De megalodon, de grootste roofvis ooit, is niet zo’n koelbloedige moordenaar als gedacht

Een moordmachine, dat was het 3,6 miljoen jaar geleden uitgestorven zeemonster wel degelijk. Maar deze enorme haai was, in tegenstelling tot zijn moderne familieleden, warmbloedig. Is dit waarom de megalodon tegenwoordig de oceanen niet meer terroriseert?

Een volwassen megalodon had zo’n 276 tanden van 18 centimeter lengte, boven en onder verdeeld over vijf rijen. Hij kon wel 18 meter lang worden, zijn kop was zo’n 5 meter groot en hij was in staat om zijn bek 2 meter ver open te sperren. De megahaai woog naar schatting maximaal 60.000 kilo en had zo’n 1100 kilo voedsel per dag nodig, terwijl zijn bijtkracht vijfmaal zo krachtig was als die van de T-rex, toch ook geen lieverdje. Er zijn mensen die denken dat megalodons zich tegenwoordig schuilhouden ergens diep in de oceaan, een idee dat gevoed wordt door films met reuzenhaaien in de hoofdrol, maar dat is zo goed als onmogelijk. Er zijn nog nooit dieren gevonden die aangevallen zijn door een zeemonster zo groot als een megalodon en er zijn nooit tanden gevonden die minder dan 3,6 miljoen jaar oud zijn.

Warmbloedig ten onder
Onderzoekers uit Californië hebben vele gefossiliseerde tanden bestudeerd van deze haai, het grootste roofdier dat ooit op aarde rondzwom. Er worden ook regelmatig fossiele tanden gevonden van de megalodon, de rest van het kraakbeenskelet is meestal vergaan. Uit isotopenanalyse van het tandglazuur blijkt nu dat hij een lichaamstemperatuur had die rond de 7 graden hoger was dan het water om hem heen. Dit is een stuk warmer dan andere haaien die in hetzelfde tijdperk en dezelfde wateren leefden als de megalodon en genoeg om hem te categoriseren als warmbloedig. Het lijkt er sterk op dat de hoeveelheid energie die de gigantische haai nodig had om zijn lichaamstemperatuur op peil te houden een belangrijke reden is geweest waarom hij uitstierf.

Maar dat is niet de enige belangrijke conclusie van de Amerikanen: dat de megalodon om die reden uitstierf kan ook iets vertellen over de impact van de huidige klimaatverandering op het voortbestaan van vele moderne soorten. “Het bestuderen van de redenen voor het uitsterven van een enorm succesvolle roofvis als de megalodon kan ons inzicht geven in de kwetsbaarheden van grote mariene roofdieren in de hedendaagse oceanen. Zij hebben, net als de megalodon miljoenen jaren geleden, te maken met de vernietigende effecten van klimaatverandering”, zegt hoofdonderzoeker Robert Agle van de UCLA.

Elk voordeel heeft z’n nadeel
Megalodons behoren tot de makreelhaaien, waar ook de moderne alopia’s en de witte haai – ook wel mensenhaai genoemd en tegenwoordig de grootste roofvis ter wereld – toe behoren. Waar de meeste vissen koudbloedig zijn, met een lichaamstemperatuur gelijk aan het water om hen heen, zijn makreelhaaien in staat om hun lichaam in meer of mindere mate op te warmen. Dit doen ze door mesothermie (het gehele lichaam verwarmen) of regionale endothermie (delen van hun lichaam verwarmen). Deze hitte wordt in de spieren van de haaien opgewekt. De megalodon was hierin een kei, blijkt uit analyse van zijn tandglazuur. Hij blijkt via mesothermie zijn belangrijkste organen flink te hebben opgewarmd, wat maakte dat hij in koudere zeeën kon zoeken naar prooien en effectiever kon jagen. De keerzijde van de medaille was een grotere energiebehoefte en dus grotere afhankelijkheid van de beschikbaarheid van grote prooidieren.

De rechtertand is van de megalodon, de linker van een gewone witte haai. Foto: Harry Maisch/Florida Gulf Coast University

 

“Tanden worden gevormd in levend weefsel. Met onze isotopenanalyse is het mogelijk om de temperatuur van het kaakweefsel in te schatten op het moment dat het tandglazuur ontstond in de bek van de megalodon. Hierdoor weten we wat de lichaamstemperatuur van de prehistorische haai ongeveer was toen hij miljoenen jaren geleden zijn rondjes maakte in de oceaan. Je kunt de isotopische compositie zien als een soort thermometer, die zelfs na al die jaren nog uitsluitsel geeft. De meeste prehistorische en moderne haaien zijn niet in staat om hun lichaamstemperatuur significant hoger te krijgen dan het water om hen heen, maar de megalodon wel”, legt onderzoeker Randy Flores uit.

Te koud
Het team herhaalde de metingen talloze keren en analyseerde fossiel tandglazuur van het archaïsche zeemonster, dat gevonden is op vijf verschillende plekken, overal ter wereld. Elke keer stuitten de wetenschappers op dezelfde uitkomsten: de megalodon blijkt uitzonderlijk goed in het opwarmen van zijn lichaam, vergeleken met andere makreelhaaien. Alleen had hij de pech in het Plioceen te leven – een periode die 5,33 miljoen jaar geleden begon en 2,58 miljoen jaar geleden eindigde – waarin het klimaat steeds verder afkoelde. Het gigantische zeemonster kon zich niet aanpassen aan de ecologische veranderingen en stierf uit.

“Het werd op den duur onmogelijk voor de megalodon om genoeg voedsel binnen te krijgen en het energieniveau te behouden dat nodig was om zijn lichaam voldoende te blijven verwarmen. Er waren simpelweg te weinig grote prooidieren over in de oceanen vanwege de veranderde balans in de ecosystemen. Ook heeft hij waarschijnlijk moeten concurreren met succesvolle nieuwkomers, zoals de witte haai”, besluit Flores.

Bronmateriaal

"Megalodon was no cold-blooded killer" - Proceedings of the National Academy of Sciences
Afbeelding bovenaan dit artikel: Alex Boersma/PNAS

Fout gevonden?

Voor jou geselecteerd