Met behulp van moderne technieken kunnen onderzoekers nu concluderen dat zeker twee meer dan 1000 jaar oude Zuid-Amerikaanse mummies een gewelddadig einde kenden.

Dat is te lezen in het blad Frontiers in Medicine. Het onderzoek kan weleens verstrekkende gevolgen hebben voor onze kijk op de pre-Columbiaanse samenlevingen. Want mogelijk waren die veel gewelddadiger dan we nu denken.

Drie mummies
Voor de studie bogen wetenschappers zich over drie mummies die in Zuid-Amerika zijn teruggevonden en vandaag de dag deel uitmaken van Europese museumcollecties. Het gaat om de gemummificeerde resten van twee mannen en twee vrouwen, die elk meer dan 1000 jaar geleden overleden zijn. Hun lichamen zijn vervolgens op natuurlijke wijze gemummificeerd (zie kader).

We kennen allemaal de Egyptische mummies die met zorg door speciaal daarvoor getrainde mensen zijn gemummificeerd. De mummies die in deze studie centraal staan, zijn echter niet door mensen, maar op natuurlijke wijze gemummificeerd. Een overledene kan van nature mummificeren in een droge omgeving, doordat die omgeving de vloeistoffen uit het ontbindende lichaam sneller opneemt dan het ontbindingsproces doorgang kan vinden.

Moord
Eén van de Zuid-Amerikaanse mummies die de onderzoekers onder de loep namen, is teruggevonden in Chili. Afgaand op de objecten die in zijn graf werden aangetroffen, maakte hij deel uit van een vissersgemeenschap. De man zou tussen 996 en 1147 na Christus overleden zijn en werd vervolgens gehurkt begraven. Hij zou op dat moment tussen de 20 en 25 jaar oud zijn geweest. Voor het onderzoek maakten de wetenschappers een 3D CT-scan van de resten van de man. En die scan – waarbij zowel de buitenzijde als de binnenzijde van het lichaam in 3D bekeken en geïnspecteerd kan worden – wijst uit dat de man een gewelddadige dood stierf. Mogelijk waren daarbij twee mensen betrokken; de ene zou de man een flinke klap op het hoofd hebben gegeven, waarna een ander hem met een scherp voorwerp in de rug stak.

Nog een moordslachtoffer
Daarnaast bogen de onderzoekers zich over de resten van een man die tussen 902 en 994 na Christus in Peru stierf. Flink beschadigde halswervels – waarvan er zelfs twee verplaatst zijn – wijzen erop dat ook hij vermoord werd. Daarnaast kunnen onderzoekers uit de staat van zijn aorta en grote vaten aflezen dat hij bij leven aan slagaderverkalking leed.

Natuurlijke dood
De derde mummie die de onderzoekers bestudeerden, komt ook uit Peru. Het gaat om de resten van een vrouw die tussen 1224 en 1282 na Christus stierf. Zij stierf wel een natuurlijke dood, zo concluderen de wetenschappers. Wel is haar skelet ook flink beschadigd, maar dat is waarschijnlijk tijdens haar begrafenis – en niet met opzet – gebeurd.

Veel geweld
Het zijn interessante bevindingen. Niet alleen, omdat we zo meer inzicht krijgen in het leven en sterven van deze mensen, maar ook omdat deze ons meer kunnen vertellen over de samenlevingen waar zij deel van uitmaakten. Zo vragen onderzoekers zich nog altijd af hoe gewelddadig prehistorische samenlevingen precies waren. In een poging die vraag te beantwoorden, wordt er nu vaak gezocht naar sporen van geweld op prehistorische menselijke resten. Zo wees een recente analyse van pre-Columbiaanse resten nog uit dat maar liefst 21 procent van de bestudeerde mannen sporen van geweld vertoonden. De focus bij dit soort onderzoeken ligt echter vaak op skeletten en schedels. Maar, zo laten de onderzoekers nu zien, mummies – waarbij ook zachte weefsels bewaard blijven – kunnen ook een belangrijke bron van informatie zijn als we meer grip willen krijgen op de mate waarin in prehistorische samenlevingen geweld werd toegepast. “Hier tonen we dodelijk geweld aan bij twee van de drie Zuid-Amerikaanse mummies die we met een 3D CT-scan onderzocht hebben,” aldus onderzoeker Andreas G. Nerlich. “En de soorten trauma’s die we gevonden hebben, zouden niet detecteerbaar zijn geweest als van deze mensen slechts skeletten waren overgebleven.”

Het onderzoek hint er dan ook op dat onderzoekers wanneer ze zich enkel richten op skeletten, de mate van gebruikt geweld weleens kunnen onderschatten. “Het bestuderen van menselijk gemummificeerd materiaal kan een veel hogere mate van trauma onthullen – zeker opzettelijk trauma – dan het onderzoek naar skeletten,” aldus Nerlich. Hij pleit er dan ook voor om in de toekomst meer Zuid-Amerikaanse mummies aan een 3D-scan te onderwerpen en zo te achterhalen hoe zij om het leven zijn gekomen. Dat kan namelijk – in combinatie met onderzoek naar teruggevonden skeletten en schedels uit dezelfde tijdsperiode – een nauwkeuriger beeld geven van de mate waarin prehistorische samenlevingen geweld kenden.