Italiaanse onderzoekers hebben proefvelden met tomaten en tafeldruiven met elkaar vergeleken. Op het ene veld ging het gieten zoals het altijd al ging, op het andere bepaalde een systeem van sensoren wanneer de planten water kregen. Dat tweede veld had tot 15 procent minder water nodig en leverde bovendien een betere oogst op.
Wie een akker beregent, doet dat vaak op basis van ervaring. De teler kijkt naar de lucht, voelt aan de grond en gebruikt zijn intuïtie om de juiste hoeveelheid water op de juiste plek te krijgen. Dat werkt, maar het is geen perfect proces. Een veld is namelijk niet overal hetzelfde. De ene uithoek houdt vocht langer vast, de andere droogt in een dag uit. Wie het hele perceel gelijk behandelt, geeft dus bijna altijd ergens te veel water. En van water is er geen eindeloze voorraad.
Daar komt de technologie in beeld. In de bodem zitten kleine meters die voortdurend doorgeven hoe vochtig de grond op die plek is. Daarnaast houden meetposten de temperatuur, de wind en de luchtvochtigheid bij. Samen schatten ze in hoeveel water de planten die dag echt verdampen, en dus hoeveel er bij moet.
Vanuit de lucht kan een drone dat beeld aanvullen. Die draagt camera’s die meer waarnemen dan ons oog. Een plant die te weinig water krijgt, knijpt de minuscule poortjes in haar bladeren dicht om verdamping tegen te gaan. Ze koelt zichzelf dan minder goed af en wordt dus warmer dan haar buren. Een warmtecamera ziet dat verschil, lang voordat een mens iets aan het gewas merkt. Zo rolt er een kaart uit met droge plekken, waar de teler meteen kan bijsturen.
Minder water, betere vruchten
Je zou verwachten dat minder water ook minder opbrengst betekent. Het tegenovergestelde gebeurde: de oogst ging erop vooruit en de vruchten waren van hogere kwaliteit.
Volgens de onderzoekers komt dat doordat de planten minder schommelingen te verwerken kregen. Afwisselend droogte en een stortvloed aan water is stressvol voor een gewas. Een constanter aanbod maakt de groei stabieler.
Een tweede voordeel: om te weten hoe zoet of rijp een tomaat is, moest je hem tot nu toe plukken en in een labo kapotmaken. Dat kost tijd en het fruit is eraan. Nieuwe meettoestellen doen dat nu op het veld zelf, zonder de vrucht te beschadigen.
Wil je niets van Scientias missen? Voeg Scientias toe als voorkeursbron op Google dan zie je al onze verhalen!
In Nederland vliegen drones vooral om te kijken
Ook in Nederland kan dit in principe worden toegepast. Zaaien met een drone mag, zolang aan de algemene dronevoorschriften wordt voldaan. Spuiten met gewasbeschermingsmiddelen vanuit een drone is verboden. Drones gebruiken voor monitoring, meten en het opsporen van ziekten en plagen mag dan weer wel.
Wat het onderzoek nog niet zegt
Enige nuchterheid is op zijn plaats. Het gaat om een vergelijking van per gewas twee percelen in één regio. Dat is iets anders dan een bewijs dat dit overal werkt.
Er staat ook niets over de kostprijs. Sensoren, drones en de software eromheen zijn een investering en of een kleinere teler die terugverdient, blijft een open vraag. Tot slot blijft uit het persbericht onduidelijk hoe groot het aandeel van de drones was: het zwaartepunt ligt bij de sensoren in de grond.
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

