Koeien zijn beruchte producenten van het broeikasgas methaan. Maar met voeraanpassingen, gericht fokken en verbeterde mestopslag kan die uitstoot fors omlaag.

De Nederlandse melkkoe is een omstreden dier. Wanneer ze namelijk boert, scheten laat en poept, ontstaat er methaan, een krachtig broeikasgas dat bijdraagt aan de opwarming van de aarde. In onze strijd tegen klimaatverandering zou de methaanuitstoot van de koe dan ook flink omlaag moeten. Maar kan dat wel? En hoe dan? Theun Vellinga, een Wageningse wetenschapper gespecialiseerd in veehouderijonderzoek, is optimistisch. Volgens hem zijn er enkele knoppen waar we aan kunnen draaien om de methaanuitstoot van de koe te verminderen. “We kunnen de klimaatimpact van de Nederlandse melkkoe zelfs halveren,” zegt hij in een interview met Scientias.nl.

Methaan-uitstoot van melk
Wereldwijd komt bij de productie van een kilo melk 2400 gram aan CO2-equivalenten (een maat waarmee broeikasgassen zoals lachgas en methaan kunnen worden vergeleken met kooldioxide) vrij. Dankzij efficiëntere productiemethodes ligt dat getal in Nederland een stuk lager: 1150 gram CO2-equivalenten. Toch is dat nog teveel. Willen we aan de klimaatafspraken voldoen, dan moet die uitstoot verder omlaag, met zo’n 30 tot 50 procent in de komende periode tot 2030. Dat kunnen we makkelijk halen, denkt Vellinga. Als we maar aan de juiste knoppen draaien.

(1) Voer
De eerste knop waaraan we kunnen draaien, heeft te maken met het dieet van de koe, zo legt Vellinga uit. Op het basismenu staat gras. Bij de omzetting van gras in de pens ontstaat het broeikasgas methaan. Maar, er bestaan mogelijkheden om deze methaanproductie te remmen. “Er is door collega’s veel onderzoek gedaan naar manieren om de methaanvorming te drukken en daar zijn drie veelbelovende middelen uit voortgekomen,” vertelt Vellinga. “Nitraat, plantaardige olie en het voeradditief 3NOP.” Met name laatstgenoemde is veelbelovend. Want hoewel er aan de toevoeging van nitraat en plantaardige olie enkele nadelen kleven, blijkt methaanremmer 3NOP bijzonder effectief zónder haken en ogen. “Met dit middel kunnen we een methaanreductie van 30 procent bereiken,” aldus Vellinga. “Bovendien hoef je maar kleine hoeveelheden te voeren, slechts enkele grammen per dag. Uit analyses is verder gebleken dat er geen resten van het middel in de melk terecht komen. Kortom, we verwachten geen negatieve effecten. Het is echt een mooie oplossing.”

Wat boeren dan nog tegenhoudt? “Het middel is niet gratis,” benadrukt Vellinga. “Daar zit momenteel de bottleneck. Het verhoogt de kostprijs van de melk met ongeveer één cent per liter. Dat lijkt niet veel, maar voor een bedrijf dat één miljoen kilogram melk produceert, komt dat neer op 10.000 euro per jaar. En wie gaat dat betalen?”

Hogere kostprijs
Volgens Vellinga zit hier de crux. “Toen autofabrikanten verplicht werden hun wagens met een katalysator uit te rusten, konden ze de prijs doorberekenen aan de klant,” legt hij uit. “Boeren kunnen niet zomaar de kostprijs van de melk verhogen. Dan halen supermarkten de melk wel ergens anders. Dit is het lastige in de landbouw. De kosten van de productie kunnen momenteel nog niet verhaald worden op het product. De boer heeft in feite geen marktmacht, die ligt bij de grote voedselverwerkers en de retail.” Hoewel hier mogelijk een rol voor de overheid is weggelegd, nemen momenteel ook al internationale voedselbedrijven hun verantwoordelijkheid. Een goede beweging, vindt Vellinga. “Enkele grote ketens steken al geld in projecten om de uitstoot van broeikasgassen in de veehouderij te verlagen. Ze gooien het probleem niet over de heg bij de boer, maar kijken mee hoe ze er samen voor kunnen zorgen dat hun producten een kleinere ecologische voetafdruk krijgen.”

(2) Genetica
Een tweede veelbelovende knop waaraan gedraaid kan worden, is ‘genetica’. Hoe dat werkt? “Je kunt koeien fokken die minder methaan produceren,” zegt Vellinga. “Uit onderzoek is gebleken dat de hoeveelheid geproduceerde methaan per koe varieert. Het gaat hierbij om kleine verschillen, maar de methaanproductie kan op deze manier wel met een kwart tot driekwart procent per jaar omlaag. Als je dus jaren achtereen gericht fokt, verwachten mijn collega’s dat je uiteindelijk een methaanreductie van vijf tot vijftien procent kunt bereiken.”

Lange adem
Dit is echter een verhaal van de lange adem. “Als je een koe de methaanremmer 3NOP gaat voeren, heb je bij wijze van spreken morgen al effect. Als je echter geschikte stieren gaat selecteren en gericht gaat fokken, spreek je over een proces dat 30 tot 35 jaar in beslag neemt voordat je een methaanreductie van vijftien procent hebt behaald.” Volgens Vellinga is dit overigens geen reden om het dan maar te laten zitten. Het moet uiteindelijk een combinatie van beide worden, denkt hij. “Bovendien is gericht fokken goedkoop: er zitten weinig kosten aan verbonden.”

