiwitten voor mensen beschikbaar komt. “Dat klinkt misschien niet veel,” zegt Sandström. “Maar dat is genoeg om ongeveer een miljard extra menselijke monden te voeden.”

Uitdagingen
Toch gaat ook dit idee gepaard met uitdagingen. Het voedsel dat nu nog wordt gebruikt in de veeteelt en aquacultuur en straks mogelijk beschikbaar komt voor mensen, is namelijk anders dan het voedsel dat we gewend zijn. “Er bestaan verschillende obstakels,” vertelt Sandström. “Niet alle voedergranen voldoen aan de huidige menselijke kwaliteitsnormen. Ook moeten bepaalde voorkeuren, zoals culturele en smaakaspecten, in overweging worden genomen. De meeste gevangen vis die momenteel nog vaak voor de productie van vismeel en visolie wordt gebruikt, zijn bijvoorbeeld kleine, benige, pelagische vissoorten. En die zijn bij de consument niet echt populair.”

Toeleveringsketen
Ook zijn er aanpassingen in de toeleveringsketen nodig. “De productie van reststromen is wijdverspreid,” gaat Sandström verder. “Dit betekent dat er een goede infrastructuur en een goede organisatie van transport, opslag en verwerking nodig is – zaken die nu nog vaak ontbreken. We zouden het voedselsysteem moeten reorganiseren, zodat de verschillende industrieën en producenten elkaar gemakkelijker kunnen vinden.”

Van lagere kwaliteit
Daarnaast kunnen sommige agrarische bijproducten van lagere kwaliteit zijn, wat weer effect heeft op de productiviteit van de veestapel. “Hier hebben we in onze studie rekening mee gehouden,” benadrukt Sandström. “Over het algemeen zagen we geen vermindering van de productiviteit, de enige uitzondering hierop was de vervanging van granen door gewasresten. In dit geval is vermindering van de productiviteit onvermijdelijk.” Hier hebben de onderzoekers echter iets op gevonden. “Sommige van de bijproducten zouden eerst bewerkt moeten worden voordat ze als voer kunnen worden gebruikt,” stelt Sandström. “Door bijproducten bijvoorbeeld te fermenteren kan de voedingswaarde verbeterd worden. Bovendien is het vooral bij veevoeding mogelijk om diëten samen te stellen die volledig bestaan uit reststromen zonder dat er op de productiviteit ingeleverd wordt.”

Niets in de weg
Volgens de onderzoekers kan het overwinnen van de hierboven beschreven hindernissen aanzienlijke voordelen opleveren. Bovendien staat er volgens hen niets echt in de weg om de veranderingen door te voeren. Zo wordt hun voorstel volgens Sandström al op een geringe schaal in de praktijk gebracht. “Veel bijproducten en reststromen van het voedselsysteem worden al gebruikt voor diervoer,” zegt hij. “Zo worden oliezaadschroot, bijproducten van granen, bijproducten van de suikerverwerking zoals melasse of suikerbietenpulp momenteel al veel gebruikt. Het is dus niet iets dat helemaal opnieuw zou moeten worden ontwikkeld. We hoeven alleen maar het huidige systeem iets aan te passen.”

De onderzoekers tonen met hun studie aan dat met een efficiënter gebruik van bijproducten en reststromen van het voedselsysteem het mogelijk is om de concurrentie tussen menselijke voeding en diervoer te verminderen en de wereldwijde voedselvoorziening te vergroten, zonder dat dit meer natuurlijke hulpbronnen vergt. En dat zijn interessante, nieuwe inzichten. “Dit, in combinatie met andere maatregelen, zijn dringend noodzakelijke acties in de transitie naar meer duurzame en circulaire voedselsystemen,” besluit Sandström.