Ze zijn piepklein en weten aan hun ergste vijanden te ontsnappen, maar de kortkopkikkers zijn juist in dat ene talent van de kikker minder sterk: ze kunnen niet rondspringen. Of althans, het springen lukt wel, alleen het landen niet. 

Onderzoekers tonen in een nieuwe studie, die in wetenschappelijk tijdschrift Scientific Advances verscheen, voor het eerst aan dat de kortkopkikkers, officieel Brachycephalus geheten, halverwege hun sprong de controle verliezen en door de lucht tollen voor ze neerstorten op de grond. “Het zijn geen geweldige springers en eigenlijk ook geen goede lopers. Ze stampen rond met hele stijve passen”, zegt coauteur Edward Stanley, directeur van het laboratorium van het natuurhistorisch museum in Florida.

Kleinste evenwichtsorgaan
De onderzoekers konden de bewegingen van de kikkers, die hooguit een centimeter groot zijn, analyseren met behulp van oVert, een initiatief van achttien Amerikaanse instituten om 3D-modellen te maken met CT-scans van meer dan 20.000 soorten. Coauteur Amber Singh voegde honderden kikkerscans samen. De kortkopkikker sprong eruit als de kikker met het kleinste evenwichtsorgaan van alle gewervelde dieren, waarbij dat bekend is.

Het evenwichtsorgaan bevindt zich in het binnenoor en bestaat uit een netwerk van holtes en halfcirkelvormige kanalen met vloeistoffen. Als een dier zijn hoofd beweegt, beweegt de vloeistof in de holtes mee en raakt dan kleine haartjes die elektrische signalen naar de hersenen sturen om te zorgen dat een dier in balans blijft, weet wat onder of boven is en versnelling kan vaststellen.

Video of a frog jumping and spectacularly failing to land well

Video van Essner et al. (2022), CC-BY-NC

Natuurlijke selectie heeft er toe geleid dat het evenwichtsorgaan niet te groot is geworden. Walvissen hebben bijvoorbeeld een evenwichtsorgaan dat nauwelijks groter is dan dat van mensen. Dat is geen probleem voor heel grote dieren, maar bij kleinere organismen neemt het evenwichtsorgaan relatief veel ruimte in. “Zelfs als de kanalen zo groot mogelijk zijn, zijn ze niet groot genoeg om de vloeistof te bewegen op een manier die ervoor zorgt dat ze hun evenwicht behouden”, zegt Stanley.

Fluorescerend, maar doof
Het is niet de eerste keer dat de Brachycephalus-kikkers de aandacht hebben getrokken van wetenschappers. Sommigen maken heel hoge paringsgeluiden, die klinken als het getsjirp van krekels. Dat terwijl zeker twee soorten een onderontwikkeld gehoorstelsel hebben en compleet doof zijn voor de liefdesliedjes van de amoureuze mannetjes. En dan hebben diezelfde twee soorten ook nog fluorescerende botten, die zichtbaar zijn door hun huid heen wanneer je er met black light op schijnt.

“Het zijn eigenaardige kikkers,” zegt medeonderzoeker André Confetti van de Federal University van Paraná in Brazilië. “Ze kunnen niet zwemmen, ze hebben geen kikkervisjes en ze bewegen ook nauwelijks. We hebben het gedrag van deze kikkers gemonitord en hebben hetzelfde exemplaar gedurende een jaar op dezelfde plek zien zitten.”

Deze neiging om niet te bewegen is waarschijnlijk hun grootste kracht. De kleine kikkers leven onder gebladerte in het tropisch regenwoud van Brazilië. Sommigen zijn felgekleurd – een waarschuwing voor mogelijke roofdieren dat ze giftig zijn – terwijl anderen juist schutkleuren hebben. In alle gevallen is hun belangrijkste tactiek om niet opgegeten te worden, om op dezelfde plaats te blijven en er zo onaantrekkelijk of onopvallend mogelijk uit te zien. Stanley: “Ze springen niet veel rond en als ze dat al doen, zijn ze waarschijnlijk niet zo bezorgd over de landing, omdat ze springen uit wanhoop. Ze hebben er meer voordeel van dat ze zo klein zijn dan dat ze nadeel hebben van hun onvermogen om goed te landen na een sprong.”

De brachycephalus
De brachycephalus is een kikkergeslacht dat in het Nederlands kortkopkikker heet. Er zijn 38 verschillende soorten. De dieren komen alleen voor in Zuid-Amerika en vooral in het regenwoud in het zuidoosten van Brazilië. Ze leven in het gebladerte op de bodem van bossen. De kikkers zijn met name bekend vanwege hun formaat: ze worden maximaal enkele centimeters lang. Een bekende soort is de zadelpad, die ook op de foto te zien is en tot voor kort tot de padden werd gerekend. Zijn naam verwijst naar een verhard schild dat zich tussen de wervels op zijn rug bevindt.