Door de mens gaat het inmiddels met 79% van Fiji’s eigen mierensoorten niet goed

Een nieuw onderzoek gepubliceerd in Science laat zien dat het merendeel van de eigen mieren op Fiji achteruitgaat. Door genetisch onderzoek aan museumcollecties – een zogeheten ‘community genomics’-aanpak – reconstrueren onderzoekers hoe en wanneer mieren de eilanden koloniseerden en hoe hun populaties door de tijd zijn veranderd. De uitkomst is ontnuchterend: lokale soorten nemen af in populatiegrootte, terwijl mieren van buitenaf juist floreren.

Insecten zijn onmisbaar voor gezonde ecosystemen. Ze bestuiven planten, ruimen dode materie op en houden voedingsbronnen in balans. Toch stapelen signalen van afnemende aantallen zich op wat internationaal wordt samengevat als de ‘insectenapocalyps’. Om te bepalen of recente observaties passen in een langere trend, richtte een team van het Okinawa Institute of Science and Technology (OIST) zich op de eilanden van Fiji. Volgens het team zijn eilanden immers biodiversiteitshotspots, maar ook kwetsbare, gesloten systemen waar menselijke invloed snel doorwerkt.

De kernbevinding is duidelijk: 79% van de endemische mierensoorten – soorten die alleen op Fiji voorkomen – doet het niet goed. De daling blijkt samen te vallen met de komst van mensen op de eilanden en is het sterkst in de afgelopen paar honderd jaar, rond de opkomst van wereldwijde handel en de introductie van moderne landbouw. Tegelijkertijd groeien populaties van exotische mieren die door menselijk handelen naar de eilanden zijn gebracht juist explosief. Het beeld dat daaruit oprijst is ontluisterend: endemische soorten verliezen terrein terwijl exoten daarvan profiteren.

Museumcollecties
De onderzoekers kwamen tot deze conclusies zonder langdurige, continue veldmonitoring – iets wat op tropische eilandsystemen vaak moeilijk uitvoerbaar is. In plaats daarvan maakten ze gebruik van ‘museumomics’: het verzamelen en analyseren van DNA uit museumexemplaren. Omdat de kwaliteit van DNA over tijd afneemt vergt dit speciale methoden die korte fragmenten betrouwbaar kunnen uitlezen. In totaal werden duizenden mieren uit meer dan honderd verschillende soorten onderzocht. Met die gegevens reconstrueerden de wetenschappers de evolutionaire verwantschappen, de timing van aankomst op de eilanden en – via populatiegenetische modellen – of populaties historisch groeiden of krompen.

Daarbij viel nog iets op: de geschiedenis van Fiji telt maar liefst 65 afzonderlijke gebeurtenissen waarbij nieuwe mierensoorten arriveerden. Sommige waren het gevolg van natuurlijke verspreiding, miljoenen jaren geleden. Andere zijn recenter en duidelijk gekoppeld aan menselijke activiteit, zoals handelsroutes die per ongeluk exoten meebrachten. Deze combinatie van oude en nieuwe aankomsten, gevolgd door uiteenlopende populatietrends, maakt het mogelijk om veranderingen in de mieren­gemeenschap in een breder tijdsvenster te plaatsen.

Ecosystemen
De resultaten van het onderzoek zijn relevant te noemen vanwege verschillende redenen. Ten eerste omdat insecten erg belangrijk zijn voor ecosystemen, terwijl langetermijngegevens niet altijd in overvloed beschikbaar zijn. Volgens het team fungeren eilanden daarbij als een kanarie in de kolenmijn: wat zich daar afspeelt kan elders later ook plaatsvinden. Ten tweede toont de studie aan dat de timing van menselijke invloed samenvalt met het verval van inheemse eilandsoorten. Hierdoor konden invasieve soorten voordeel halen uit veranderende leefomstandigheden die door de mens (onbedoeld) zijn veroorzaakt. Dit inzicht is volgens het team belangrijk voor het opstellen van effectiever natuurbeschermingsbeleid. Zo kan er beter ingeschat worden wat er precies nodig is op elk front: van het beperken van nieuwe introducties tot aan het herstellen van het huidige leefgebied.

OKEON
Ten slotte onderstreept het onderzoek de blijvende waarde van museumcollecties. Met moderne genetische technieken valt uit bestaande verzamelingen verrassend veel historische dynamiek te halen – én kan je gemeenschapsbreed (dus over veel soorten tegelijk) trends in kaart brengen.

De aanpak is bovendien schaalbaar. Het team ziet de studie als inspiratiebron voor vervolgonderzoek en als aanvulling op real-time monitoringsprojecten, bijvoorbeeld via akoestische metingen en vangstnetwerken zoals het Okinawa Environmental Observation Network (OKEON). Samen kunnen zulke datasets helpen om oorzaken van achteruitgang beter te ontrafelen en de effectiviteit van beschermingsmaatregelen te toetsen. De boodschap is breder dan Fiji alleen: als we de integriteit van ecosystemen willen bewaren moeten we ook de kleine bouwmeesters systematisch in beeld houden.

Categorieën:

Bronmateriaal

"Genomic signatures indicate biodiversity loss in an endemic island ant fauna" - OKINAWA INSTITUTE OF SCIENCE AND TECHNOLOGY (OIST) GRADUATE UNIVERSITY
Afbeelding bovenaan dit artikel: Egor Kamelev

Fout gevonden?

Interessant voor jou

Voor jou geselecteerd