De mythe van de verminderde aandachtsspanne: zijn we door social media echt slechter geconcentreerd?

De mythe van de korte aandachtsspanne ontkracht: social media heeft onze concentratie niet verkort, maar aandachtig lezen vraagt om training van je ‘lees-spier’.

Kijk eens om je heen tijdens je volgende treinrit. Pubers scrollen hun reistijd weg en kijken pas op wanneer het eindstation wordt omgeroepen. Werkenden scannen e-mails, whatsappen met het thuisfront en klikken gehaast op pushmeldingen van de NOS. Ouders met de handen in het haar geven hun kinderen toch maar de iPad, als een soort 21ste-eeuwse fopspeen. We lezen meer dan ooit op onze schermen, maar wat doet het constante scrollen met onze hersenen en concentratie? En kunnen we nog aandachtig lezen zoals vroeger?

Het Engelse ‘deep reading’

Allereerst, wat is dat precies? De Nederlandse vertaling voor deep reading is aandachtig lezen en dat is eigenlijk precies waar het om draait: je volle aandacht bij de tekst houden. De tekst niet alleen woord voor woord lezen, maar ook daadwerkelijk begrijpen en voelen wat er gezegd wordt.

En dat is van belang, zo stelde hersenwetenschapper Maryanne Wolf al in 2007 in het boek ‘Challenging the Whole Child: Reflections on Best Practices in Learning’. Aandachtig lezen ontwikkelt namelijk langzamere en complexere denkprocessen in tegenstelling tot snelle, oppervlakkige informatieve scans op een scherm.

Concentratie: korte termijn effecten van onderbreking

Simpel gezegd is concentratie het vasthouden van de aandacht, vertelt Stefan van der Stigchel, hoogleraar cognitieve psychologie aan de Universiteit Utrecht. Je aandacht kan maar op één plek tegelijk zijn, al is het snel en vluchtig. De aanwezigheid van sociale media, bijvoorbeeld de notificaties of de gewoonte om de telefoon erbij te pakken, zorgt voor afleiding. Als je een melding op je telefoon krijgt, terwijl je net in een boek zat, is je concentratie verbroken.

Deze onderbreking van de aandacht heeft directe gevolgen voor je informatieopslag, vertelt Van der Stigchel. “Want we weten dat de hersengebieden die betrokken zijn bij de informatieopslag, zoals de hippocampus, veel minder actief zijn tijdens periodes van afleiding vergeleken met periodes van focus.”

Dit beaamt ook Roel van Steensel, hoogleraar leesgedrag aan de Vrije Universiteit Amsterdam. “De verwachting is dat de constante aanwezigheid van een telefoon en de signalen die je ervan krijgt door bijvoorbeeld binnenkomende berichtjes, maken dat je je minder goed lange tijd kunt concentreren als je bijvoorbeeld een boek aan het lezen bent.” En dat is weer slecht voor tekstverwerking, “omdat er dan in feite sprake is van multitasking en we weten uit onderzoek dat multitasking het leesproces verstoort.”

De mythe van de kortere aandachtsspanne

De populaire opvatting dat onze concentratiespanne wordt verkort door sociale media, ligt een stuk genuanceerder. Er is nog geen bewijs dat de huidige generatie een kortere concentratiespanne heeft, vertelt Van der Stigchel. “Dat kan je simpelweg niet wetenschappelijk onderbouwen.”

Concentratie hangt namelijk ook sterk samen met hoe leuk je iets vindt. “Stel je kan op een dag zeven uur lang een videogame spelen, dat is natuurlijk ook een vorm van concentratie”, vertelt Van der Stigchel. Het feit dat je een activiteit leuk vindt, maakt het concentreren veel makkelijker. Games en sociale media zijn wel perfect om de aandacht te trekken en ook vast te houden met veel prikkels, in tegenstelling tot een boek.

“Het is onwaarschijnlijk dat hersenscans grote verschillen laten zien tussen mensen die veel lezen en mensen die online informatie consumeren, vanwege de grote variatie tussen personen”, bevestigt ook neurowetenschapper Pieter Roelfsema. “Daarnaast staat niet vast wat scrollen precies doet met de aandachtsspanne en er is zelfs een hypothetische mogelijkheid dat het de concentratie verbetert als het lang en aandachtig gebeurt.”

