De bacteriën komen veelvuldig voor en sommigen kunnen zonder dat je daar hinder van ondervindt in en op je lichaam wonen, maar zich ook zomaar tegen je keren. En dat is bijvoorbeeld in Sub-Sahara-Afrika problematisch.

Eerder werd al uitvoerig onderzocht hoeveel mensen wereldwijd te maken krijgen met gevreesde en overbekende ziektes zoals tuberculose, malaria en HIV. Maar veel minder aandacht is er tot op heden voor de bacteriële infectie. In het blad The Lancet brengen wetenschappers daar nu verandering in. Ze schatten voor het eerst in hoeveel mensen er wereldwijd door toedoen van 33 verschillende soorten veelvoorkomende bacteriën overlijden. En de cijfers zijn schokkend. Want bacteriële infecties blijken – in ieder geval in 2019 – miljoenen levens te hebben geëist en verantwoordelijk te zijn voor zo’n 13,6 procent van alle sterftes in dat jaar. “Deze nieuwe data onthullen voor het eerst de omvang van de uitdaging die bacteriële infecties wereldwijd voor de volksgezondheid vormen,” aldus onderzoeker Christopher Murray.

Het onderzoek
In de studie maken Murray en collega’s een inschatting van het aantal mensen dat in 2019 overleed door toedoen van 33 veel voorkomende bacteriële ziekteverwekkers en daaruit voortvloeiende 11 verschillende soorten infecties. Het onderzoek wijst uit dat de 33 bacteriën in 2019 samen verantwoordelijk waren voor 7,7 miljoen sterftes. En daarmee zijn de bacteriën doodsoorzaak numero twee; ze moeten alleen ischemische hartziekten voor zich dulden.

Iets meer dan de helft van de 7,7 miljoen sterftes blijkt te herleiden te zijn naar slechts vijf van de 33 bacteriën. Te weten: Staphylococcus aureus, Escherichia coli, Streptococcus pneumoniae, Klebsiella pneumoniae en Pseudomonas aeruginosa. De dodelijkste bacterie is daarbij S. aureus (zie kader), verantwoordelijk voor zo’n 1,1 miljoen sterftes.

Wolf in schaapskleren
S. aureus is een bacterie die van nature bij veel mensen voorkomt, bijvoorbeeld op de huid of in de neus. Daar veroorzaakt de bacterie normaliter geen problemen. Maar dat kan veranderen wanneer de huid of slijmvliezen in de neus beschadigen. Dan kan een infectie ontstaan. S. aureus is overigens niet de enige bacterie die normaliter weinig kwaads in de zin heeft. Ook E. coli (volgens het onderzoek verantwoordelijk voor 950.000 sterftes in 2019) komt van nature in de darmen voor en zorgt daar onder normale omstandigheden niet voor problemen. Tegelijkertijd is het echter wel de meest voorkomende verwekker van urineweginfecties en kan de bacterie ook zowel binnen als buiten de darmen infecties veroorzaken. Ook Streptococcus pneumoniae kan in de bovenste luchtwegen huizen zonder dat je daar ziek van wordt. Maar een verminderde afweer kan er dan weer opeens voor zorgen dat de bacterie een luchtweginfectie veroorzaakt.

Rijk versus arm
De onderzoekers gingen voor hun studie niet alleen na hoeveel levens de 33 bacteriën eisten. Ze zoomden ook nader in en keken in welke gebieden en leeftijdscategorieën de bacteriën met name hard toeslaan. Dat deel van het onderzoek wijst uit dat de bacteriën met name in Sub-Sahara-Afrika tot hoge sterftecijfers lijden; per 100.000 inwoners vonden daar in 2019 230 door deze 33 bacteriën veroorzaakte overlijdens plaats. Ter vergelijking: in rijkere landen – waaronder landen in West-Europa en Noord-Amerika – blijft het sterftecijfer in datzelfde jaar steken op 52 doden per 100.000 inwoners. Dat grote verschil is volgens de onderzoekers onder meer te herleiden naar het feit dat men in armere landen vaak niet of nauwelijks beschikt over antibiotica en een zwakkere gezondheidszorg kent.

Leeftijd
Daarnaast blijken de verschillende bacteriën ook in verschillende leeftijdsgroepen toe te slaan. Zo blijkt S. aureus – met 940.000 doden – de meeste slachtoffers te eisen onder mensen ouder dan vijf jaar. Terwijl S. pneumoniae in 2019 juist weer veel slachtoffers maakte onder kinderen jonger dan vijf jaar.

Wat het onderzoek vooral heel duidelijk maakt, zo stellen de onderzoekers, is dat we deze ‘vaak doodgewone’ bacteriën niet moeten onderschatten en – zeker ook met het oog op het groeiende probleem van antiobioticaresistentie – maatregelen moeten gaan treffen om zowel het aantal infecties als het aantal sterftegevallen door toedoen van deze 33 bacteriën terug te dringen. Het vereist dat onderzoekers en beleidsmakers net zoveel aandacht, tijd en geld wijden aan deze bacteriën als aan bekende ziektes zoals HIV of tuberculose. En dat is volledig gerechtvaardigd, zo stellen de onderzoekers. Zo wijzen ze er fijntjes op dat de twee dodelijkste bacteriën – S. aureus en E. coli – in 2019 samen meer slachtoffers maakten dan HIV. Ondertussen werd voor onderzoek naar HIV zo’n 42 miljard dollar vrijgemaakt, terwijl onderzoek naar E.coli het met een schamele 800 miljoen dollar moest doen. Dergelijke grote financieringsverschillen zijn mogelijk – zo erkennen ook de onderzoekers – te herleiden naar het feit dat we niet goed wisten hoeveel schade bacteriën wereldwijd aanrichtten. Maar dat is met het nieuwe onderzoek nu wat inzichtelijker geworden en daarmee maken de onderzoekers de weg vrij voor meer onderzoek en aandacht voor deze piepkleine, veelvoorkomende, maar in sommige situaties ook nietsontziende organismen.