De grond waarop de Maya’s leefden en hun machtige bouwwerken achterlieten, blijkt zwaar vervuild. En dat is ons niet aan te rekenen; de Maya’s deden het zelf.

Dat schrijven onderzoekers in het blad Frontiers in Environmental Science. Voor hun studie bogen ze zich over eerdere onderzoeken waarin naast archeologische ontdekkingen ook aandacht werd besteed aan de kwikconcentratie die in de bodem waarin of -op deze ontdekkingen waren gedaan, was aangetroffen. En een analyse van al die studies schetst een vrij eenduidig beeld. “Op vrijwel elke oude Maya-plek waar wetenschappers naar kwik hebben gezocht, hebben ze het ook gevonden,” zo vertelt onderzoeker Timothy Beach aan Scientias.nl. “Door de oude Maya’s bewoonde plekken met verhoogde kwikconcentraties zijn in een enorm gebied aangetroffen; van de noordelijke punt van Yucatan tot El Salvador.”

Archeologische vondsten
En hoewel we kwikvervuiling vandaag de dag vooral aantreffen in stedelijke en industriële gebieden, zijn de verhoogde concentraties die archeologen in de bodem waarop de oude Maya’s leefden, onze industriële samenleving niet aan te rekenen. Het waren de Maya’s zelf die de bodem met het giftige kwik verrijkten. “De ontdekking van kwik, diep begraven in de bodem onder oude Mayasteden is lastig te verklaren,” stelt Beach. “Tot je de archeologische vondsten in het gebied in ogenschouw neemt; die vertellen ons dat de Maya’s kwik eeuwen op rij gebruikten.”

Cinnaber
Zo hebben archeologen op verschillende plekken – waaronder ook in de beroemde stad Teotihucan – vaten teruggevonden die gevuld waren met vloeibaar kwik. En elders in het voormalige Mayarijk zijn objecten teruggevonden die beschilderd zijn met kwikhoudende verf, die voornamelijk bestond uit het mineraal cinnaber. Op basis van die vondsten concluderen Beach en collega’s nu dat de oude Maya’s voor decoratieve doeleinden veelvuldig gebruik maakten van kwikhoudende verven en poeders. “Voor de Maya’s konden objecten ‘chu’ulel’ of ‘zielskracht’ – dat zich in bloed bevond – herbergen,” legt onderzoeker Nicholas Dunning uit. “Het vuurrode pigment van cinnaber was dan ook een kostbare en heilige substantie, maar wat zij niet wisten was dat het ook dodelijk was. En het is nog altijd in de grond en sedimenten rond oude Maya-gebieden te vinden.”

Dat de (bestanddelen van de) kwikhoudende verf uiteindelijk in de bodem eindigden, heeft twee redenen, zo legt Beach aan Scientias.nl uit. “Heel fijne fragmenten cinnaber (de helderrode kwikrijke erts die de Maya’s in verf gebruikten) vielen mogelijk al op de grond en in het water terwijl de Maya’s ermee bezig waren.” Daarnaast konden pigmenten die wél op de te versieren oppervlakken eindigden op een later tijdstip alsnog in het milieu terechtkomen. “In sommige gevallen werd cinnaber bijvoorbeeld gebruikt om heel belangrijke gebouwen – zoals tempels en paleizen – mee te versieren. Door de tijd heen vergingen die decoratieve elementen en spoelden zo het nabije milieu in. In Tikal werden hoge concentraties kwik bijvoorbeeld ontdekt in sedimenten in reservoirs direct onder het met monumentale gebouwen gevulde stadshart.”

Wijdverspreid
Het onderzoek van Beach en collega’s laat zoals gezegd zien dat kwikvervuiling een wijdverspreid fenomeen moet zijn geweest in het Mayarijk. De mate waarin de Maya’s hun bodem vervuilden, verschilt daarbij wel sterk van plaats tot plaats. Zo ligt de kwikconcentratie in Actuncan (een oude Mayastad in Belize) rond de 0,016 ppm, maar zijn in Tikal (één van de grootste Mayasteden uit de klassieke periode) ook wel kwikconcentraties gemeten van 17,16 ppm. Even voor jouw beeldvorming: kwik wordt gezien als giftig als het in sedimenten een concentratie heeft die boven de 1 ppm uitstijgt. En op sommige plekken in het Maya-rijk is de bodem dus zo sterk vervuild dat archeologen er tot op de dag van vandaag – zonder voorzorgsmaatregelen – een behoorlijk gezondheidsrisico lopen.

Gezondheidseffecten
Met die hoge kwikconcentraties in gedachten is bijna niet voor te stellen dat de Maya’s geen gevolgen ondervonden van de door hen veroorzaakte hoge kwikconcentraties. Hard bewijs dat ze er echt gezondheidsproblemen door ontwikkelden, is er echter niet. Alhoewel er wat dat betreft wel enigszins argwanend gekeken wordt naar Dark Sun; één van de laatste ons bekende, heersers in Tikal. Van deze heerser zijn twee afbeeldingen bewaard gebleven en één daarvan laat zien dat de man nogal overgewicht had. “Eén verklaring voor zijn obesitas is kwikvergiftiging,” vertelt Beach. “Maar andere verklaringen zijn zeker ook mogelijk.” Er is echter maar één manier om vast te stellen of kwik de boosdoener was: de resten van Dark Sun onderzoeken. Maar hoewel er wel vermoedens zijn omtrent zijn laatste rustplaats, zijn hier nog geen opgravingen geweest. “En voor zover ik weet zijn daar ook geen plannen voor.” Dat gezegd hebbende, zijn er wel voorzichtige aanwijzingen dat de Maya’s het kwik (onbewust) ook in hun lichamen opnamen. “Kwik is aangetroffen in de botten of tanden van verschillende individuen die opgegraven zijn in Palenque. Maar op dit moment worden resten van oude Maya’s gewoon weinig getest op dit element. We hopen dat er in de toekomst meer van dit soort tests gaan plaatsvinden.”

De verwachting is daarbij wel dat er op basis van de tests ook een duidelijk onderscheid zal kunnen worden gemaakt tussen de elite en de ‘gewone’ man. Omdat met name de paleizen en tempels in het hart van de stad met rode pigmenten versierd werden, werd de elite (die daar zetelde) naar verwachting meer aan kwik blootgesteld. “We zien dat kwikconcentraties in reservoirs die verder verwijderd waren van het centrum en waarin geen water afkomstig van tempels en piramides stroomde, heel laag liggen. Het waren waarschijnlijk dan ook de leiders en hun huishoudens die het vervuilde water dronken, terwijl de huishoudens uit de lagere klasse dat niet deden.”