Zit je vast in de bossen van Mozambique en ben je op zoek naar eten? Dan kan de grotere honinggids je prima helpen, als je het lokale ‘dialect’ spreekt.
In het noorden van Mozambique werken mensen al generaties lang samen met een bijzondere vogel: de grotere honinggids (Indicator indicator). Nieuw onderzoek laat nu zien dat die samenwerking zelfs ‘dialecten’ kent: buurgebieden gebruiken onderling andere lok- en volgroepen.
Zeldzame samenwerking
Het onderzoek is gedaan door wetenschappers van de University of Cape Town (UCT) en internationale partners. De resultaten verschenen in het tijdschrift People and Nature. De kern: de geluiden waarmee mensen honinggidsen aanspreken veranderen geleidelijk per regio. Dorpen die verder uit elkaar liggen gebruiken gemiddeld ook meer verschillende roepen.
Die roepen zijn een belangrijk onderdeel van een zeldzame vorm van samenwerking tussen mensen en een wild dier. De grotere honinggids leidt honingjagers naar een bijennest. Mensen kunnen dan met vuur en gereedschap de bijen op afstand houden en het nest openen. Zij nemen de honing mee. De vogel profiteert ook: die eet graag de was en larven die achterblijven.
Verschillen tussen dorpen
Eerder was al bekend dat honingjagers in verschillende landen andere geluiden gebruiken om de vogel te roepen, en dat honinggidsen vaak sterker reageren op hun ‘eigen’ lokale roep dan op een onbekende roep van ver weg. Het nieuwe onderzoek ging een stap verder: het team wilde kijken of er ook verschillen waren tussen naburige gemeenschappen in een regio.
Om dat te testen trokken de onderzoekers naar Niassa Special Reserve in het noorden van Mozambique. Daar namen ze in 13 dorpen geluiden op van 131 honingjagers. Veel mensen in het gebied, vooral uit Yao-gemeenschappen, zijn sterk afhankelijk van wilde honing. Ze hebben veel lokale kennis over hoe je op honing jaagt en hoe je daarbij met honinggidsen samenwerkt.
Verschillende geluiden
De onderzoekers keken naar twee soorten ‘roepen’. Ten eerste de luidere lokroepen, bedoeld om over een langere afstand een honinggids aan te trekken. Ten tweede stillere ‘coördinatiegeluiden’ die jagers gebruiken terwijl ze de vogel volgen. In de opnames kwamen allerlei klanken voor, zoals trillers, korte grommen, ‘whoops’ en fluittonen.
Daarna vergeleek het team de roepen tussen dorpen. Het patroon was duidelijk: hoe groter de afstand tussen twee dorpen, hoe groter het verschil in roepen. De onderzoekers bekeken ook of de omgeving dit kon verklaren. Bijvoorbeeld doordat geluid anders klinkt in een dicht bos dan in een open veld.
Het effect van landschap
Ze gebruikten daarvoor onder meer satelliet-informatie over hoe groen en dicht begroeid het landschap is. Die omgevingsfactoren verklaarden de verschillen niet goed. Het lijkt er dus op dat vooral de cultuur binnen een gemeenschap de roepen vormen. Dat vermoeden wordt bevestigd door een andere vondst: honingjagers die van dorp veranderden leken hun roepen aan te passen aan de nieuwe plek.
Leestip: Opgejaagd door de lente: hoe Arctische vogels hun migratie versnellen
“Van honingjagers in verschillende delen van Afrika wisten we al dat ze andere roepen gebruiken,” zegt onderzoeker Jessica van der Wal. “Maar we wilden weten of die roepen ook tussen naburige gemeenschappen verschillen en of daar een voorspelbaar patroon in zit. Dat lijkt zo te zijn. Deze regionale roepen verdelen zich over het landschap op een manier die sterk lijkt op de verspreiding van menselijke dialecten.”
Lokale dialecten
Daarmee laat het onderzoek zien dat de communicatie tussen mensen en wilde dieren dus ook ‘dialecten’ kent. Dat suggereert dat ook vogels in staat zijn om zulke ‘dialecten’ te ‘leren’. Teamlid Claire Spottiswoode zegt: “Mensen leren en bewaren de lokale signalen die nodig zijn om met honinggidsen samen te werken. Het bijzondere is dat honinggidsen waarschijnlijk ‘meedoen’ aan het leren van een ‘dialect’. Daarmee helpen ze die lokale dialecten misschien zelfs in stand te houden.”
De onderzoekers zien dat als een zeldzaam inkijkje in hoe communicatie tussen soorten kan ontstaan en veranderen. Spottiswoode noemt het dan ook “een voorrecht” om dit te mogen bestuderen bij de honingjagers in Niassa. Spottiswoode: “het onderzoek laat zien dat menselijke cultuur niet alleen invloed heeft op de ontwikkeling van onze eigen taal, maar ook op hoe we met wilde dieren omgaan.”
We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Zorgwekkend veel plastic aangetroffen in magen van Mediterrane zeevogels en Vogelsnavel evolueert razendsnel tijdens de pandemie . Of lees dit artikel: Kleurrijke Amerikaanse zangvogels blijken elkaars kleurgenen te lenen .


