Een tropische plant uit Zuidoost-Azië brak met familietradities en paste zijn bloemen aan zodat meer vogels erbij konden. De soort kon zich door deze metamorfose verspreiden naar een eiland waar zijn gebruikelijke bestuivers helemaal niet voorkomen.
Planten en hun bestuivers vormen vaak een hecht duo. Bloemen evolueren om perfect te passen bij de snavels of tongen van specifieke dieren en die dieren worden ‘beloond’ met nectar. Maar wat gebeurt er als een plant zo’n strak partnerschap loslaat?
In de tropische regenwouden van Azië is exact dat gebeurd. Daar groeit een grote plantenfamilie genaamd Aeschynanthus. Bijna alle 160 soorten hebben opvallend lange, rode buisvormige bloemen die perfect passen bij de gebogen snavels van honingzuigers. Dat zijn felgekleurde vogeltjes die gespecialiseerd zijn in het drinken van nectar.
Eén soort danst echter uit de pas: Aeschynanthus acuminatus. Deze plant heeft kortere, bredere bloemen en groeit niet alleen op het Aziatische vasteland, maar ook op Taiwan. En dat is eigenaardig, want op Taiwan komen helemaal geen honingzuigers voor. Reden genoeg voor onderzoekers van de University of Chicago en het Field Museum om dit nader te onderzoeken.
DNA is schat van informatie
Door het DNA van plantenpopulaties uit Vietnam, China en Taiwan te vergelijken, konden de wetenschappers de stamboom van de soort reconstrueren. De plant, zo blijkt, is niet ontstaan op Taiwan om zich later naar het vasteland te verspreiden. Het was andersom: de soort evolueerde ergens op het Aziatische vasteland en koloniseerde pas later Taiwan.
Dat is niet wat de onderzoekers hadden verwacht, zegt Jing-Yi Lu, hoofdauteur van de studie. “De oorsprong op het vasteland is verrassend, omdat dit ingaat tegen de directe voorspelling van het klassieke Grant-Stebbins-model.” Dat model voorspelt dat planten met algemenere bloemen ontstaan in gebieden waar hun gespecialiseerde bestuivers ontbreken en dus niet andersom.
Verrassingen in het veld
De onderzoekers gebruikten camera’s om data te verzamelen. In Taiwan bleken uitsluitend zangvogels de bloemen te bestuiven. Op het vasteland waren het zowel honingzuigers als gewone zangvogels die langskwamen. In Zuid-Vietnam doken ’s nachts zelfs kleine knaagdieren op die nectar dronken.
Deze data verzamelen was niet eenvoudig, vertelt Lu: “De planten komen vooral voor in moeilijk bereikbare landelijke gebieden op het vasteland. Daarnaast bloeit de plant in de winter, wanneer de bergbossen waarin zij voorkomt koud en nat zijn, wat waarnemingen van bestuivers nog lastiger maakt.”
Waarom veranderden de bloemen?
De onderzoekers denken dat de voorouders van deze plant ooit volledig afhankelijk waren van honingzuigers. Maar waarom zouden de bloemen dan zijn veranderd naar een vorm die ook voor andere vogels toegankelijk is?
Lu heeft een hypothese: “Wij veronderstellen dat honingzuigers niet altijd ‘perfecte’ bestuivers zijn. Een periode met een lagere aanwezigheid van honingzuigers zou generalistische zangvogels even goede of zelfs betere bestuivers kunnen maken.” Door niet langer gebonden te zijn aan één type bestuiver, kon de plant zich verspreiden naar gebieden waar honingzuigers ontbreken, zoals Taiwan.
De kracht van veldwerk
Dit onderzoek toont volgens Lu dat sommig onderzoek niet meteen zal worden overgenomen door AI. “AI- of grote datamodellen kunnen bestaande kennis over organismen en hun interacties analyseren en op basis van waargenomen patronen voorspellingen doen. Maar alleen in het veld kunnen we zien wat er daadwerkelijk in de natuur gebeurt. Zulke waarnemingen zijn soms onverwacht en helpen bestaande theorieën uit te dagen en aan te vullen.”
Hoewel dit wetenschappers nieuwe ideeën geeft over hoe planten en bestuivers samen evolueren, zegt Lu dat er nog veel te onderzoeken valt: “De hypothese dat historische veranderingen in de aanwezigheid van honingzuigers hebben geleid tot de bestuiversverschuiving en het ontstaan van de soort, moet nog worden bevestigd door toekomstig, fijnschaliger micro-evolutionair onderzoek.”
We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Deze oersterke plant kan nu mogelijk tot wel 15 jaar in de ruimte overleven en Stadsjungle blijkt snelkookpan voor evolutie: planten passen zich razendsnel aan. Of lees dit artikel: Eeuwenoude stad gevonden in de Hondurese jungle.
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:


