Honderden metershoge hoofden torenen boven het land uit. Waarom en hoe? Niemand die het zeker weet. Als er één plek op aarde is omgeven door mythes en legenden dan is het Paaseiland wel. Sterker nog, de belangrijkste theorie over de ondergang van de beschaving kan overboord. Maar wat heeft de Paaseilanders dan wel de kop gekost?

Paaseiland dankt zijn naam aan de Nederlander Jacob Roggeveen, die het eiland op paaszondag in 1722 in het vizier kreeg en er als eerste Europeaan voet aan wal zette. Hij werd samen met zijn 134-koppige bemanning uiterst vriendelijk ontvangen door de lokale bevolking, maar toch ging het mis. “Ineens hoorde Roggeveen schoten”, vertelt hoogleraar Grondslagen van de milieuwetenschappen Jan Boersema van de Universiteit Leiden in een persbericht. Hij is een van de organisatoren van de Paaseiland-conferentie, die vorige week voor de tiende keer werd gehouden, dit keer in Leiden. “Toen de kruitdampen optrokken, lagen er zo’n tien Paaseilanders dood op de grond. Volgens de schutters zaten de bewoners aan hun geweren.” Tijdens de conferentie zijn excuses aangeboden voor de slachtpartij. “Roggeveen keurde die schietpartij sterk af, maar het is wel gebeurd. Daar wilden we met elkaar bij stilstaan”, aldus Boersema.

De zogenaamde ondergang
De schutters dachten dat de Paaseilanders kwaad in de zin hadden. Dat past bij de theorie die lange tijd standhield, dat de beschaving op Paaseiland ten onder ging aan de uitputting van hulpbronnen, waardoor oorlog zou zijn ontstaan. Het boek Collapse van de beroemde geograaf Jared Diamond, waarin hij de ondergang van de Paaseilanders beschreef, was in 2005 een bestseller. Zijn verhaal: Al rond het jaar 900 woonden er mensen op Paaseiland. Men putte de natuurlijke hulpbronnen uit en de bevolking groeide uit tot ongeveer 15.000 mensen. De inwoners wilden steeds mooiere en grotere beelden maken. Daarvoor was steeds meer mankracht, voedsel voor de harde werkers en hout voor het vervoer nodig. Uiteindelijk waren bijna alle bomen op, waardoor de grond erodeerde en de landbouw minder opbracht. Er ontstond schaarste, wat in 1680 tot een oorlog leidde tussen verschillende groepen op het eiland. Toen Roggeveen in 1722 arriveerde waren er nog maar een paar duizend Paaseilanders over, die bovendien in slechte conditie waren. Ze zouden zelfs aan kannibalisme doen om te overleven.

Maar er blijken allerlei zaken niet te kloppen aan deze theorie, die overigens al eerder door andere wetenschappers is beschreven. Professor Boersema beschrijft in zijn boek Beelden van Paaseiland hoe hij in het reisverslag van Roggeveen niets las over een samenleving in verval. De ontdekkingsreiziger noemde het land vruchtbaar en de eilanders sympathiek. Van oorlog of kannibalisme was geen sprake. Hoe kan het dan dat dit verhaal zelfs nu nog hier en daar wordt geloofd? “Diamond schetste een beeld van vrij stomme eilandbewoners die hele grote beelden bouwden en ten onder gingen aan hun eigen megalomane cultuur”, verklaart Boersema in gesprek met Scientias.nl. “Het wordt vaak als een voorbeeld gezien van waar wij mensen nu ook mee bezig zijn en wat de aarde als geheel te wachten staat. Mensen gebruiken het verhaal op hun eigen manier om het passend te maken.”

Foto: Aliaksei Skreidzeleu

Op drift geraakte expeditie
Maar hoe kon dan de bevolking zijn geslonken van 15.000 rond 1680 tot een paar duizend twee eeuwen later? Voor het antwoord daarop volstaat één simpele wijziging van het uitgangspunt: er waren nooit 15.000 Paaseilanders, maar slechts enkele duizenden. Vermoedelijk zijn de Polynesiërs in één badge naar Paaseiland gekomen dus hooguit met een man of honderd, vertelt Boersema. “De Polynesiërs voeren met hun bootjes naar alle uithoeken van het eilandenrijk. Meestal gingen ze eerst op verkenning, maar dat is in dit geval onwaarschijnlijk vanwege de grote afstand. Het was op dat vlak verreweg de grootste expeditie”, legt Boersema uit. “Mijn theorie is dat de expeditie op drift is geraakt. Mogelijk raakten ze door een storm uit koers en zijn ze er toen in geslaagd het eiland te vinden. Het zijn formidabele zeezeilers. Daarna konden ze er mogelijk niet meer vandaan komen. De expeditie zat wel goed in elkaar met voldoende jonge mensen die zich konden voortplanten.”

