Op een heuvel in Israël hebben archeologen een piepklein kleibeeldje van 12.000 jaar oud opgegraven. Het is een tafereeltje van een vrouw met een gans om haar nek. Bijzonder, omdat het de oudst bekende weergave is van een band tussen mens en dier.
Bovendien is het ook nog eens de vroegste natuurgetrouwe weergave van een vrouw in Zuidwest-Azië. Maar het belangrijkste aan het beeldje is dat het ons een uniek kijkje geeft in de symboliek en rituelen van de eerste dorpsgemeenschappen ter wereld.
Mysterieus miniatuurtje
Het figuurtje is slechts 3,7 centimeter lang en werd ontdekt in de laat-Natufische nederzetting Nahal Ein Gev II, een prehistorisch dorp dat uitkijkt over het Meer van Tiberias, dat ook wel bekend staat als het Meer van Galilea. De Natufiërs waren waarschijnlijk de voorouders van degenen die de eerste dorpen bouwden in het gebied, de oudste nederzettingen ter wereld. Onder leiding van hoofdonderzoeker Laurent Davin stuitte het team op een kleien figuurtje dat meteen opviel door de gedetailleerde vormgeving. Er is een gehurkte vrouw te zien met op haar rug een gans die opvallend levendig is geboetseerd.
Het lijkt om een symbolische weergave te gaan. Het ziet er namelijk niet uit alsof het dier dood of gevangen is, maar juist alsof hij onderdeel is van een verhaal of ritueel. Het geheel doet denken aan een mythische ontmoeting, passend bij een wereldbeeld waarin mens en dier geestelijk verwant waren. “Dit is op meerdere niveaus uitzonderlijk”, zegt Davin. “Het is de vroegste figuratieve voorstelling waarin mens en dier samen worden afgebeeld en daarbij ook nog eens het oudste natuurgetrouwe beeld van een vrouw in deze regio.”
Vingerafdruk
De vondst komt uit een periode waarin de mens net begon te settelen. De Natufische cultuur (15.000–11.500 jaar geleden) vormt de overgang tussen rondtrekkende jager-verzamelaars en de eerste vaste nederzettingen. Lang voordat de landbouw opkwam, experimenteerden deze gemeenschappen al met rituele kunst, symboliek en nieuwe technieken. Het beeldje van Nahal Ein Gev II is met veel zorg en aandacht vervaardigd. Het is geboetseerd uit lokale klei en verhit tot ongeveer 400 graden, een prachtig voorbeeld van vroege pyrotechnologie.
Onder de microscoop ontdekte het team bovendien resten van de kleurstof rode oker op de vrouw en de gans. En er is nog iets bijzonders te zien: op het oppervlak is een vingerafdruk bewaard gebleven, waarschijnlijk achtergelaten door de vrouwelijke maker. Ook de stijl valt op. De beeldhouwer speelde met licht en schaduw om diepte te creëren, een artistieke aanpak die pas duizenden jaren later volledig tot bloei kwam. We zien hierin duidelijk de ontwikkeling van visuele verbeelding en het gebruik van kunst als middel om verhalen en ideeën tastbaar te maken.

Niet zomaar een gans
In dezelfde grondlaag als het beeldje vonden de archeologen allerlei dierenresten, die laten zien dat ganzen een speciale rol speelden in het leven van de Natufiërs. Ganzenveren werden gebruikt als versiering en botten werden bewerkt tot sieraden of andere decoraties. Het is dus geen toeval dat juist een gans centraal staat in het kleien tafereel. Samen met de vrouwelijke figuur lijkt het beeldje een vroeg mythologisch verhaal te vertellen, een symbolentaal die in de Neolithische periode erna uitgroeide tot een bonte verzameling aan religieuze en culturele tradities.
“Het beeldje van NEG II staat voor een kantelpunt”, legt onderzoeker Leore Grosman uit. “Het slaat een brug tussen de wereld van rondtrekkende jager-verzamelaars en die van de eerste dorpsgemeenschappen. Het laat zien waar de wortels van onze cultuur liggen, waar onze vorm van verbeelding en symbolisch denken is begonnen.”
Het begin van verhalen
Het is niet alleen de leeftijd of de bijzondere techniek die dit object zo bijzonder maakt, het is ook een van de vroegste sporen van verhalen vertellen, het ontstaan van mythes en spirituele verbondenheid. In een tijd zonder schrift, tempels of vaste religies gebruikten mensen klei om ideeën vast te leggen die groter waren dan het dagelijks leven. We hebben een glimp opgevangen uit een tijd waarin geloof, natuur en mens nog naadloos in elkaar overvloeiden. Het maakt duidelijk dat de behoefte om betekenis te geven aan de wereld net zo oud is als de mens zelf.


