Deze manta’s reizen niet weg als de moesson komt: ze duiken juist dieper

Rifmanta’s blijven tijdens een storm opvallend dicht bij huis.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief! Ook elke dag vers het laatste wetenschapsnieuws in je inbox? Of elke week? Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!

Rifmanta’s (Mobula alfredi) leven in de warme wateren van de Indische en Stille Oceaan. Ze staan er bekend om dat ze lange afstanden af kunnen leggen als ze dat willen. Toch blijkt een groep rifmanta’s bij Samarai in Papoea-Nieuw-Guinea dat maar zelden te doen.

In plaats daarvan blijven ze juist opvallend dicht bij huis. En als de omstandigheden in zee een stuk onrustiger worden zwemmen ze niet massaal weg, maar duiken ze juist dieper. Dat blijkt uit een nieuw onderzoek dat onder leiding stond van de University of the Sunshine Coast. Het onderzoek is te vinden in het wetenschappelijke tijdschrift PLOS One.

Satellietzenders

De onderzoekers volgden rifmanta’s tussen 2016 en 2018 met satellietzenders. Zo konden ze zien waar de dieren zwommen en hoe diep ze doken. De uitkomst verraste de onderzoekers. “Ondanks twee duidelijke moessons bleef 75 procent van de groep binnen 10 kilometer van de plek waar de dieren voor het eerst werden waargenomen”, zegt hoofdonderzoeker Anna Knochel. “De manta die het verst zwom kwam niet verder dan 87 kilometer. Dat is veel minder ver dan ze zouden kunnen zwemmen op een dag.”

De dieren kozen dus niet voor een lange reis naar een ander gebied. In plaats daarvan vertrokken ze naar andere dieptes om daar voedsel te vinden. Rifmanta’s eten zoöplankton: piepkleine diertjes die in het water zweven. Dat voedsel zit niet altijd op dezelfde plek. Door wind, stroming en seizoenen kan het hoger of lager in de waterkolom terechtkomen.

Leestip: Reuzenmanta’s zwemmen tot 1200 meter diep. En niet om te jagen, maar om te navigeren

De zenders lieten zien dat de rifmanta’s vooral in de bovenste 50 meter van de zee bleven. Uit het onderzoek blijkt ook dat de rifmanta’s in bepaalde perioden aanzienlijk dieper duiken. Vooral tijdens de noordwest-moesson gingen sommige dieren veel dieper naar beneden. Enkelen doken zelfs tot meer dan 400 meter. Dat laat zien dat rifmanta’s hun gedrag kunnen aanpassen als hun omgeving verandert.

Volgens Knochel is dat belangrijk. “De gegevens laten zien dat de manta’s het geen probleem vinden om de waterkolom verticaal te gebruiken als dat nodig is,” zegt Knochel. “Dat doen ze liever dan de regio te verlaten om elders prooi te vinden.”

Belangrijk leefgebied

Dat is goed nieuws: het maakt bescherming van de soort een stuk eenvoudiger. Het onderzoek laat namelijk duidelijk zien dat de dieren erg rondom Samarai blijven hangen. “Dit onderzoek geeft voor het eerst een duidelijk beeld van hoe rifmanta’s de kustwateren in Papoea-Nieuw-Guinea gebruiken”, zegt Guy Stevens van The Manta Trust. “Dat deze dieren zo sterk verbonden zijn met Samarai laat zien hoe belangrijk dat leefgebied is.”

Doordat de dieren altijd in hetzelfde gebied te vinden zijn kunnen lokale maatregelen een groot verschil maken. Denk bijvoorbeeld aan regels voor de visserij en het gericht beschermen van belangrijke plekken. Het zorgt er volgens Knochel ook voor dat mantatoerisme diervriendelijker opgezet kan worden, omdat er gebruik gemaakt kan worden van een duurzaam beleidsplan. De inkomsten van dat toerisme zijn hard nodig: ongeveer 40 procent van de inwoners van Papoea-Nieuw-Guinea leeft onder de armoedegrens.

We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Eigenaardige lichtroze reuzenmanta gespot voor de kust van Australië en Mariene biologen staan versteld: pijlstaartroggen blijken helemaal niet zo zwijgzaam als gedacht . Of lees dit artikel: De evolutionaire wegen naar de gigantische haaien en roggen .

Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

Bronmateriaal

Fout gevonden?

Voor jou geselecteerd