Die enorme mammoet met zijn gigantische slagtanden geeft duizenden jaren na zijn uitsterven nog steeds voer voor discussie. Want hoe nauwkeurig is de datering op basis van DNA-materiaal eigenlijk?

Waarom en wanneer de mammoet precies verdween, is nog steeds onduidelijk. Kwam het door klimaatverandering, die hun leefgebied veranderde, of heeft de mens de olifantachtigen een kopje kleiner gemaakt? En wanneer gebeurde dat allemaal precies?

Verdwenen graslanden
Eerst gingen paleontologen ervan uit dat mammoeten zo’n 10.000 jaar geleden zijn uitgestorven (op een groepje dwergmammoeten op het Russische Wrangel-eiland in de Noordelijke IJszee na), maar een recent onderzoek in Nature, waarin DNA-materiaal van mammoetresten en zo’n 1500 Arctische planten zijn geanalyseerd, komt tot een andere tijdlijn: slechts 3900 jaar geleden zou de laatste mammoet het licht uit hebben gedaan en de reden van uitsterven zou zijn dat het klimaat natter werd. Het landschap veranderde snel van steppe- en toendragraslanden in beboste wetlands. Dit zou de grote harige grazer de das om hebben gedaan.

Paleontoloog Joshua Miller van de University of Cincinnati is het echter niet met deze analyse eens. Hij wijst erop dat het dateren van DNA-materiaal uit sedimentaire afzettingen misleidend kan zijn, omdat genetisch materiaal onder bepaalde omstandigheden pas duizenden jaren na de dood in het sediment wordt vereeuwigd. In een artikel, dat ook in Nature verscheen, weerlegt Miller de claims van het eerdere onderzoek.

DNA-datering misleidend
“Het probleem is dat je geen idee hebt hoe oud dat DNA is”, legt Miller uit. “Sedimentaire afzettingen zijn complex. Biologisch materiaal van verschillende leeftijden wordt vaak samen begraven.” Onderzoekers hebben veel hulpmiddelen om sedimentaire afzettingen en de materialen die erin zitten te dateren, maar dat lukt niet altijd, zegt Miller. “We kunnen allerlei dingen dateren door middel van radiokoolstof (C14-datering): botten, tanden, houtskool en bladeren. Dat is een hele krachtige en nauwkeurige methode. Maar momenteel kunnen we DNA-materiaal dat gevonden is in sedimenten niet onafhankelijk van elkaar dateren.”

Uit recente ontdekkingen, zoals de babymammoet die dit jaar in Canada is gevonden, weten we dat veel dieren uit de ijstijd die tienduizenden jaren geleden stierven, gemummificeerd kunnen worden in de droge, koude omgeving van de Noordpool. Maar Miller legt uit dat onderzoekers niet kunnen zeggen of dit DNA, dat in sediment is bewaard, afkomstig is van een levend of dood dier.

‘Verse’ DNA-sporen lang na de dood
“DNA wordt continu afgestoten door levende wezens”, aldus Miller. “Als de omstandigheden goed zijn, dan geeft een dier, lang nadat het is gestorven, nog DNA-materiaal af. Op plaatsen waar de ontbinding tergend langzaam verloopt, zorgt dit ervoor dat genetisch materiaal van lang geleden gestorven of zelfs al lang uitgestorven soorten veel later vereeuwigd wordt in omliggend sediment. Zo kan het in het Arctische gebied en andere koude regio’s wel duizenden jaren duren voordat organisch materiaal ontbindt.”

Zijn studie geeft aan dat gemummificeerde overblijfselen van zeeolifanten in de buurt van Antarctica soms meer dan 5000 jaar oud zijn. “In sommige afgelegen delen van het Noordpoolgebied worden 2000 jaar oude kariboegeweien aan de oppervlakte gevonden”, zegt de paleontoloog. De meest recente mammoetfossielen die in Siberië zijn gevonden, zijn echter zo’n 11.000 jaar geleden begraven in de permafrost. Het is dus waarschijnlijker dat de mammoeten toch, zoals eerder gedacht, rond die tijd zijn uitgestorven.

Hoe oud is een schelp?
Coauteur Carl Simpson legt vanuit zijn werkgebied als maritiem onderzoeker uit waarom het zo moeilijk is om oude monsters te dateren. “Schelpen kunnen duizenden jaren op de zeebodem blijven liggen. De schelpen op het strand kunnen de behuizing zijn geweest van dieren die onlangs zijn gestorven, maar misschien zijn deze schaaldieren wel duizenden jaren geleden doodgegaan, het verschil is moeilijk te zien”, vertelt Simpson. “Ditzelfde gebeurt ook bij gewervelde dieren.”

Uithangbord
Volgens Miller blijft het de vraag welke impact de mens heeft gehad op het wereldwijde uitsterven van de mammoeten. Het is bekend dat de mens rond die tijd vuur gebruikte waardoor het landschap ingrijpend kon veranderen. Ook jaagden mensen op de mammoet en maakten ze gebruik van hun ivoren slagtanden. Het kan allemaal hebben bijgedragen aan de ondergang van de tot de verbeelding sprekende olifantachtige. “Ze lijken enorm op dieren die nu nog in het wild en in dierentuinen te zien zijn”, zegt Miller. “We kunnen ze bijna aanraken. Dat maakt mammoeten erg aantrekkelijk. Voor veel mensen zijn het de uithangborden van de megafauna uit de ijstijd.”