Kolibries blijken de evolutiesnelheid van bromelia’s bijna te verdubbelen.
Bromelia’s die door kolibries worden bestoven vormen ongeveer twee keer zo snel nieuwe soorten als bromelia’s met andere bestuivers. Dat blijkt uit een onderzoek van de University of Reading. De plantenfamilie is vooral bekend van de ananas, maar telt ook duizenden andere soorten. Denk aan kleine planten die op boomtakken groeien, of aan luchtplantjes die soms in de huiskamer staan. Het onderzoek is te vinden in het vakblad Botanical Journal of the Linnean Society.
Evolutionaire stamboom
De wetenschappers bekeken voor het onderzoek de gegevens van 403 bromeliasoorten. Ze wilden weten welke dieren de bloemen bezoeken, en dus helpen bij de bestuiving. Bij ongeveer drie op de vier onderzochte soorten bleken kolibries een rol te spelen. Daarna vergeleek het team deze informatie met de evolutionaire stamboom van de plantenfamilie. Zo konden ze zien hoe snel nieuwe soorten ontstonden.
Het verschil was groot: Bromeliasoorten die door kolibries worden bestoven vormden gemiddeld 2,77 nieuwe evolutionaire lijnen per miljoen jaar. Bij soorten die door andere dieren worden bestoven, zoals bijen of vleermuizen, lag dat op 1,46 per miljoen jaar. Met andere woorden: kolibries lijken de evolutie een flinke duw in de rug te geven.
Hoofdonderzoeker Elizabeth Forward legt uit: “Bijen en wespen waren waarschijnlijk de eerste bestuivers van bromeliasoorten, de plantenfamilie die ons, onder andere, de ananas gaf,” zegt ze. “kolibries kwamen pas later op het toneel. Na hun komst zie je dat uiteindelijk steeds meer bromeliasoorten hun oude bestuiver inwisselen voor de kolibrie.”
Wisselen van kleur en vorm
Volgens Forward is dat belangrijk: als plantensoorten wisselen van bestuivers kan daardoor de vorm of kleur van bloemen veranderen. Zo zie je bijvoorbeeld dat veel soorten die door kolibries bestoven worden buisvormig en fel gekleurd zijn. Ook bevatten ze vaak hele zoete nectar, wat de vogels erg aantrekkelijk vinden. Tijdens het verzamelen van dat nectar blijft stuifmeel aan het lichaam van de vogel kleven. Bij de volgende bloem komt dat stuifmeel weer terecht op de juiste plek. Zo helpt de vogel de plant om zich voort te planten.
Forward vervolgt: “onze resultaten zijn heel bijzonder, vooral omdat zowel kolibries als bromeliasoorten evolutionair gezien eigenlijk heel jong zijn: veel van hun huidige diversiteit is pas in de afgelopen 20 miljoen jaar ontstaan. Dat is op evolutionaire schaal een oogwenk.”
Het landschap speelt daarbij waarschijnlijk ook een grote rol. Onderzoeker Jamie Thompson zegt: “Kolibries voeden zich met het nectar van plantensoorten die hoog in de bergen te vinden zijn. Daar leven bromeliasoorten vaak in kleine bosjes op elkaar. Onderling worden die kleine ‘eilandjes’ van elkaar gescheiden door het landschap, zoals valleien of bergen. Als eilandjes na verloop van tijd worden afgesneden van elkaar kunnen ze uiteindelijk uit elkaar groeien tot een eigen soort.”
Klein ecosysteem
De ontdekking kan verklaren waarom er in zo’n korte tijd zoveel bromeliasoorten zijn ontstaan: wereldwijd zijn er meer dan 3700 soorten te vinden. Sommige soorten groeien op de grond, zoals de ananas. Maar anderen leven dus op hele andere plekken, zoals op rotsen of in bomen. Veel bromeliasoorten vormen met hun bladeren een soort van ‘beker’ waarin water blijft staan. Die natuurlijke waterbakjes kunnen na verloop van tijd ruimte bieden aan een klein ecosysteem. Zo kunnen er insecten en zelfs kikkers in leven.
Echter kent de bijzondere band tussen bromeliasoorten en kolibries ook een unieke kwetsbaarheid: doordat zoveel soorten zo sterk afhankelijk zijn van kolibries kan het verlies van een kolibriesoort een grote impact hebben. Sommige bromeliasoorten lijken wat dat betreft te werken aan een soort van ‘vangnet’: ongeveer een op de zes soorten wordt niet alleen door kolibries bestoven, maar ook door andere soorten.
Dat betekent dus ook dat als kolibries volledig zouden verdwijnen daardoor vijf op de zes bromeliasoorten wel in de problemen zouden komen. Dat scenario is minder hypothetisch dan het lijkt. Volgens het onderzoek gaat het met kolibries niet altijd goed: een op de tien soorten wordt bedreigd en zes op de tien nemen in aantal af. Het onderzoek laat daarmee dus zien dat het behouden van biodiversiteit niet alleen goed is voor de kolibrie, maar ook voor veel verschillende bromeliasoorten die van hen afhankelijk zijn.
We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Wetenschappers zien de ene kolibrie meer dan 8000 kilometer vliegen, terwijl de andere thuisblijft en doen vervolgens een bizarre ontdekking en Mysterie opgelost: zo wurmt die slimme kolibrie zich door een gaatje dat veel te klein voor hem is . Of lees dit artikel: Mier ter grootte van een kolibrie plaatst wetenschappers voor een raadsel .
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:


