In Honduras kreeg de bedreigde Midden-Amerikaanse tapir grotendeels de schuld van het vernielen van gewassen. Camera’s laten nu zien dat een veel kleiner dier de boosdoener is.
In de bossen nabij de Miskitokust, in het oosten van Honduras, leven mensen en wilde dieren dicht op elkaar. Voor de gemeenschap die te vinden is in het kleine dorpje Mavita is cassave een belangrijk gewas. De wortel wordt lokaal veel gegeten en verbouwd op akkers die daar yucales worden genoemd. Maar: die akkers worden al een lange tijd bezocht door een ongewenste gast. Na zo’n nachtelijk bezoek blijken de akkers vaak beschadigd te zijn en zijn veel cassaves op ‘mysterieuze’ wijze verdwenen. Veel bewoners dachten te weten wie de boosdoener was: de Midden-Amerikaanse tapir, het grootste landzoogdier van Midden-Amerika.
Leestip: Stokoude tanden onthullen welke diersoorten klimaatverandering overleven en welke uitsterven
Die gedachte was niet heel vreemd: De tapir valt door zijn grote formaat erg op en komt redelijk veel in het gebied voor. Naast de tapirs werden ook paca’s en gordeldieren aangewezen als mogelijke daders. Een nieuw onderzoek laat zien dat de echte dader lange tijd vrijuit ging. Want niet de tapir werd het vaakst bij de cassaves gezien, maar Sylvilagus hondurensis, een soort die behoort tot de katoenstaartkonijnen. De meeste bewoners wisten niet eens dat die soort hun akkers bezocht. Het onderzoek is gepubliceerd in het vakblad Neotropical Biology and Conservation.
Cameravallen
De onderzoekers van de Wildlife Conservation Society wilden weten welke dieren de meeste schade aanrichten. Daarom plaatsten ze drie cameravallen rond en in een cassaveveld van ongeveer 10 hectare. Het veld lag in een landschap dat omringd was met bossen en regenwouden. De camera’s stonden van december 2024 tot februari 2025 aan. Ze waren gekoppeld aan lampen op zonne-energie, die automatisch aangingen bij beweging. Zo konden de onderzoekers niet alleen zien welke dieren langskwamen, maar ook hoe die dieren op het licht reageerden.
In totaal legden de camera’s 27 onafhankelijke gebeurtenissen vast. Daarbij werden zeven zoogdiersoorten gezien. Onder meer tapirs, ocelotten, jaguarundi’s, opossums, agoeti’s en katoenstaartkonijnen kwamen voorbij. Uit het onderzoek blijkt dat de katoenstaartkonijnen het vaakst dicht in de buurt van de cassaves kwamen. De tapirsoort kwam slechts twee keer in beeld. De onderzoekers vonden geen bewijs dat paca’s en gordeldieren aan de cassave aten.
Grote gevolgen
“Veel conflicten tussen mensen en wilde dieren beginnen met simpele aannames”, legt hoofdonderzoeker Manfredo Turcios-Casco uit. “Zonder bewijslast is het makkelijk om de grootste en meest opvallende dieren de schuld te geven. Dit onderzoek liet ons echter zien welke soorten echt van de gewassen aten. Zo konden we de feiten en de fabels van elkaar scheiden. Wat mij daarbij het meest verraste was dat de soort die door lokale mensen het vaakst werd verdacht niet een soort was die ook daadwerkelijk van de gewassen at.”
Dat is belangrijker dan het misschien klinkt. De Midden-Amerikaanse tapir is een bedreigde soort. Ondanks dat wordt de soort in delen van Honduras gedood uit voorzorg, omdat boeren soms denken dat tapirs hun oogst vernielen. De gemaakte blijken dus grote gevolgen te hebben: de schade blijft bestaan, waardoor boeren steeds vaker denken dat tapirs wel erg desastreus zijn voor hun velden. En alhoewel de Midden-Amerikaanse tapir dus zelf onschuldig is loopt deze daardoor wel steeds meer gevaar. Daardoor komen conservatieprojecten en lokale bevolkingen soms op gespannen voet met elkaar te staan: natuurbeschermers proberen er dan alles aan te doen om een (bedreigde) diersoort te redden, terwijl de lokale bevolking deze diersoort vooral als een plaag ziet.
Afschrikwekkend licht
Het onderzoek laat ook nog iets anders zien: hoe dieren reageren als er ’s nachts plotseling een lamp gaat schijnen. Die techniek wordt soms ingezet om wilde dieren weg te jagen. Tijdens dit onderzoek bleek de reactie per soort te verschillen. De twee tapirs die gespot werden renden allebei snel weg op het moment dat het licht aanging. De katoenstaartkonijnen bleken echter niet erg onder de indruk te zijn: vaak liepen ze gewoon door of kwamen ze zelfs terug in beeld. Dat laat zien dat het afschrikwekkende effect van lampen dus niet altijd even effectief is.
De resultaten gelden nog niet als onomstotelijk. Het onderzoek was namelijk niet erg groot: er werden maar drie camera’s gebruikt, waardoor het aantal waarnemingen beperkt is gebleven. Daarom is er eerst meer onderzoek nodig om zeker te weten hoe afschrikwekkend lampen echt kunnen zijn voor wilde dieren.
We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Waarom we Afrikaanse bosolifanten nodig hebben in onze strijd tegen klimaatverandering en Honduras gaat door muggen veroorzaakte gezondheidscrisis te lijf…door meer muggen vrij te laten . Of lees dit artikel: De Maya’s gooiden de boel om: rituele verbranding van koninklijke overblijfselen luidde nieuw tijdperk in .
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:


