Vergeten fossielen uit de Kimberley, Australië tonen dat al 250 miljoen jaar geleden gigantische amfibieën rondzwommen.
In het droge, ruige noordwesten van Australië ligt vandaag vooral stof en hitte. Maar zo’n 250 miljoen jaar geleden zag het landschap er heel anders uit. De Kimberley-regio was toen de rand van een ondiepe baai, die uitkwam op een enorme oeroceaan. Precies daar zijn fossielen gevonden die nu een nieuw verhaal vertellen over de eerste landdieren die het zeeleven veroverden. Het onderzoek is te vinden in Journal of Vertebrate Paleontology.
Het grootste uitstervingsevenement ooit
Voor de duidelijkheid: we hebben het hier dus niet over het beroemde evenement waarbij een gigantische inslag een einde bracht aan het tijdperk van de dinosauriërs. Dat evenement vond plaats na het Krijt, ongeveer zo’n 66 miljoen jaar geleden.
In plaats daarvan hebben we het over het evenement dat vlak voor de komst van de dinosauriërs plaatsvond: de Perm-Trias-massa-extinctie. Dat is waarschijnlijk het grootste uitstervingsevenement dat de aarde ooit heeft gekend: 95 procent van alle in zee levende soorten en ongeveer 70 procent van alle gewervelde landdieren stierven uit.
Leestip: Voedselweb uit het late Jura in kaart: waarom babydino’s massaal werden opgegeten
Het evenement vond ongeveer 252 miljoen jaar geleden plaats. Wetenschappers zijn het nog niet helemaal eens over wat precies dit uitstervingsevenement veroorzaakte. De meest gesteunde theorie van dit moment is dat het klimaat destijds omsloeg vanwege intense vulkanische activiteit.
Vlak na dit evenement warmde de aarde snel op. Vlak daarna doken ook de eerste grote ‘zeemonsters’ op: de tetrapoden. Dat waren gewervelde dieren met vier ledematen die zich snel aan het warmere water aanpasten. Tot nu toe kwamen de meeste fossielen van zulke vroege zeeroofdieren uit het noordelijk halfrond. In het zuiden werden maar weinig vondsten gedaan.
Nachtmerrie
Dat beeld verandert nu door een heronderzoek van oude Australische fossielen. De resten werden al in de jaren 60 en 70 verzameld tijdens expedities. In 1972 beschreven onderzoekers op basis daarvan één soort: Erythrobatrachus noonkanbahensis. Die naam kwam van de vindplaats: Noonkanbah, gelegen in de buurt van het plaatsje Derby.
Daarna ging het mis. De originele fossielen raakten in de loop der jaren kwijt. Het verliezen van een set fossielen klinkt als een nachtmerrie voor paleontologen. En om eerlijk te zijn: dat was het ook. Toch kwam er in 2024 goed nieuws. Na een speurtocht door meerdere internationale museumcollecties werden de belangrijkste stukken weer teruggevonden en opnieuw bekeken.
Niet één, maar twee soorten
Die nieuwe blik leverde een verrassing op: de fossielen blijken niet toe te behoren aan een enkele soort, maar aan twee soorten. Het gaat hier om twee verschillende grote amfibieën die er een beetje krokodilachtig uitzagen. Ze werden tot twee meter lang.
Uit het heronderzoek blijkt dat een deel van de schedelfragmenten echt hoort bij de soort die destijds werd geïdentificeerd, Erythrobatrachus noonkanbahensis. Met behulp van 3D-scans konden de onderzoekers de vorm van de schedel deze keer beter inschatten. De schedel was waarschijnlijk ongeveer 40 centimeter lang en vrij breed.
Echter bleken andere fragmenten toe te behoren aan een soort uit het geslacht Aphaneramma. Dat geslacht bestond uit dieren die ongeveer even groot waren, maar in plaats van een bredere kop vooral een lange, smalle snuit hadden. Dat wijst op een andere jachtstijl: waarschijnlijk meer gericht op het vangen van kleine vissen. Beide dieren zwommen in dezelfde oceaan, maar jaagden waarschijnlijk op andere prooien.
Erythrobatrachus is tot nu toe alleen in Australië gevonden. Maar voor het geslacht Aphaneramma geldt dat niet: soorten uit dat geslacht zijn ook in heel andere gebieden gevonden. Denk bijvoorbeeld aan Svalbard, het verre oosten van Rusland en Pakistan en nu dus ook nabij Australië. Dat suggereert dat sommige vroege ‘zeemonsters’ zich vlak na het uitstervingsevenement al razendsnel over de wereld verspreidden. Volgens het onderzoek trokken ze hierbij mogelijk langs de kusten van de supercontinenten, die toen nog met elkaar verbonden waren.
Het belang van museumcollecties
De studie laat daarmee zien dat het zuidelijk halfrond geen blinde vlek hoeft te zijn in het verhaal van de eerste zeeroofdieren. Het heronderzoek laat ook zien hoe belangrijk museumcollecties zijn: wat al meer dan vijftig jaar lang vergeten in een lade ligt kan toch nog nieuwe inzichten opleveren. De teruggevonden fossielen worden nu weer teruggebracht naar hun thuis in Australië.
We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Waar komen fossiele brandstoffen vandaan en hoe weten we dat? en Mary Anning, fossielenjaagster en een van de meest bijzondere wetenschappers ooit . Of lees dit artikel: Zeldzame dinosaurusfossielen onthullen geheimen over de evolutie van vliegen .
Ook elke dag vers het laatste wetenschapsnieuws in je inbox? Of elke week?
Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:


