De grote kuifpinguïn houdt er nogal bijzondere nestgewoonten op na. Zo wordt het eerste ei dat deze pinguïns leggen steevast niet uitgebroed, waarna ze er nog eentje leggen dat wél op ouderlijke zorg kan rekenen.

En waarom? Dat was onduidelijk. Maar wetenschappers denken er nu uit te zijn. Omdat de pinguïns niet in staat zijn om twee kuikens groot te brengen, verstoten ze het eerste, kleinere ei en investeren ze al hun tijd, energie en ouderlijke liefde in hun tweede ei, dat veel groter is en daarom ook een grotere kans op succes kent. Dat is te lezen in het blad PLOS ONE.

Over de grote kuifpinguïn
De grote kuifpinguïn is een nauwelijks bestudeerde pinguïnsoort die op twee geïsoleerde eilanden ten zuidoosten van Nieuw-Zeeland leeft. Hoewel we weinig van de soort weten, is inmiddels wel duidelijk dat deze het moeilijk heeft; in de laatste 50 jaar zijn de aantallen flink afgenomen.

Eerstgeborene wordt verstoten
Grote kuifpinguïns verstoten hun eerste ei nadat het tweede ei gelegd is. Soms gaan ze er voor die tijd nog wel even opzitten, maar zo’n 40 procent van de stellen begint daar niet eens aan. En als het tweede ei gelegd is, wordt het eerste aan de kant geschoven of soms zelfs expres door de ouders kapot gemaakt, waarna ze het tweede ei uitbroeden. Het is nogal een bizarre nestgewoonte. Maar wel eentje die nu dus te verklaren is.

Het verschil tussen het eerste ei (links) en tweede ei (rechts) is groot bij de grote kuifpinguïn. Sterker nog: volgens de onderzoekers is er geen enkele andere vogelsoort waarbij de omvang van de eieren zo sterk verschilt. Afbeelding: Lloyd Davis Photography (www.lloyddavis.com), CC-BY 4.0.

Zoektocht naar voedsel is de boosdoener
De onderzoekers vermoeden dat de voorouders van de moderne grote kuifpinguïns ook twee eieren legden, maar dat die eieren wel even groot waren en de kuikens die daarin zaten wél beiden werden grootgebracht. Voor moderne grote kuifpinguïns zou dat echter te lastig zijn. “Dat heeft waarschijnlijk te maken met de afstand die ze op zee af moeten leggen om voedsel te vinden,” vertelt onderzoeker Lloyd Davis aan Scientias.nl. “Deze pinguïns worden gezien als off shore-voeders, wat betekent dat ze zich relatief ver van de kolonie moeten begeven om aan voedsel te komen. En het kost simpelweg te veel energie om die lange afstanden te zwemmen én genoeg voedsel mee te brengen voor twee kuikens.” Tenminste; dat vermoeden Davis en collega’s, want zeker weten ze het niet. “Helaas weten we zo weinig over de grote kuifpinguïns dat we ook niet weten waar ze precies naartoe gaan, maar afgaand op wat we weten van nauw aan hen verwante soorten vermoeden we dat het zo zit.”

“Alle zeven soorten kuifpinguïns leggen eerst een kleiner ei en vervolgens een tweede, groter ei. Maar het verschil tussen die eieren is het grootst bij de grote kuifpinguïns. Zij evolueerden uit voorouders die twee ongeveer even grote eieren legden. Bij kuifpinguïns waar het verschil tussen de eieren niet zo groot is, zien we dat ze nog steeds twee eieren uitbroeden, maar doorgaans maar één kuiken ook daadwerkelijk grootbrengen tot het uit kan vliegen. Deze pinguïns zoeken waarschijnlijk echter veel dichter bij de kolonie naar voedsel en kunnen daarom twee kuikens van voedsel voorzien. Maar omdat de grote kuifpinguïns broeden op een plek waar in de directe nabijheid niet het voedsel te vinden is dat nodig is om twee kuikens te voeden, doen ze weinig met dat eerste ei en verstoten ze het op de één of andere manier.”

