De wetenschap achter bosbranden: worden ze erger? Wat zijn de gevolgen? En wanneer spreek je van een zombiebrand?

De wereld staat letterlijk in de fik, zo lijkt het soms. Zeker in de zomer domineren bosbranden het nieuws. Van Canada tot Griekenland en van Californië tot Zuid-Frankrijk: enorme gebieden gaan in vlammen op. Daarbij duiken ook steeds vaker spectaculaire termen op als megabranden en zombiebranden. Maar wat betekent dat eigenlijk? En is het echt zoveel erger dan vroeger?

Bosbrand beschouwen we over het algemeen als een natuurramp, maar dat is niet altijd het geval: in veel ecosystemen is het een natuurlijk verschijnsel. Al miljoenen jaren ontstaan branden door blikseminslag, vulkanische activiteit of, veel recenter, door mensen. In sommige bossen is vuur zelfs essentieel voor het voortbestaan van het ecosysteem. Bepaalde dennensoorten openen hun kegels bijvoorbeeld pas na blootstelling aan hoge temperaturen. Het vuur verwijdert bovendien oude, dode planten en maakt ruimte voor de groei van nieuwe.

Dat betekent natuurlijk niet dat alle branden goed zijn. De intensiteit, omvang en frequentie bepalen of een ecosysteem zich kan herstellen. En juist daarin zien wetenschappers de afgelopen decennia grote veranderingen.

Worden bosbranden echt erger?

Het korte antwoord is: ja, maar met een nuance. Satellietmetingen laten zien dat het wereldwijde verbrande oppervlak sinds het begin van deze eeuw licht is afgenomen, vooral doordat savannes in Afrika minder vaak branden. Maar juist in bosgebieden, waar branden veel schadelijker zijn en veel meer koolstof vrijkomt, gaat de trend de andere kant op.

Uit onderzoek blijkt dat door klimaatverandering het zogenoemde fire weather veel vaker voorkomt. Dit zijn periodes waarin hitte, droogte, lage luchtvochtigheid en harde wind samen de ideale omstandigheden creëren voor natuurbranden. Sinds de jaren zeventig is het aantal dagen met extreem brandgevaar in veel delen van de wereld aanzienlijk toegenomen. Bovendien duren brandseizoenen gemiddeld langer dan vroeger.

Ook de omvang van individuele branden groeit. Onderzoekers spreken steeds vaker van megabranden: uitzonderlijk grote en intense branden die zo heet worden dat ze hun eigen weersysteem kunnen creëren. Daarbij ontstaan enorme rookkolommen die onweersbuien en zelfs bliksem kunnen veroorzaken, waardoor weer nieuwe branden ontstaan.

Klimaatverandering is niet de enige oorzaak. Ook veranderingen in landgebruik spelen een rol. Decennialang zijn in veel gebieden vrijwel alle branden zo snel mogelijk geblust. Daardoor heeft zich veel dood hout en droge vegetatie opgehoopt: extra brandstof wanneer er uiteindelijk toch een vuur ontstaat.

De mythe van de zombiebrand

Tijdens recente natuurbranden in Frankrijk verscheen in verschillende media de term zombiebrand. Dat klinkt spectaculair, maar wetenschappelijk klopt die benaming in dit geval eigenlijk niet.

Wat er gebeurt, is dat ook veenlagen onder de grond zijn gaan smeulen. Dat verschijnsel staat bekend als een veenbrand. Anders dan een gewone bosbrand, waarbij vlammen zichtbaar zijn, verloopt een veenbrand grotendeels zonder vlammen. De reactie tussen koolstof en zuurstof gaat veel langzamer, waardoor het vuur ondergronds blijft voortkruipen.

Het bijzondere aan veen is dat het bestaat uit duizenden jaren oude, half verteerde plantenresten waarin enorme hoeveelheden koolstof zijn opgeslagen. Door de poreuze structuur kan een smeulende brand zich langzaam door het veen bewegen, zelfs wanneer het vuur bovengronds lijkt te zijn gedoofd.

a group of people sitting in lawn chairs in front of a fire
Foto: Mike Newbry

Uitzonderlijke gevallen

De term zombiebrand gebruiken onderzoekers eigenlijk alleen voor uitzonderlijke gevallen waarbij zo’n smeulende veenbrand zelfs de winter overleeft. Onder een dikke laag sneeuw blijft het vuur dankzij de isolerende werking van de sneeuw langzaam doorgaan. Zodra de boel in het voorjaar smelt en er weer voldoende zuurstof beschikbaar komt, kunnen opnieuw vlammen ontstaan. Het lijkt dan alsof een nieuwe natuurbrand begint, terwijl het in werkelijkheid dezelfde brand is die maandenlang ondergronds is blijven smeulen.

Dergelijke overwinterende branden zijn vooral waargenomen in Alaska, Canada en Siberië. In Nederland en Frankrijk kunnen veenbranden voorkomen, maar echte zombiebranden zijn door het veel mildere en nattere klimaat uiterst zeldzaam.

