Heb je van alles te doen en beknibbel je daarom nogal eens op je slaap, dan ben je vermoedelijk geen pensionado en zeker geen klein kind. Onze slaapduur vormt namelijk een U-vormig patroon.

Als we jong zijn slapen we veel en als we oud zijn ook, blijkt uit Amerikaans onderzoek. Het kortst slapen Amerikanen als ze 40 jaar oud zijn. Rond de 50 kruipt het aantal uur slaap weer omhoog, aldus onderzoekers van het Medical College in Georgia. Ze onderzochten het slaappatroon van 11.279 Amerikanen van 6 jaar en ouder die deelnamen aan het National Health and Nutrition Examination Survey. Dit is de eerste keer dat er representatieve metingen zijn gedaan met bewegingsmeters. De deelnemers droegen zeven dagen achter elkaar 24 uur per dag een zogenoemde accelerometer. Hoewel het apparaat niet direct de slaaptijd meet, geeft de mate van beweging wel een indicatie van de slaapduur, zegt coauteur Dr. Vaughn McCall, expert op het gebied van slapeloosheid, depressie en zelfmoord.

Het is een objectievere meting dan de zelfrapportage waarop veel slaapstudies zijn gebaseerd, al komen de uitkomsten behoorlijk overeen. “We hebben eerdere bevindingen kunnen bevestigen”, aldus dr. Shaoyong Su, die het onderzoek leidde. “Mensen denken dat kinderen en adolescenten langer slapen en dat is ook zo. Op middelbare leeftijd slapen mensen korter en ook dat bevestigen onze bevindingen op een objectieve manier.” De slaapduur neemt toe als mensen de 60 zijn gepasseerd.

Pensioen
Met deze objectievere metingen ontdekten de onderzoekers opnieuw dat over het algemeen onze slaapduur afneemt als onze leeftijd toeneemt, al zagen ze dus een duidelijke U-vorm ontstaan: vanaf 10-jarige leeftijd slapen mensen steeds korter en na hun 50ste wordt dat weer meer. Japanse en Franse studies onder grote groepen mensen vonden eenzelfde patroon. De langere slaapduur bij mensen boven de 60 is simpelweg te verklaren doordat ze stoppen of minder gaan werken, waardoor ze minder vroeg op hoeven te staan. Maar ook gezondheidsproblemen kunnen verklaren waarom oudere Amerikanen langer slapen, schrijven de onderzoekers.

Wordt gekeken naar slaapefficiëntie in plaats van slaapduur dan ontstaat een ander beeld. Slaapefficiëntie is de tijd dat je daadwerkelijk slaapt en niet de tijd die je besteedt aan slapen. 85 procent slaapefficiëntie wordt als goed beschouwd. De slaapefficiëntie nam ook iets af met de leeftijd, maar bleef stabiel tussen de 30 en 60 jaar. Volwassenen slapen dus even efficiënt, maar wel korter op de drukke middelbare leeftijd.

“Mensen denken vaak dat de slaapefficiëntie rechtstreeks naar beneden gaat met de leeftijd, maar we ontdekten dat er een stabiele periode is, van 30 tot 60 jaar oud, waarop je slaapefficiëntie vrij stabiel is”, zegt dr. Xiaoling Wang.

Vrouwen slapen langer
De onderzoekers ontdekten ook dat vrouwen gedurende hun hele leven over het algemeen langer slapen dan mannen, maar de neiging hebben om later naar bed te gaan, vooral naarmate ze ouder worden. Ook wordt hun slaap vaker onderbroken, zeker in de tijd dat ze voor de kinderen moeten zorgen. Netto hebben ze toch nog ongeveer vier minuten meer slaap per nacht dan mannen.

Verrassende uitkomst van het onderzoek is dat mannen en vrouwen even efficiënt slapen. Dat is opmerkelijk, omdat vrouwen vaak zelf een slechtere slaapkwaliteit rapporteren en meer slaapproblemen hebben. Mogelijk denken vrouwen dus dat ze slecht slapen, terwijl dat in de praktijk enigszins meevalt.

Belang van slaap
De onderzoekers benadrukken tot slot nog het belang van slaap. “Eén ding dat je niet kunt overschatten, is de impact van slaap”, zegt Wang. Zonder voldoende slaap “put je je lichaam uit”, zegt ze. Bovendien neemt je vermogen om je aan te passen aan minder slaap af met de leeftijd.

Hoewel een slaaptekort op zichzelf een risicofactor is voor een groot aantal gezondheidsproblemen, van obesitas en diabetes tot hart- en vaatziekten, kan het ook een indicator zijn van ziekte, zegt McCall. Hij vergelijkt de kwaliteit van onze slaap met de spreekwoordelijke ‘kanarie in een kolenmijn’: slaapklachten kunnen wijzen op psychische of lichamelijke gezondheidsproblemen.