Natuurlijke bevolkingsgroei
Dat gebeurde niet rond het jaar 900, zoals lang gedacht, maar pas rond 1150. Als je dan uitgaat van een gemiddelde bevolkingsgroei kom je op een bevolkingsaantal van hooguit een paar duizend. Een overzichtsstudie die tijdens de conferentie vorige week werd besproken komt tot dezelfde conclusie. “Er blijken absoluut geen aanwijzingen voor de hele hoge aantallen van royaal meer dan 10.000. Dat is heel onwaarschijnlijk. Het waren er op het hoogtepunt eerder 3000 tot 4000”, aldus Boersema.

Arme grond
Er is volgens de hoogleraar dan ook helemaal geen ineenstorting van het rijk geweest, maar enkel een geleidelijke transitie. “Het milieu is veranderd en de bevolking heeft zich kunnen aanpassen.” Uit een tweede paper die op de conferentie is gepresenteerd naar voedingsmineralen op het eiland bleek dat dit echter niet vanzelfsprekend was. “Veel bodems op het eiland waren aan de arme kant. Om voldoende voedsel te verbouwen moesten de eilanders op bepaalde plaatsen de bodem verrijken met bijvoorbeeld hun eigen excrementen”, vertelt Boersema, die benadrukt dat de Paaseilanders erg innovatief waren. “Bij de groeve waar ze de beelden uithakten gebruikten ze bijvoorbeeld het gruis van de stenen, waar mineralen inzitten, om de bodem te verrijken. De groeve werd dan ook een sweetspot voor de akkerbouw. Ze bedekten de bodem daar met kleine steentjes tegen uitdroging. De eilanders verbouwden namelijk veel knolgewassen, zoals zoete aardappel. Die zijn gevoelig voor uitdroging.”

Om te overleven moesten de bewoners veel veerkracht tonen. “Ze hebben zich aangepast aan steeds schralere omstandigheden doordat er sprake was van ontbossing. Die ontstond vermoedelijk door een combinatie van het omhakken van bomen voor eigen gebruik, door branden en door ratten. De regeneratie van het bos was daardoor moeilijk. Ook volgde er aan het eind van de 17de eeuw als gevolg van golfstroom La Niña waarschijnlijk een erg droge periode.”

De vogelcultuur
Mogelijk onder invloed van de schralere omstandigheden verdween uiteindelijk de beeldencultuur. Daar kwam de vogelcultuur voor in de plaats. Boersema noemt dat opnieuw een bewijs van de veerkracht van het volk. “Ze wisten een cultuur die al een beetje bestond, waarin de fregatvogel en de stern werden vereerd, verder te ontwikkelen als een structuur gevend ritueel.” Volgens dit ritueel moesten sterke mannen namens verschillende stammen proberen het eerste ei van de bonte stern van het rotseiland Motu Nui te halen. Dat was geen sinecure. Ze moesten met een primitieve kano van riet en half zwemmend naar het eiland toe om daar een 300 meter hoge klif te beklimmen. Hadden ze het ei gevonden dan moesten ze daarmee op hun hoofd weer afdalen van de klif. Ze bleven dagen of soms zelfs weken op het eiland. Veel mannen overleden, omdat ze naar beneden vielen of werden aangevallen door haaien. De winnaar bracht het ei naar zijn voorman, die dan een jaar de geestelijk leider werd van Paaseiland. Hij trok zich terug bij een krater waar ook de steengroeve was waar de beelden werden gemaakt. Een teken dat de beelden- en de vogelmancultuur met elkaar verbonden waren. “De groeve waar het steen voor de beelden werd uitgehakt, was veel meer dan enkel een plek om stenen te halen”, vertelt Boersema. “Het was een belangrijk centrum voor de gemeenschap, ook vanwege de groenteteelt, die daar in de verrijkte grond kon plaatsvinden.”