Leestip: Waar rook is, is kanker: bosbranden vergroten kans op ziekte fors

Een enorme bron van broeikasgassen

Bosbranden stoten grote hoeveelheden broeikasgassen uit. Daarbij komt niet alleen koolstofdioxide vrij, maar ook methaan (CH₄), koolmonoxide en andere gassen. Vooral veenbranden zijn problematisch. Waar bomen hun koolstof meestal enkele tientallen tot honderden jaren hebben opgeslagen, bevat veen koolstof die zich soms duizenden jaren heeft opgehoopt. Wanneer dat veen verbrandt, komt die eeuwenoude koolstof alsnog in de atmosfeer terecht. Per vierkante meter kunnen veenbranden daardoor aanzienlijk meer koolstof uitstoten dan gewone bosbranden.

Uit recent onderzoek blijkt bovendien dat natuurbranden meer methaan produceren dan lange tijd werd gedacht. Omdat methaan op korte termijn een veel krachtiger broeikasgas is dan CO2, kan dat de klimaatimpact van natuurbranden verder vergroten. Daarmee ontstaat een vicieuze cirkel: klimaatverandering zorgt voor meer en intensere branden en die branden stoten op hun beurt weer extra broeikasgassen uit die de opwarming versterken.

Niet alleen slecht nieuws voor de natuur

Voor veel planten- en diersoorten zijn bosbranden desastreus. Grote zoogdieren kunnen vaak nog vluchten, maar kleinere dieren, insecten en bodemorganismen hebben die mogelijkheid meestal niet. Tijdens de Australische megabranden van 2019 en 2020 stierven of verdwenen naar schatting miljarden dieren.

Maar het verhaal is zoals gezegd ingewikkelder. In ecosystemen die geëvolueerd zijn met regelmatige branden, vormt vuur juist een belangrijk onderdeel van de natuurlijke kringloop. Sommige planten ontkiemen pas na een brand en veel diersoorten profiteren van de open vegetatie die daarna overblijft.

Het probleem ontstaat wanneer branden veel heter, groter of frequenter worden dan het ecosysteem aankan. Dan krijgen jonge bomen geen kans om volwassen te worden, verdwijnen complete leefgebieden en kan bos uiteindelijk veranderen in grasland of struikvegetatie. Zulke veranderingen kunnen tientallen tot honderden jaren aanhouden.

Leestip: Schade door Canadese bosbranden veel groter: ook tienduizenden Europese doden

Rook is gevaarlijker dan vuur

Voor mensen vormt niet zozeer het vuur zelf de grootste bedreiging, maar vooral de rook. Bosbrandrook bevat een complex mengsel van ultrafijnstof, roet, stikstofoxiden, vluchtige organische stoffen en honderden andere chemische verbindingen. Vooral de kleinste fijnstofdeeltjes (PM2.5) dringen diep door in de longen en kunnen zelfs in de bloedbaan terechtkomen.

Steeds meer onderzoek laat zien dat blootstelling aan bosbrandrook leidt tot meer ziekenhuisopnames vanwege astma, COPD, hart- en vaatziekten en longontstekingen. Vooral kinderen, ouderen en mensen met bestaande longaandoeningen zijn kwetsbaar.

Daarnaast groeit het bewijs dat langdurige blootstelling aan bosbrandrook ook de kans op kanker vergroot. Sommige chemische stoffen in de rook, zoals polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s), zijn kankerverwekkend. Onderzoekers waarschuwen daarom dat de gezondheidsimpact van natuurbranden waarschijnlijk jarenlang is onderschat.

Opvallend is bovendien dat rook zich over enorme afstanden kan verspreiden. Tijdens de Canadese bosbranden van 2023 verslechterde de luchtkwaliteit duizenden kilometers verderop, tot in grote delen van de Verenigde Staten. Eerder onderzoek liet zelfs zien dat rook van de Australische bosbranden tijdelijk de temperatuur van delen van de Stille Oceaan beïnvloedde doordat rookdeeltjes extra zonlicht weerkaatsten.

Bosbranden zijn geen probleem van de toekomst

De wetenschap is duidelijk: natuurbranden horen bij veel ecosystemen, maar de omstandigheden waarin ze ontstaan veranderen snel. Hogere temperaturen, langere droge periodes en veranderend landgebruik zorgen ervoor dat bosbranden in veel regio’s groter, heviger en moeilijker te bestrijden worden.

Daarmee nemen niet alleen de directe schade en de uitstoot van broeikasgassen toe, maar ook de gevolgen voor de biodiversiteit en de volksgezondheid. Tegelijk laat het voorbeeld van de zogenoemde zombiebranden zien hoe belangrijk nauwkeurige wetenschapscommunicatie is. Niet iedere smeulende veenbrand is een zombiebrand, hoe aantrekkelijk die term ook klinkt in een krantenkop.

Wil je niets van Scientias missen? Voeg Scientias toe als voorkeursbron op Google dan zie je al onze verhalen!

Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

Categorieën:

Bronmateriaal

Afbeelding bovenaan dit artikel: Dirk Erasmus / Unsplash

Fout gevonden?

Voor jou geselecteerd