Maar tragisch genoeg blijven ze toch elk jaar de vaak barre en energieslurpende tocht maken.

Jaarlijks maken veel dieren, waaronder zoogdieren, vogels en insecten, zich op voor een behoorlijke uitputtingsslag. Ze migreren over lange afstanden naar het noorden om hier te broeden, maar ook om te profiteren van de seizoensgebonden overvloedige aanwezigheid van voedsel, de geringere aanwezigheid van parasieten en ziektes en de relatieve bescherming tegen roofdieren. Onderzoekers hebben echter in een nieuwe studie ontdekt dat deze barre trektocht door toedoen van klimaatverandering en menselijke druk, voor sommige soorten mogelijk niet langer de moeite waard is. Maar hoe vertel je hen dat?

Lange afstanden
Onder de dieren die zich elk jaar opmaken voor een indrukwekkende trektocht, vinden we kariboes, kustvogels en monarchvlinders, die in de zomer meer dan 1000 kilometer afleggen naar noordelijke gematigde en arctische gebieden. In de winter keren ze vervolgens weer terug naar het zuiden. Dergelijke migraties gaan hen zeker niet in de koude kleren zitten. Zo zijn het vaak barre en energieslurpende tochten. Toch wogen de voordelen tot nu toe nog altijd zwaarder. Al waarschuwen onderzoekers nu dat dit voor veel soorten niet langer het geval is.

Uitgehold
In de studie sloeg het team er 25 recent gepubliceerde onderzoeken op na, waarin beschreven wordt hoe uitputtende migraties niet langer lonen. Volgens de onderzoekers betekent het dat de voordelen van dergelijke trektochten zijn uitgehold. Hoe dat komt? Klimaatverandering en menselijke druk, zo stellen ze. En dat heeft in veel gevallen geleid tot een lager reproductief succes en een hoger sterftecijfer onder migrerende soorten.

Veilige havens
Volgens onderzoeker Vojtěch Kubelka zijn het alarmerende bevindingen. “We hebben geleefd met het idee dat noordelijke broedgebieden veilige havens zijn voor trekdieren,” zegt hij. “Maar nu zien we dat talrijke gebieden met een gematigd klimaat ecologische valstrikken vormen.” De voedselvoorziening en -beschikbaarheid in het noorden komen nu vaak klimatologisch niet meer overeen met de reproductie van trekdieren. En dat leidt tot meer sterfte onder nakomelingen, vooral onder trekvogels. Bovendien duiken er in het noordpoolgebied nieuwe parasieten en ziekteverwekkers op, wat een nieuwe druk creëert. Daarnaast hebben toproofdieren het steeds vaker op nesten voorzien en eten de eieren en de kuikens op, nog voordat ze de kans krijgen om uit te vliegen.

Vossen eten vaker eieren
Roofdieren zoals vossen jaagden vroeger het in het noordpoolgebied vaak op woelmuizen. Maar door de hedendaagse mildere winters zien we opvallende veranderingen. Door het warmere klimaat valt er namelijk vaker regen op sneeuw, wat vervolgens opnieuw bevriest. Hierdoor kunnen woelmuizen hun eigen voedsel niet bereiken. Met minder woelmuizen in de omgeving, eten vossen in plaats daarvan de eieren en kuikens op van trekvogels. In de afgelopen zeventig jaar is het aantal nesten van migrerende vogels die door roofdieren wordt leeggeroofd, zelfs verdrievoudigd. En dat is met name te wijten aan klimaatverandering, zo betogen de onderzoekers.

Het lijkt er dus op dat de tijd dat migratie loonde voor sommige soorten nu echt voorbij is. Maar hoe vertel je hen dat? Tragisch genoeg blijven vele toch elk jaar de vaak barre en energieslurpende tocht maken. Terwijl sommige dieren prima iets minder ver naar het noorden zouden kunnen afreizen om de nadelen het hoofd te bieden, zijn de meeste trekdieren nog altijd vastbesloten om elk jaar de uitputtende tocht te maken.

Wat te doen?
De onderzoekers suggereren dat met name arctische en noordelijke gematigde broedgebieden aanzienlijke aandacht voor instandhouding nodig hebben. Om dat goed vorm te geven, stellen de onderzoekers voor om de stressoren voor trekdieren nauwkeurig in kaart te brengen. Op die manier kunnen we beter onderscheid maken tussen geschikte broedgebieden en aangetaste omgevingen. “De erkenning van opkomende bedreigingen en het voorgestelde raamwerk voor classificatie, zullen helpen om de meest bedreigde populaties en regio’s te identificeren,” zegt Kubelka. “Hierdoor kunnen we beter doelgerichte instandhoudingsmaatregelen treffen.”

Dat zal overigens geen gemakkelijke opgave worden. Het bedenken van oplossingen zal waarschijnlijk moeilijk zijn vanwege de grote gebieden die ermee gemoeid zijn. Toch is nietsdoen ook geen optie. Want de huidige trends hebben mogelijk ernstige gevolgen voor de structuur en functie van ecosystemen. “De aarde is een complex ecosysteem,” zegt onderzoeker Tamás Székely. “Veranderingen in de mate waarin migraties lonen, hebben invloed op de populatie van migrerende dieren. En dat kan op zijn beurt weer gevolgen hebben voor de soortensamenstelling, voedselwebben en uiteindelijk het hele ecosysteem.” De onderzoekers benadrukken dan ook dat er meer onderzoek nodig is om de onderste steen van deze problematiek boven te krijgen.