Een verschuiving in leesgedrag

Kinderboekenschrijver Marc ter Horst valt wel iets anders op. Hij merkt dat het niveau van gelezen boeken opschuift: kinderen in hogere klassen lezen nu boeken die vroeger in lagere klassen populair waren. “Bijvoorbeeld boeken die ze tien jaar geleden in groep 6 lazen, die lezen ze nu ook nog in groep 8. De boeken die ik tien jaar geleden in groep 8 zag liggen, lezen ze nu in de brugklas.”

De kinderen kiezen daarbij vaker voor boeken met plaatjes, graphic novels zoals Het Leven van een Loser of De Waanzinnige Boomhut. “Dat zijn prima boeken om mee te beginnen, maar dan moet je er niet in blijven hangen en zeker niet in de brugklas”, voegt Ter Horst toe. Deze boeken zijn een stuk laagdrempeliger, wat ze makkelijker maakt om in en uit te stappen.

Oppervlakkig lezen, de Shallowing-hypothese

Ook Van Steensel ziet een verschuiving in leesgedrag. “We lezen nog wel, maar vooral kortere tekstjes, op sociale media. Daardoor gaat onze vaardigheid om ons te concentreren op langere teksten en die diepgaand te verwerken achteruit. Dat is wat we de Shallowing-hypothese noemen: ons lezen wordt oppervlakkiger.”

Hij wijst daarmee naar een recente literatuurstudie die de link tussen digitaal lezen en leesvaardigheid onderzocht. De onderzoekers ontdekten dat deze band zwakker is dan die tussen lezen op papier en leesvaardigheid, wat zij verklaren met de zogenoemde Shallowing-hypothese.

De maatschappelijke waarde van het boek

Boeken zijn essentieel om je in te leven in andere mensen en situaties, je zogenaamde empathisch vermogen. Ter Horst vreest dat mensen egoïstischer worden als ze minder lezen, “omdat ze zich dan minder voor kunnen stellen bij het leven van andere mensen, in andere culturen of situaties.” Dit heeft op zijn beurt gevolgen voor hoe mensen naar hun omgeving kijken.

Daarnaast stelt hij dat lezen ook cruciaal is voor het opbouwen van een brede woordenschat en het ontwikkelen van de bagage die nodig is om complexe onderwerpen te begrijpen. De mogelijkheid om aandachtig te lezen is ontzettend belangrijk “want je hebt het gewoon echt nodig tijdens je studie, je middelbare school en bijvoorbeeld ook om nepnieuws te herkennen.”

Van der Stigchel voegt er een ander belangrijk punt aan toe, rust voor je brein! “Op het moment dat je de hele tijd met je hoofd op de smartphone bezig bent, dan komt je brein ook niet echt tot rust. Dat zorgt er dan voor dat concentreren daarna moeilijker wordt, want je aandacht is dan al een beetje opgebruikt.”

Hoe leer je weer lezen?

“Je concentratievermogen kan je op zich wel trainen, ik vergelijk concentratie vaak met een spier”, vertelt Van der Stigchel. Als je beter wil worden in het aandachtig lezen, moet je lezen om die specifieke “spier” op te bouwen. “Als je je armen traint, worden je benen niet sterker. Als je goed bent in gamen word je niet beter in lezen, je aandachtsspanne is heel erg taakafhankelijk.”

Toch is er één uitzondering op deze regel, vertelt Van der Stigchel. “Er is een trainingsmethode waar genoeg bewijs voor is om te stellen dat het goed is voor je concentratie in het algemeen en dat is mindfullness. Daarvan weten we dat het je heel bewust maakt van wat afleiding met je doet, waardoor je dus beter wordt in concentreren in het algemeen.”

“Blijf gewoon zoeken naar goede boeken”, voegt Ter Horst toe, “die zijn er genoeg!” Blijf niet hangen in slechte boeken, leg ze weg als het na twintig bladzijden niet bevalt en verken verschillende genres. “Er zijn heel veel goede jeugdboeken die voor volwassenen ook geweldig zijn. Dat kan confronterend zijn, maar voor boeken hoef je je totaal niet te schamen.” Hij adviseert om laagdrempelig leesmateriaal, bijvoorbeeld kinderboeken of graphic novels, als opstapje te gebruiken om het “leesvirus” weer te pakken te krijgen.

Bronmateriaal

Fout gevonden?

Voor jou geselecteerd