Dit is hoe Joodse vluchtelingen tijdens de Tweede Wereldoorlog terechtkwamen in de Caraïben

Honderden Joodse, Nederlandse vluchtelingen vluchtten na de Duitse bezetting naar het Caribisch gebied. Hun verhaal bleef vrij onbekend, tot nu.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog vonden enkele honderden Joodse vluchtelingen uit Nederland, België en Luxemburg een onverwachte, tropische bestemming: het Caribisch gebied. Via Spaanse en Portugese havens bereikten ze eilanden als Curaçao, Jamaica en Suriname. Historicus Rosa de Jong bracht hun tot nu toe vrij onbekende geschiedenis in kaart. Haar onderzoek laat zien hoe deze mensen na internering en ontberingen een nieuw leven moesten opbouwen in de koloniale samenlevingen van het Caribisch gebied.

Vrij weinig over bekend
In de Nederlandse herinneringscultuur van de Tweede Wereldoorlog bleef deze groep decennialang buiten beeld. Pas laat kwam er aandacht voor de Holocaust, de vernietigingskampen en de onderduikers, maar nauwelijks voor de Joodse vluchtelingen die wisten te ontkomen en elders terechtkwamen. De Jong noemt hun geschiedenis een ontbrekende schakel ‘in ons collectieve geheugen’.

“Na de Duitse bezetting van mei 1940 vertrokken vluchtelingen uit Nederland, België en Luxemburg via de Iberische havens naar de Caraïben, en dat ging zelfs door tot de herfst van 1942”, vertelt ze. Hun reis vond plaats na het incident van het beruchte schip St. Louis, dat in 1939 door Cuba werd geweigerd en moest terugkeren naar Europa. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, stopte de vlucht naar de Caraïben daar niet.

Achter prikkeldraad
De vluchtelingen die de overtocht wisten te maken, kwamen terecht in Suriname, op Curaçao en Jamaica. Op Jamaica werden zo’n 300 vluchtelingen opgevangen, op Curaçao ongeveer 100 en in Suriname iets meer dan 100. Hun aankomst betekende echter niet dat ze vrij waren.

“Na aankomst bleek het dagelijks leven in de toenmalige koloniën niet eenvoudig: vluchtelingen werden – vaak tot hun verbazing – geïnterneerd, en raciale en koloniale hiërarchieën bepaalden hun positie. Hoewel zij Europees en wit waren, verbleven ze achter prikkeldraad”, vertelt De Jong.

Empathie en weerstand
De houding van de koloniale bestuurders stond echter in scherp contrast met die van de lokale bevolking. Veel bewoners reageerden wel met empathie en hulpbereidheid, terwijl bestuurders de komst van de vluchtelingen probeerden tegen te werken. De Surinaamse gouverneur Kielstra verzon bijvoorbeeld bezwaren over ruimtegebrek, geld en zelfs het ontbreken van hout om huizen te bouwen, wat een opmerkelijke redenering is in het bosrijke Suriname. Volgens De Jong had die tegenwerking vaak een antisemitische ondertoon.

Na de interneringskampen
Sommige vluchtelingen verbleven slechts enkele dagen in de interneringskampen, anderen jarenlang. Daarna vonden ze hun weg naar Caribische steden of emigreerden verder naar de Verenigde Staten. Enkelen keerden zelfs terug naar Europa om te vechten tegen nazi-Duitsland.

 

Bronmateriaal

"Een vergeten geschiedenis: de Caraïben als toevluchtsoord tijdens WO II " - Universiteit van Amsterdam
Afbeelding bovenaan dit artikel: Julia Taubitz, Pixabay

Fout gevonden?

Interessant voor jou

Voor jou geselecteerd