Het gebied waarin dit virus kan toeslaan en het aantal mensen dat het daarbij kan doden, neemt in de toekomst enorm toe, zo voorspellen onderzoekers.

Op dit moment komt het lassavirus voornamelijk voor in West-Afrika. Maar het virus gaat terrein winnen, zo is te lezen in het blad Nature Communications . Door klimaatverandering zal het gebied waarin het virus gedijt flink groeien. En doordat de bevolking in Afrika ondertussen ook stug doorgroeit, kan het aantal mensen dat het – soms dodelijke – virus oploopt, de komende decennia met wel 600 procent(!) toenemen.

Wat is het lassavirus?
Het lassavirus is een zoönose en wordt dus van dieren op mensen overgedragen. In dit geval is de veeltepelmuis – de vrouwtjes hebben tot wel twaalf paar tepels op hun buik – de boosdoener; de knaagdieren dragen het virus waarschijnlijk via hun uitwerpselen op mensen over. Eenmaal besmet, verloopt de infectie naar schatting in 80 procent van de gevallen vrij mild of zelfs asymptomatisch. In 20 procent van de gevallen ontstaan er echter ernstige klachten – lage bloeddruk, permanent gehoorverlies en darmbloedingen bijvoorbeeld. Van de lassa-patiënten die uiteindelijk met deze ernstige klachten in het ziekenhuis belanden, komt een hoog percentage – soms tot wel 80 procent – te overlijden. Naar schatting lopen elk jaar enkele honderdduizenden mensen het lassavirus op. De meesten van hen wonen in Nigeria en verschillende andere West-Afrikaanse landen. Een vaccin of effectieve behandeling is er niet.

De veeltepelmuis draagt dit lassavirus dus bij zich en op mensen over. Maar opvallend genoeg is het niet zo dat overal waar deze muis leeft, ook het virus voorkomt. Er zijn delen van het leefgebied van de veeltepelmuis waar het virus zich verder niet verspreidt. Het doet vermoeden dat het virus het niet onder alle omstandigheden even goed doet. En onderzoekers hebben dat idee nu verder verkend en inderdaad sterke aanwijzingen gevonden dat het virus zo zijn voorkeuren heeft. En waar die voorkeuren het gebied waarin het virus zich gemakkelijk verspreidt nu nog beperken, kunnen ze er in de toekomst zomaar voor zorgen dat het gebied waarin het virus veel voorkomt, sterk groeit.

Modellen
Om meer grip te krijgen op de omgevingskenmerken die kunnen helpen verklaren waarom het virus in het ene deel van het leefgebied van de veeltepelmuis wél en in het andere juist niet voorkomt, maakten de onderzoekers gebruik van modellen. Ze keken daarbij allereerst waar het virus zich op dit moment verspreidt en hoe bijvoorbeeld het klimaat en landgebruik er in die gebieden uitziet. “Wat we ontdekten is dat het virus vooral gedijt bij temperaturen tussen de 25 en 30 graden en een situatie waarin tussen de 40 en 80 procent van de grond als weidegrond word ingezet,” vertelt onderzoeker Raphaëlle Klitting aan Scientias.nl. “Deze omstandigheden bevorderen waarschijnlijk de circulatie van het virus onder de knaagdieren, zodat het virus zodanig veel voorkomt dat het in veldstudies wordt opgemerkt of op mensen over kan springen.”

Vervolgens gingen de onderzoekers een stap verder en combineerden hun model met voorspellingen omtrent hoe het klimaat, landgebruik en ook het leefgebied van de veeltepelmuis de komende decennia in Afrika gaat veranderen. Al snel ontdekten ze dat de omstandigheden waaronder het virus zich nu gemakkelijk verspreidt naar verwachting de komende decennia terrein gaan winnen in Afrika. Omdat de bevolking van Afrika tegelijkertijd flink groeit, kan dat resulteren in een explosieve toename van het aantal besmettingen. “Onze analyse laat zien hoe klimaat, landgebruik en populatieveranderingen in de komende 50 jaar ertoe kunnen leiden dat het risico op lassakoorts (de ziekte veroorzaakt door het lassavirus, red.) op dramatische wijze toeneemt.”