Goedkope arbeidskrachten
De vogelcultuur bleef bestaan tot de Zuid-Amerikanen kwamen in 1863 en een deel van de Paaseilanders meenamen als goedkope arbeidskrachten. “Er waren toen ongeveer 4000 Paaseilanders. Dat is in lijn met eerdere cijfers. Er werden er zo’n 1400 geronseld en met valse beloftes meegelokt. Er was ook een zekere bereidheid om weg te gaan: misschien was het leven elders wel beter.” Dat bleek niet zo te zijn. Velen stierven in de mijnen en op de plantages van Peru aan ziektes als pokken en tbc. Slechts 15 keerden er uiteindelijk terug, helaas met de ziektekiemen zodat de ramp zich ook op het eiland voltrok. Uiteindelijk werden er rond 1877 nog 110 Paaseilanders geteld. Dat was de echte collapse. Rapa nui moest zich opnieuw herpakken.

Moai bij Tongariki (foto: Jan J. Boersema)

Het heden
Volgens Boersema is Paaseiland ook nu nog ‘eigenlijk de aarde in het klein’. “Veel problemen die wereldwijd spelen, zoals de vervuiling van de oceanen, doen zich ook op Paaseiland voor. Denk bijvoorbeeld ook aan neokolonialisme. Chili heeft in zekere zin Paaseiland gekoloniseerd, maar is nu bezig met een interessante grondwetherziening. Daarbij krijgen de oorspronkelijke bewoners nieuwe rechten.”

Verder vindt de expert dat we veel kunnen leren van de veerkracht van de Paaseilanders. “Ze laten zien hoe je ook in schralere omstandigheden een interessante cultuur kunt ontwikkelen door je aan te passen aan je veranderende omgeving. Ze hadden een bijzondere samenlevingsstructuur en waren innovatief op het gebied van landbouw. Het waren slimme overlevers.”

Ook kunnen we uit het verhaal van Paaseiland lessen trekken over interculturele communicatie. “We zijn daar sinds die tijd beter in geworden, maar het is nog steeds een probleem. De vreemdheid van een andere cultuur en hoe je daarop reageert, dat is nog steeds niet makkelijk. De angst voor het vreemde, voor de ander, zit daarachter.”

De laatste raadselen
Zijn er nog raadsels over op Paaseiland? “Nog genoeg”, weet Boersema. “Het blijft onduidelijk hoe het kan dat er zoveel bomen zijn verdwenen, want voor het maken van de beelden waren er niet zoveel nodig. Ook was de meest voorkomende kokospalm helemaal niet zo geschikt voor het rollen van beelden of het maken van kano’s.”

Verder is het nog een mysterie waar het Zuid-Amerikaanse genetisch materiaal vandaan komt, dat er is aangetroffen. “Mogelijk zijn de Polynesiërs ver voor Columbus in Latijns-Amerika geweest en was er toen al verkeer tussen Polynesië en het vaste land. Zo kwam de op Paaseiland veel geteelde zoete aardappel bijvoorbeeld uit Zuid-Amerika.”

Kortom, er is nog genoeg te onderzoeken en ontdekken op Paaseiland. Maar dat het geen kannibalen waren, die zichzelf te gronde richtten, zoveel is wel duidelijk. Sterker nog: het was een innovatief, veerkrachtig volkje dat zich aanpaste aan wat het leven hen bracht.

Paaseiland
Paaseiland, een Polynesisch eiland in de Grote Oceaan, is met een omvang van 163 vierkante kilometer ongeveer even groot als Texel. De provincie van Chili is een van de meest geïsoleerde eilanden ter wereld. Het dichtstbijzijnde bewoonde eiland is Pitcairn, wat 2075 kilometer verderop ligt. Paaseiland, of Rapa Nui, is vooral bekend van de Moai. De honderden beelden van tot wel 9,5 meter hoog zijn gemaakt van een zacht vulkanisch gesteente (tufsteen). Het zijn mannen met de armen strak langs hun lichaam en de handen op de buik. Op zeven beelden na kijken ze allemaal naar het binnenland. Ze beelden voorouders uit, die ook achter de beelden werden begraven. Rotsinscripties wijzen op een sterke vruchtbaarheidscultuur. Voor het vervoer van de beelden zijn hooguit enkele duizenden bomen gekapt, terwijl er naar schatting miljoenen stonden.

Foto: Lindrik