Dolfijnen blijken nóg een superkracht te hebben: ze kunnen elektrische velden voelen met hun neus

Dolfijnen staan bekend om hun uitstekende zicht, gehoor en echolocatie. Maar ze hebben nog een ander zintuig dat minder bekend is: ze kunnen zwakke elektrische velden voelen, en dat doen ze met hun snuit. Dat ontdekten Duitse onderzoekers.

Dolfijnen worden geboren met twee rijen snorharen, net zoals zeehonden die hebben. Maar bij de dolfijn vallen die snorharen al snel uit. Op de plek waar de snorharen zaten, blijven dan kleine kuiltjes over, zogenaamde ‘vibrissale putten’. Tot nu toe werd gedacht dat die putten een niet-functioneel overblijfsel waren. Maar Tim Hüttner en Guido Dehnhardt van de Universiteit van Rostock, vermoedden dat er misschien wel iets anders aan de hand zou kunnen zijn. De putjes lijken namelijk sterk op de structuren waarmee haaien de elektrische velden van hun prooien kunnen detecteren. Daarom vroegen ze zich af: zou dat ook gelden voor dolfijnen?

Babyhaaien nemen ook al elektriciteit waar
Volwassen haaien jagen met behulp van zeer gevoelige sensoren die het elektrisch veld dat hun prooien creëren, kunnen detecteren. Maar ook haaienembryo’s reageren op de elektrische aanwezigheid van andere vissen. Nog voordat ze uit het eitje zijn gekropen voelen de toekomstige haaien elektrische velden van roofdieren en houden ze zich daarop doodstil.

 

Om dat te testen, lieten de onderzoekers twee tuimelaars (de bekendste dolfijnensoort) genaamd Donna en Dolly in een bassin zwemmen waar – in een stalen constructie – een elektrisch veld aanwezig was (zie video’s). Ze leerden de dolfijnen om hun kaak op een metalen staaf te leggen en pas weg te zwemmen als ze een elektrisch veld waarnamen. Deden ze dit op het goede moment, dan kregen ze van de verzorgers iets lekkers. Tijdens deze oefeningen werd het elektrisch veld steeds zwakker gemaakt, van 500 microvolt per centimeter, tot slechts 2 microvolt per centimeter. De dolfijnen reageerden bijna altijd correct op het signaal, zelfs bij de laagste sterkte. Donna bleek daar overigens iets beter in te zijn dan Dolly; zij kon een veld van 2,4 microvolt per centimeter voelen, terwijl Dolly een veld van 5,5 microvolt per centimeter nodig had.

Een tuimelaar (Dolly) zwemt naar een onderwaterplatform in de dierentuin van Neurenberg, Duitsland, en laat haar onderkaak op een staaf rusten. Als ze een elektrisch veld boven haar snuit voelt, verlaat ze het station en zwemt naar haar trainer, die haar beloont als ze correct een elektrisch veld heeft gedetecteerd. Toen er geen elektrisch veld werd aangeboden, bleef Dolly twaalf seconden lang met haar kaak op de stang rusten voordat ze haar trainer bezocht voor een beloning – Tim Hüttner

Een blik vanuit de experimentele opstelling die de dolfijnen gebruiken om aan te geven wanneer ze een elektrisch veld hebben gevoeld. Een dolfijn (Dolly) zwemt naar het platform en laat haar kaak op een staaf rusten om zichzelf correct te positioneren. Wanneer ze een elektrisch veld voelt, geproduceerd door twee kleine elektroden boven haar snuit, verlaat ze het station en zwemt naar haar trainer die haar beloont als ze correct een elektrisch veld heeft gedetecteerd – Tim Hüttner

Pulserende velden
De opzet van dit experiment zegt alleen nog niet alles over hoe de dolfijnen dit extra zintuig kunnen gebruiken. De elektrische velden van de prooidieren van de dolfijnen, zoals bijvoorbeeld rivierkreeften, zijn namelijk niet zo constant als in deze opzet. Vissen zwemmen bijvoorbeeld weg, maar de elektrische velden veranderen ook door andere bewegingen zoals van de kieuwen. De volgende vraag die de onderzoekers stelden was dus of Donna en Dolly ook pulserende velden zouden kunnen voelen. Na dit te testen met verschillende pulsaties bleek dat inderdaad zo te zijn, al vonden de dolfijnen het wel een stuk lastiger om de wisselende velden te detecteren dan de constante velden.

Prooi
Wat betekent dit zintuig voor dolfijnen in de praktijk? Dehnhardt: “De gevoeligheid voor zwakke elektrische velden helpt een dolfijn om vissen te zoeken die bijvoorbeeld verborgen zijn in het zand. Het extra zintuig gebruiken ze vooral voor de laatste paar centimeter voordat ze hun prooi opeten. Dat in tegenstelling tot haaien, die de elektrische velden van vissen binnen 30–70 centimeter kunnen voelen en daarmee ook kunnen jagen.”

Hüttner en Dehnhardt vermoeden dat het vermogen van dolfijnen om elektriciteit te voelen hen ook op een grotere schaal kan helpen. De aarde heeft namelijk een groot magnetisch veld. Als dolfijnen door dit veld zwemmen, ontstaat er een elektrisch veld over hun lichaam. Dit elektrisch veld is heel zwak, maar de dolfijnen zouden het toch kunnen voelen met hun snuit. Als de dieren sneller zwemmen, is de kans nog groter dat ze het magnetisch veld van de planeet voelen, waardoor ze hun elektrische zintuig ook kunnen gebruiken als een soort kompas, om te navigeren.

Bronmateriaal

"Passive electroreception in bottlenose dolphins (Tursiops truncatus): implication for micro- and large-scale orientation" - Journal of Experimental Biology

Afbeelding bovenaan dit artikel: Claudia14 van pixabay (via CanvaPro)





Fout gevonden?

Voor jou geselecteerd