Deze zeester is normaal gesproken een plaag, maar blijkt soms ook heel nuttig te zijn

Doornenkroonzeesterren kunnen koraalriffen flink beschadigen. Nu blijkt dat ze ook iets anders kunnen: riffen soortenrijker maken.

Doornenkroonzeesterren hebben geen beste reputatie. De grote zeesterren hebben giftige stekels en eten vooral levend koraal. Vooral dat laatste maakt ze tot een bedreiging: als ze ergens in grote getalen aanwezig zijn kunnen ze al snel grote delen van een rif bijna volledig kaalvreten. Op het Groot barrièrerif nabij Australië zijn sinds de jaren zestig meerdere van zulke uitbraken geweest, allemaal met desastreuze gevolgen.

Leestip: Deze zeester amputeert gewoon zijn eigen arm als er gevaar dreigt en daar kunnen wij ook wat van leren

Uit een nieuw onderzoek blijkt dat de komst van deze dieren niet altijd slecht nieuws hoeft te zijn. Een nieuw onderzoek van de University of Sydney laat zien dat als ergens weinig doornenkroonzeesterren zijn ze ineens een hele andere rol spelen. Ze eten dan vaak maar een deel van een koraalrif op, en vooral de snelgroeiende soorten. Daardoor worden koraalsoorten die langzamer groeien minder snel verdrukt. Het onderzoek is te vinden in Ecology and Evolution.

De impact van afzonderlijke zeesterren

Voor het onderzoek bestudeerde een team de doornenkroonzeesterren die leven nabij One Tree Reef, dat een onderdeel is van het Groot barrièrerif. Op deze plek komen de zeesterren in relatief lage aantallen voor. Daardoor konden de wetenschappers goed bekijken wat de precieze impact is van afzonderlijke zeesterren. In totaal onderzochten ze 260 vraatplekken. Bij 188 daarvan, oftewel 72 procent, bleef na het eten nog de resten van levend koraalweefsel achter.

Dat lijkt te komen doordat de zeesterren per maaltijd ongeveer een vaste hoeveelheid koraal eten. Dat is goed nieuws: ze zijn dus niet noodzakelijk op zoek naar de ondergang van een heel koraalrif.

Dat inzicht betekent ook dat grotere koraalriffen een stuk weerbaarder zijn tegen de komst van de zeesterren dan gedacht. Zo legt onderzoeker Shawna Foo van de University of Sidney uit: “de zeesterren eten per maaltijd een vrij vaste hoeveelheid koraal. Daarna trekken ze vaak weer verder. Dat betekent dat er vaak resten van levend koraalweefsel achterblijven, vooral als het koraalrif zelf groter is.”

Tekenen van herstel

Om te weten wat er vervolgens met zo’n beschadigde plek gebeurt volgden de onderzoekers 71 afzonderlijke vraatplekken.  Daarvoor maakten ze direct na het eten foto’s en bezochten een deel van die plekken opnieuw na een, tien en 22 weken. In het begin groeiden er vooral kleine algen over het kale koraalskelet. Later verschenen er echter ook kalkalgen. Die kunnen belangrijk zijn voor het herstel van een rif, omdat jonge koralen zich daarop kunnen vestigen.

Wat echter het meest opviel was dat een deel van het beschadigde koraal zichzelf begon te herstellen: van de plekken waar levend koraalweefsel was achtergebleven vertoonde 26 procent na 22 weken weer tekenen van herstel. Dat herstel verschilde duidelijk per soort koraal. Vooral Montipora en Porites bleken in staat om opnieuw over de vraatplek heen te groeien. Bij Acropora, een groep snelgroeiende koralen, zagen de onderzoekers binnen de onderzochte periode juist geen tekenen van herstel.

Dat laatste hoeft niet iets slechts te zijn. Zo legt Foo uit dat snelgroeiende koralen zoals Acropora kunnen veel ruimte innemen en daarmee andere soorten verdringen. Als doornenkroonzeesterren een deel van die snelle groeiers opeten ontstaat daardoor ruimte voor langzamere koralen. Foo: “Dat kan helpen om de diversiteit aan koralen te vergroten.”

Belangrijke theorie

Daarmee sluit het onderzoek bijna naadloos aan op een theorie uit de ecologie: de intermediate disturbance hypothesis. Die stelt dat een ecosysteem soms baat kan hebben bij een beperkte verstoring, zoals de beperkte komst van een hongerige zeester. Het woord ‘beperkt’ is erg belangrijk: als de zeesterren wel in grote getalen voorkomen kunnen ze nog steeds enorme hoeveelheden koraal vernietigen. Foo laat weten: “Het is heel belangrijk om een onderscheid te maken tussen zeesterren die snelgroeiende koralen afremmen en zeesterren die onderdeel zijn van een uitbraak.”

Leestip: Great Barrier Reef dreigt in te storten door krachtige El Niño, waarschuwen wetenschappers

Met dat onderscheid in het achterhoofd kan gesteld worden dat de zeesterren in de toekomst belangrijk kunnen zijn voor het beheer van koraalriffen. Momenteel worden de zeesterren vaak actief verwijderd. Het nieuwe onderzoek laat zien dat zo’n strenge houding dus niet altijd nodig is, en soms dus zelfs schadelijk kan zijn voor de diversiteit van een koraalrif. Om te voorkomen dat de zeesterren een probleem worden is het volgens de onderzoekers belangrijk om dieren te beschermen die van nature op doornenkroonzeesterren jagen.

We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Dit felgele diepzeekoraal is zó bijzonder dat het een eigen familietak krijgt en Koraalrif voor Benin werd zestig jaar dood gewaand, maar blijkt toch te leven . Of lees dit artikel: Zeestervoetjes maken hun eigen beslissingen: hoe zeesterren ‘lopen’ zonder brein .

Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

Bronmateriaal

"The fate of coral feeding scars following predation by individual Crown-of-thorns seastars" - Ecology and Evolution
Afbeelding bovenaan dit artikel: Dr Shawna Foo

Fout gevonden?

Voor jou geselecteerd