Een salamandersoort die leeft in het bladerdak van hoge bomen maakt handig gebruik van zweefvlieg- en parachutetechnieken, zo blijkt uit windtunnelonderzoek.

Bij vliegende dieren denk je in eerste instantie aan vogels, en in tweede instantie misschien aan vleermuizen. Maar er zijn ook andere dieren die niet zomaar te pletter vallen. Zoals salamanders van de soort Aneides vagrans – ‘zwervende salamanders’ – die voorkomen in sequoia’s, die tot de hoogste bomen ter wereld behoren. Hoewel deze amfibieën, in tegenstelling tot bijvoorbeeld vliegende eekhoorns, niet zijn voorzien van duidelijk zichtbare lichaamsdelen die het zweven makkelijker maken, blijken ze toch heel aardige vliegers.

Dat constateren Christian Brown, bioloog aan de Universiteit van Zuid-Florida, en collega’s op basis van onderzoek in een speciaal gebouwde windtunnel. Daar lieten ze salamanders van vier verschillende soorten in vallen, terwijl ze ze met hogesnelheidscamera’s filmden vanuit drie hoeken.

Grote voeten

De zwervende salamanders, die van de vier soorten het meest in hoge bomen leven, bleken de beste skydivers van het stel. Door hun poten en staart in de juiste houding te brengen, wisten ze hun valsnelheid met 10 procent terug te brengen. Ook maakten ze in meer dan de helft van de gevallen bewegingen met hun staart en romp die ervoor zorgden dat ze een eindje konden zweefvliegen.

Mogelijk helpt de bouw van de salamanders ze bij hun vliegcapriolen. “In vergelijking met andere klimmende salamanders heeft Aneides vagrans een relatief plat lichaam, lange ledematen en tenen, en grote voeten”, schrijven de onderzoekers in het wetenschappelijke tijdschrift Current Biology. Met hun grote voeten en lange tenen lijken ze in de lucht holle oppervlaktes te vormen, waardoor ze trager vallen. Dankzij hun lange poten kunnen ze mogelijk makkelijker manoeuvreren.

Steeds meer zwevers

“Een zweefvliegende salamander die geen duidelijke aanpassingen heeft voor vlieggedrag is zeker een interessante ontdekking”, zegt bioloog Gregory Byrnes (Siena College), niet betrokken bij de studie. “Dat gezegd hebbende is de vondst ook weer geen totale verrassing. De afgelopen paar jaar hebben we steeds meer vreemde zweefvliegende soorten gevonden. Het lijkt erop dat veel dieren, zowel gewerveld als ongewerveld, die in bomen leven in zekere mate kunnen zweefvliegen. En hoe meer we dit soort ecosystemen verkennen, hoe meer van zulke soorten we vinden!”

Wat Byrnes met name bevalt aan de studie van Brown en collega’s, is dat ze meerdere soorten hebben vergeleken. “Ze hebben gekeken naar de  gedragsverschillen tussen een heel spectrum aan soorten, waarvan sommige voornamelijk in bomen leven en andere op de grond voorkomen. Ik hoop dat de onderzoekers in vervolgonderzoek duidelijk weten te maken wat de gevonden verschillen in gedrag veroorzaakt.”

Delicaat ecosysteem

“Wetenschappers hebben nog maar nauwelijks zicht op het ecosysteem in het bladerdak van sequoia’s, en de unieke diersoorten die daar door evolutie in zijn ontstaan”, zegt Brown zelf in een persbericht. “Nu het klimaat ongekend snel verandert, is het van cruciaal belang om meer data te verzamelen over dieren als de zwervende salamander, zodat we dit delicate ecosysteem beter begrijpen, en beter kunnen beschermen.”