Heel concreet voorspellen de onderzoekers dat het aantal mensen dat aan het virus wordt blootgesteld kan stijgen van 92 miljoen vandaag de dag naar 453 miljoen in 2050 en zelfs 700 miljoen in 2070. Dat is een toename van meer dan 600 procent.

Klimaatscenario’s
Wanneer onderzoekers de impact van klimaatverandering willen simuleren, kunnen ze uit verschillende klimaatscenario’s kiezen. Zo zijn er scenario’s waarin we op korte termijn flink in onze uitstoot gaan snijden, maar ook scenario’s waarin we op deze voet door blijven gaan (en de opwarming dus ook stug doorgaat). Voor dit onderzoek hanteerden de wetenschappers het klimaatscenario dat aangeduid wordt als RCP 6.0. Dit scenario is een beetje de gulden middenweg en zit tussen een scenario waarin we niet of nauwelijks moeite doen om onze uitstoot terug te dringen en een scenario waarin we er wereldwijd een zeer ambitieus klimaatbeleid op nahouden, in.

Langzaam
De bevindingen zijn weinig optimistisch. Toch zien de onderzoekers nog wel een sprankeltje hoop. Zo hint hun studie er weliswaar op dat het virus zich naar nieuwe gebieden gaat verspreiden, maar zijn er tegelijkertijd aanwijzingen dat dat niet heel snel zal gaan. “We maakten hiertoe gebruik van modellen die ons in staat stellen om afgaand op het genoom van het virus de verspreiding ervan door tijd en ruimte vast te stellen,” legt Klitting uit. “En met behulp van die reconstructies kunnen we meer zeggen over de snelheid waarmee het virus zich verspreidt.” En dat gaat dus tamelijk langzaam.

Maatregelen
Het geeft mensen hopelijk de tijd om zich voor te bereiden op de komst van het virus. “Het is lastig te voorspellen wanneer en waar het virus zich zal verspreiden, dus het is een hele uitdaging om die verspreiding te voorkomen,” stelt Klitting. “Maar wat we wel kunnen doen, is voorkomen dat het virus op mensen overspringt, door contact tussen mensen en knaagdieren te beperken. Bijvoorbeeld door maatregelen te treffen om te voorkomen dat knaagdieren in huis komen, voedsel te bewaren in opbergsystemen die knaagdierproof zijn, geen knaagdieren meer te eten, etc.” Daarnaast is het natuurlijk ook heel belangrijk om het virus op de voet te volgen en door veldonderzoek vast te stellen waar het voorkomt en of het zich daadwerkelijk naar onontgonnen gebieden verplaatst.

Deze kaartjes geven aan waar de kans op blootstelling aan het lassavirus nu en in de toekomst het grootst is. Waar de ziekte nu vooral in West-Afrika voorkomt, dreigt dat in de toekomst dus te veranderen. Verspreiding buiten Afrika is daarbij nog altijd onaannemelijk, aldus Klitting. “Er zijn wel gevallen bekend waarbij het virus ook buiten Afrika opdook, nadat reizigers het hadden meegebracht, maar tot op heden is er buiten Afrika geen sprake van verdere virusverspreiding. En gezien de omstandigheden die het virus vereist is het extreem onwaarschijnlijk dat dat in de toekomst wel gaat gebeuren.” Afbeelding: Scripps Research en de Universiteit van Brussel.

Waakzaamheid kan ondertussen natuurlijk nooit kwaad. Niet alleen met het oog op het lassavirus, maar ook zeker met het oog op andere virussen die van dier op mens over kunnen springen. “Met klimaatverandering en de groeiende impact die menselijke activiteiten op de natuur hebben, veranderen ook de risico’s die zoönosen met zich meebrengen,” aldus Klitting. “We zouden onze inspanningen gericht op het bestuderen en controleren van deze ziekten moeten vergroten. Middels lokale controlestrategieën voor opkomende ziekten kunnen we immers wereldwijde verspreiding ervan voorkomen. Dat is ons recent met de apenpokken niet gelukt en dus moeten we in de toekomst gewoon beter ons best doen.”