Wetenschappers hebben ontdekt dat bepaalde mondbacteriën pinda-eiwitten kunnen afbreken voordat ze een allergische reactie kunnen veroorzaken. Dat zet de deur open voor nieuwe behandelingen.
Wie allergisch is voor pinda’s, weet hoe ingrijpend dat kan zijn. Elke hap is potentieel gevaarlijk en zelfs een onbedoeld spoortje pinda kan in het ergste geval leiden tot anafylaxie, een levensbedreigende allergische reactie.
Artsen weten al langer dat de ernst van zo’n reactie niet simpelweg afhangt van hoeveel antistoffen (IgE) iemand in het bloed heeft. Er spelen meer factoren mee. Maar welke precies? Daar was tot nu toe weinig over bekend.
Onderzoekers lijken nu een belangrijk stuk van de puzzel te hebben gelegd. In een studie in het vakblad Cell Host & Microbe tonen zij aan dat micro-organismen in ons speeksel en onze dunne darm in staat zijn om de belangrijkste pinda-allergenen te verteren voordat de eiwitten de bloedbaan bereiken en het immuunsysteem op tilt doen slaan.
Belangrijke bacteriën
De onderzoekers hebben tijdens deze studie het speeksel van dertien gezonde vrijwilligers en de darmvloeistof van vijf proefpersonen zonder voedselallergie bekeken. In vrijwel alle monsters zaten bacteriën die pinda-eiwitten konden verteren. Met name het geslacht Rothia bleek daar heel goed in te zijn. Alle geteste Rothia-stammen konden de twee belangrijkste pinda-allergenen, Ara h 1 en Ara h 2, afbreken.
Die twee eiwitten zijn verantwoordelijk voor het overgrote deel van de allergische reacties. Ze zijn bovendien berucht omdat ze lastig te verteren zijn door onze eigen spijsverteringsenzymen.
Werkt ook bij muizen
De onderzoekers hebben dit ook getest bij muizen. Ze vergeleken drie groepen: muizen zonder enige darmflora, muizen met een beperkte bacteriële samenstelling en muizen met een rijke, diverse darmflora. Aan deze drie groepen dienden de onderzoekers pinda-extract toe. Erna bleken de muizen met de meest diverse bacteriepopulatie veel minder pinda-allergenen in hun darmen en bloed te hebben. Hun microben hadden de allergenen simpelweg al afgebroken.
Nog overtuigender werden de resultaten toen de onderzoekers kiemvrije muizen koloniseerden met specifieke Rothia-bacteriën. Die muizen hadden na blootstelling aan pinda veel lagere concentraties van allergenen in zowel de darm als het bloed. Bij pinda-allergische muizen die met Rothia waren gekoloniseerd, was de allergische reactie bovendien merkbaar milder.
Aanwijzingen bij mensen
De onderzoekers keken ten slotte naar menselijke patiënten met een pinda-allergie. Bij negentien kinderen die op het punt stonden om met orale immunotherapie te beginnen (een behandeling waarbij je geleidelijk steeds meer pinda leert verdragen) werd eerst bepaald hoeveel pinda ze aankonden voordat ze reageerden. Daarna werd de samenstelling van hun mondbacteriën in kaart gebracht.
Er was bij deze kinderen geen sterk verband tussen de hoeveelheid antistoffen in het bloed en de drempel waarbij ze op pinda reageerden. Wel was er een patroon zichtbaar in de mondbacteriën: patiënten die pas bij hogere doses pinda reageerden, hadden meer Rothia en verwante bacteriën in hun speeksel. Dit verband werd bevestigd in een tweede, onafhankelijke groep van 120 kinderen uit een Amerikaans onderzoek. Ook daar was een specifieke Rothia-soort duidelijk vaker aanwezig bij kinderen die beter tegen pinda konden.
Wat betekent dit voor mensen met een allergie?
Het is verleidelijk om nu meteen te denken aan een Rothia-pil die je slikt voor het eten, maar zo ver is het nog lang niet. Het verband bewijst nog niet dat het toevoegen van deze bacteriën daadwerkelijk bescherming biedt. Daar zijn langdurige klinische studies voor nodig. Wel opent dit de deur naar simpele speekseltesten die kunnen voorspellen hoe gevoelig iemand is voor een allergische reactie. Op termijn zouden pinda-afbrekende bacteriën ook kunnen worden ingezet om kruisbesmetting te bestrijden in de voedselproductie.


