Dit is waar spinnen écht vandaan komen, zo blijkt uit nieuw onderzoek

Een 500 miljoen jaar oud fossiel laat zien dat spinnen en hun familieleden, zoals schorpioenen en mijten, mogelijk uit zee komen.

Het fossiel in kwestie komt van Mollisonia symmetrica, een piepklein zeediertje uit het Cambrium. Dat is een periode waarin het leven op aarde nog volop aan het uitvinden was wat mogelijk was. Dit beestje had een lichaam in twee delen: een breed, rond schild aan de voorkant en een gesegmenteerde achterkant die eindigt in wat misschien een soort staart was. Lange tijd dachten wetenschappers dat het een verre neef was van degenkrabben. Dat zijn gepantserde zeebeesten die een half miljard jaar geleden in de oceanen zwommen en nu nog altijd bestaan in delen van Azië en Amerika. Maar nu blijkt dat toch niet zo te zijn.

Een brein dat spinnen verraadt
Een team van de Universiteit van Arizona ontdekte dat de diertjes niet verwant zijn aan de degenkrab. De onderzoekers legden een fossiel van Mollisonia symmetrica onder de microscoop. Zo brachten ze het zenuwstelsel van het dier in beeld. En wat ze zagen, leek verdacht veel op dat van de spinnen die we vandaag kennen. In het voorste deel van het lichaam vonden ze een patroon van zenuwknopen die vijf paar ledematen aanstuurden. Dat is hetzelfde soort besturingssysteem dat je ook bij spinnen en hun verwanten ziet. En voor wie nu denkt: spinnen hebben toch acht poten, geen tien? Klopt. Maar naast vier paar poten hebben spinnen ook een paar pedipalpen: tastorganen die doen denken aan kleine armpjes. Nog opvallender: het brein van Mollisonia was compact en rechtstreeks verbonden met tangachtige klauwen, die sterk doen denken aan de giftanden van spinnen.

Brein is ‘achterstevoren’
Het opvallendste? De opbouw van dat brein was ‘achterstevoren’ vergeleken met andere zeedieren zoals schaaldieren of insecten. Bij Mollisonia zaten de belangrijkste zenuwcentra omgekeerd, iets dat zorgt voor snellere verbindingen met de rest van het lichaam. Dat zou kunnen verklaren waarom spinnen zo razendsnel bewegen en ingewikkelde webben kunnen maken. “Dit is een grote evolutionaire stap, die uniek lijkt voor spinachtigen”, zegt Frank Hirth, co-auteur van de studie waarin dit allemaal wordt beschreven, in een persbericht. “Toch hebben we in Mollisonia al hersendomeinen geïdentificeerd die overeenkomen met levende soorten waarmee we de onderliggende genetische opmaak kunnen voorspellen die gemeenschappelijk is voor alle geleedpotigen.”

Bewijs uit cijfers
Toeval, denk je misschien? Om dat uit te sluiten, deed het team een grondige statistische check. Ze vergeleken 115 kenmerken van het zenuwstelsel en de bouw van zowel uitgestorven als levende dieren met poten en scharen (geleedpotigen, in vaktaal). De conclusie was helder: Mollisonia past perfect in de stamboom van moderne spinnen en hun verwanten. Dit wijst erop dat deze dieren hun roots in de zee hebben en later pas het land veroverden.

De bevinding heeft ook bredere evolutionaire implicaties. Misschien dwongen de eerste spinachtigen insecten wel om vleugels te ontwikkelen, als verdedigingsmechanisme, zegt mede-auteur Nicholas Strausfeld in het persbericht. “Vliegen is natuurlijk een groot voordeel als je wordt opgejaagd door een spin.”

Niet alles is zeker
Toch is het geen waterdicht verhaal. Het fossiel van Mollisonia is een zeldzame vondst; andere fossielen uit die tijd zijn vaak te slecht bewaard om hun zenuwstelsel te checken. Betekent dit dat alle vroege spinachtigen zo’n brein hadden? Dat weten we nog niet. Bovendien leunt het onderzoek op één enkel fossiel, wat de conclusies een tikje wankel maakt. Meer fossielen en studies zijn nodig om het zee-verhaal echt hard te maken.

Bronmateriaal

"Dit is waar spinnen écht vandaan komen, zo blijkt uit nieuw onderzoek" -
Afbeelding bovenaan dit artikel: Nick Strausfeld

Fout gevonden?

Interessant voor jou

Voor jou geselecteerd