De ene dinosaurus schrokte hele lappen vlees naar binnen, de andere hield het bij plantjes en weer anderen kon het niet schelen wat er op het menu stond.

De vroegste dinosaurussen waren zowel carnivoren en omnivoren als herbivoren, blijkt uit onderzoek van paleobiologen van de University of Bristol. Ze keken naar de vorm van de tanden van de eerste dinosaurussen en gebruikten computermodellen om de functie van de tanden te simuleren. Zo konden de onderzoekers een vergelijking maken met levende reptielen en hun eetpatroon.

Ze ontdekten dat veel van de plantenetende dinosaurussen vroeger omnivoren waren en dat de voorouders van de bekende herbivoren met de lange nekken, zoals de Diplodocussen, vlees aten. Dit vermogen om hun dieet al vroeg in de evolutie te variëren verklaart mogelijk het evolutionaire succes van de dino’s.

Veel kleiner dan de T. rex
Er zijn nog veel raadselen rond de eerste dinosaurussen: ze waren veel kleiner dan hun latere familieleden en stonden lange tijd in de schaduw van krokodilachtige reptielen. Het is ook onbekend hoe divers hun voeding en eigenschappen waren, maar wetenschappers denken dat er iets gebeurd moet zijn in het Trias (tussen 252 en 202 miljoen jaar geleden) waardoor dinosaurussen de Trias-Jura-extinctie hebben overleefd en zich in de nasleep daarvan zo konden aanpassen dat ze de dominante diersoort werden voor de rest van het Mesozoïcum, dat tot 66 miljoen jaar geleden duurde en de geologische tijdvakken Trias, Jura en Krijt omvat.

Hoofdonderzoeker Antonio Ballell vertelt over zijn ontdekking: “Vlak na hun ontstaan begonnen dinosaurussen een interessante diversiteit te ontwikkelen wat betreft hun schedel en tandvorm. Decennialang dachten paleontologen daardoor dat verschillende soorten al aan het experimenteren waren met verschillende diëten. Ze vergeleken de tanden met die van moderne reptielen en probeerden daaruit af te leiden wat ze aten, gebaseerd op de overeenkomsten van hun tanden.”

Scherpe tanden
Maar de Engelse onderzoekers gingen een stap verder. “Wij hebben ditzelfde onderzocht door een aantal computermodellen te ontwikkelen en de vorm en functie van de tanden van de eerste dino’s vast te stellen en te vergelijken met nog levende reptielen met verschillende diëten. We hebben zelfs de bijtkracht gesimuleerd met software.”

Medeonderzoeker professor Mike Benton vervolgt: “Met deze batterij aan methodes waren we in staat om te kwantificeren hoe vergelijkbaar die eerste dinosaurussen zijn met moderne dieren en vonden we solide bewijs voor de verschillende eetpatronen. De vleesetende theropoda hebben bijvoorbeeld puntige, gebogen, scherpe tanden met kleine kartels, die hetzelfde werken als die van moderne monitorhagedissen. De afgepunte tanden van de ornithischia en sauropodomorpha daarentegen lijken meer op die van moderne omnivoren en herbivoren, zoals leguanen.”

Innovatieve studie
De nieuwe studie is erg vernieuwend door het gebruik van machine learning om de eerste dinosaurussen in te delen in verschillende dieetcategorieën gebaseerd op hun tandvorm en gebruik. De thecodontosaurus en de Bristol-dinosaurus hadden bijvoorbeeld tanden die aangepast waren aan een plantaardig dieet.

Professor Emily Rayfield vult aan: “Onze analyses onthullen dat de ornithischia – de groep waar veel planteneters onder vallen zoals de gehoornde dinosaurussen en de ankylosaurussen – begonnen als omnivoren.” Later werden het planteneters. “Een ander interessante ontdekking is dat de eerste sauropodomorpha, de voorouders van de plantenetende diplodocus, vleeseters waren. Dit laat zien dat deze twee grote dinosaurussoorten van oorsprong geen herbivoren waren, in tegenstelling tot wat tot nu toe werd gedacht. Ook toont het aan dat het dieet van de vroege dinosaurussen heel divers was.”

Succesvolle evolutie
Ballell concludeert: “Het lijkt erop dat een van de dingen die de eerste dinosaurussen speciaal maakte is dat ze verschillende diëten ontwikkelden gedurende het Trias en we denken dat dit de sleutel is geweest voor hun succes in de evolutie.”

Dinosaurussen domineerden het leven op het land tijdens het Mesozoïcum tot hun uitsterven 66 miljoen jaar geleden. Er waren gigantisch grote planteneters met lange nekken zoals de diplodocus en enorme vleeseters als de Tyrannosaurus rex. Maar hun herkomst is veel nederiger en gaat terug naar het Trias waarin de dinosaurussen zo’n 235 miljoen jaar geleden voor het eerst verschenen en soms niet groter waren dan een krokodil.