Groter is beter
Dat de keuze van de ouders vervolgens op het tweede ei valt, kunnen de onderzoekers wel goed verklaren. Dat is namelijk een stuk groter en heeft dus betere kansen. Dat het eerste ei zo klein is, zou weer te maken hebben met het feit dat het gevormd wordt wanneer de moeder naar de eilandjes zwemt. Een proces dat op zichzelf al veel energie kost en ten koste gaat van het eerste ei. Het tweede ei wordt vervolgens op het land gevormd, waar er minder van de moeder gevergd wordt en het ei dus beter kan groeien.

Toch blijft het natuurlijk wel een beetje eigenaardig dat aan het grootbrengen van een gezond jong de verstoting van zijn oudere broer of zus vooraf moet gaan. Want hoewel dat ei kleiner is, stopt de moeder toch wel enige energie in de vorming ervan, zonder dat dat verder iets oplevert. Toch verwacht Davis niet direct dat de pinguïns er middels evolutie in zullen slagen die tussenstap over te slaan. “Als de voorkeur nu uitging naar het eerste ei, dan zou het heel gemakkelijk zijn om het aantal eieren dat ze leggen, te beperken tot één ei. Maar als de voorkeur evolutionair gezien uitgaat naar het tweede ei, wordt dat lastiger. Want dan moet je toch eerst dat eerste ei leggen. Het beste wat de vogels in zo’n situatie kunnen doen, is het beperken van hun investering in dat eerste ei. En dat is wat de grote kuifpinguïns reeds doen. Maar ze kunnen (het eerste ei, red.) niet volledig elimineren.”

Testosteron
De bizarre nestgewoonten zijn overigens niet het enige wat deze pinguïnsoort tamelijk bijzonder maakt. Zo ontdekten Davis en collega’s tevens dat er bij de pinguïns sprake is van een verrassend fluctuerende hormoonspiegel. Zo ligt het testosteronniveau bij de vrouwtjes tijdens het leggen van de eieren net zo hoog als bij de mannetjes. Tijdens het broeden (dat voornamelijk door de vrouwtjes wordt gedaan) daalt het testosteronniveau bij de dames weer, terwijl het bij de mannetjes juist bleek te stijgen. Dat laatste is mogelijk te verklaren doordat de mannetjes wel wat testosteron kunnen gebruiken op het moment dat ze het nest en hun vrouwtje moeten beschermen. “Daarnaast zijn de pinguïns ook relatief ongeïnteresseerd in de hofmakerij,” vertelt Davis. “Dat past ook wel bij de ongebruikelijke ontdekking dat de mannetjes in de periode waarin ze vrouwtjes het hof maken een vrij laag testosteronniveau hebben, terwijl dat testosteronniveau bij de vrouwtjes in dezelfde periode juist opmerkelijk hoog ligt.”

Zo levert het onderzoek van Davis best een aantal opmerkelijke conclusies op. En dat is eigenlijk ook niet zo gek als je bedenkt dat naar deze pinguïnsoort nog nauwelijks onderzoek is gedaan. “Ze zijn eigenlijk de vergeten soort onder de pinguïns: ze zijn veruit de minst bestudeerde pinguïns en onze studie is veruit het meest gedetailleerd.” Meer onderzoek is hard nodig. En daar moeten wetenschappers ook niet te lang mee wachten. “Wat we wél weten is dat het aantal grote kuifpinguïns in een relatief korte periode met een derde is afgenomen. Maar omdat we zo weinig over deze pinguïns weten, kunnen we ook niet echt vaststellen wat de oorzaak daarvan is. Met meer onderzoek zouden we kunnen achterhalen of het samenhangt met veranderingen in de mariene omgeving of hun broedgebied op het land. In het laatste geval is enige aanpassing – een beetje afhankelijk van de exacte oorzaak – misschien nog wel mogelijk. Maar als we de oorzaak in de mariene omgeving moeten zoeken en het gevolg is van de opwarming van de aarde ligt een oplossing helaas niet direct voor de hand. Het belangrijkste is echter dat we op dit moment – omdat we zo weinig over deze meest enigmatische pinguïnsoort op aarde weten – niets kunnen doen.”