Deze zingende lemuur heeft een opvallend trucje gemeen met operazangers

Je wist misschien niet eens dat er een lemuur is die kan zingen, laat staan dat die daar ook nog de trucjes van een operazanger bij gebruikt. Toch is het zo: de indri, de enige bekende zingende lemuur ter wereld, doet als een volleerde bariton zijn mond verder open als hij een hoge noot wil raken.

De indri komt alleen in de regenwouden van Madagaskar voor en staat bekend om zijn complexe, indringende gezang, dat tot ver in het bos klinkt. De liedjes versterken de banden binnen de groep en waarschuwen naburige groepen om afstand te houden.

Voor het eerst is nu ontdekt dat lemuren (of maki’s) daarbij een zangtechniek voor gevorderden gebruiken: als ze hogere noten willen zingen, gaat hun mond verder open.

Leestip: Waarom homoseksueel gedrag bij apen vaker voorkomt dan we dachten

Als een operazanger

Dat is een officiële zangmethode die formant tuning heet en die zangers leren bij zangles. Door je mond verder open te doen, wordt de resonantiefrequentie van de stembanden afgestemd op de boventonen van de stem waardoor het geluid wordt versterkt.

Mogelijk vervult de techniek bij indri’s een vergelijkbare functie: zo kan het geluid verder in het dichte regenwoud doordringen. “Elke keer dat de toonhoogte omhoogging, konden we beeldje voor beeldje zien dat de mond van de indri verder openging”, zegt Chiara De Gregorio van de University of Warwick. “Het is het soort nauwkeurig afgestemde coördinatie tussen stem en lichaam dat we normaal zien bij getrainde zangers, niet bij een lemuur die ergens hoog in een boom in het bos zijn lied zingt.”

Beeldje voor beeldje

Om te achterhalen wat er tijdens het gezang precies gebeurt, zijn 83 video-opnames van 19 wilde indri’s geanalyseerd. Daarbij werd audio uit het veld gecombineerd met technologie waarmee lichaamsbewegingen kunnen worden gevolgd.

Zo konden de onderzoekers de posities van de boven- en onderlip beeldje voor beeldje zien. Vervolgens werd gekeken hoe veranderingen in de mondopening samenhingen met veranderingen in de frequentie van de zang. Daaruit bleek dat de dieren hun mond verder openden wanneer ze hogere tonen door het bos lieten klinken.

“Door onze onderzoeksmethode konden we niet alleen de geluiden die indri’s maken, volgen, maar ook de fysieke bewegingen erachter”, zegt onderzoeker Filippo Carugati van de University of Turin. “Het stelde ons in staat te bestuderen hoe het gezicht en de mond bewegen terwijl een dier zingt, bijna beeldje voor beeldje, en die bewegingen rechtstreeks te linken aan veranderingen in toonhoogte. Dat is iets wat je simpelweg niet kunt vastleggen door alleen naar de audio te luisteren.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief! Ook elke dag vers het laatste wetenschapsnieuws in je inbox? Of elke week? Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!

74 miljoen jaar uit elkaar

De overeenkomst is des te opvallender omdat mensen en indri’s evolutionair ver van elkaar verwijderd zijn. Hun laatste gemeenschappelijke voorouder leefde ongeveer 74 miljoen jaar geleden.

Dat maakt het waarschijnlijk dat beide soorten deze manier van zingen onafhankelijk van elkaar hebben ontwikkeld. Dit noemen we convergente evolutie: vergelijkbare oplossingen die afzonderlijk ontstaan, ondanks een enorme evolutionaire afstand.

Dus zo blijkt een techniek die we zien bij geschoolde operazangers ook diep in het regenwoud van Madagaskar te vinden: hoe hoger de noot, hoe verder de mond opengaat.

Wil je niets van Scientias missen? Voeg Scientias toe als voorkeursbron op Google dan zie je al onze verhalen!

Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

Categorieën:

Bronmateriaal

"Dynamics of jaw kinematics and fundamental frequency suggest vocal tract tuning in the indris" - PLOS Computational Biology
Afbeelding bovenaan dit artikel: Filippo Carugati

Fout gevonden?

Voor jou geselecteerd