(3) Mest
Tenslotte kun je aan de mest sleutelen. “De mest en urine komen nu nog in de mestkelder onder de stal bij elkaar,” vertelt Vellinga. “Hierbij ontstaat methaan. We zijn nu aan het kijken hoe we die mest versneld kunnen afvoeren en afgesloten kunnen opslaan buiten de stal. In dit geval moet de mest dus eigenlijk zo snel mogelijk van de vloer worden gehaald en naar de gesloten opslag worden gebracht. Vervolgens kan daar op verschillende manieren voorkomen worden dat het in de atmosfeer terechtkomt. Zo kun je de methaanuitstoot van de mest fors verlagen, denk aan een reductie van 80 tot 90 procent.”

Renovatie stal
Ook dit is echter een langetermijnoplossing. “Het vergt een grote renovatie van de stal. En een boer die vorig jaar nog zijn stal heeft verbouwd, gaat dat niet nu nog eens fijntjes overdoen. Stallen zijn vaak pas na 25 tot 30 jaar afgeschreven. De nieuwe stal is overigens niet eens veel kostbaarder. Wel zitten er kosten verbonden aan de installaties die voorkomen dat methaan in de atmosfeer terechtkomt. Een belangrijke voorwaarde is wel dat deze aanpassingen pas kunnen worden doorgevoerd nadat de huidige stal aan zijn einde is. En dus is ook deze oplossing er één van de lange adem.”

Methaan: een krachtig broeikasgas
Methaan wordt gezien als één van de belangrijkste broeikasgassen. Hoewel het gas in mindere mate op aarde aanwezig is, is het wel veel krachtiger dan CO2; als broeikasgas is het effect uitgesmeerd over een tijdspanne van 100 jaar zelfs 28 keer zo sterk. Daarnaast is methaan vluchtiger, wat betekent dat het een kortere levensduur heeft dan koolstofdioxide. Na negen jaar is ongeveer de helft van de in de atmosfeer gepompte methaan over. De concentratie vermindert jaar na jaar, totdat er na zestig jaar bijna niets meer in de atmosfeer te vinden is. CO2 kan daarentegen eeuwen blijven bestaan. De hoeveelheid methaan in de lucht is sinds 1750 ongeveer verzesvoudigd. Daarom hebben kleinere hoeveelheden al een groot effect op de atmosferische temperatuur. Het meeste methaan op aarde wordt geproduceerd door micro-organismen die organisch materiaal in methaan omzetten in zuurstofarme gebieden. Denk bijvoorbeeld aan moerasland of landbouwgrond zoals op rijstvelden. Ook de pens van de koe is zo’n zuurstofloze situatie waarin methaan ontstaat. De rest komt bij fossiele brandstoffen zoals aardgas vandaan.

Methaanreductie
Welke oplossing uiteindelijk voor de meeste methaanreductie zorgt? “Door de uitstoot van de pens te verlagen,” antwoordt Vellinga resoluut. “Als je kijkt naar de totale methaanemissie op melkveebedrijven komt 80 procent uit de pens en 20 procent van de mest.” Volgens de onderzoeker zou er dus eerst goed naar het dieet van koeien en het fokprogramma gekeken moeten worden. Overigens benadrukt Vellinga dat in de zoektocht naar manieren om de koe klimaatvriendelijker te maken, de focus niet volledig op methaanreductie moet liggen. “Natuurlijk is dat belangrijk, maar je wilt niet een oplossing implementeren die aan de ene kant wel de methaanuitstoot van de koe verlaagt, maar anderzijds juist zorgt voor meer CO2- of ammoniakemissies. Dan heb je alsnog niets opgelost. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk om methaan uit stallen te zuigen. Maar de apparatuur die je daarvoor nodig hebt zijn grote energieslurpers. Je stoot dan veel CO2 uit om wat methaan af te vangen. We zijn dus echt op zoek gegaan naar maatregelen die op andere plaatsen geen negatieve effecten hebben. Het moet op alle vlakken goed werken – of in ieder geval niet tegenwerken.”

Klimaatvriendelijke koe
Al met al bewijst Vellinga dat het wel degelijk mogelijk is om de ‘vervuilende’ koe op een verantwoorde manier een stuk klimaatvriendelijker te maken. Alleen heeft elke oplossing ook weer zijn eigen uitdagingen. Toch is de onderzoeker van mening dat we op deze manier de klimaatimpact van de koe kunnen halveren. “Het is echt haalbaar,” zegt hij. “Enerzijds omdat het technisch kan. Maar ook omdat er steeds meer partijen zijn die hieraan willen meewerken. Momenteel werken we samen met twee zuivelbedrijven, waarvan de één over vijf jaar en de ander in 2030 de uitstoot van de melk gehalveerd wil hebben. Uiteindelijk willen we dit opschalen naar alle melkveebedrijven in heel Nederland. Maar dit is wel een proces dat tijd kost, want met al deze aanpassingen vraag je nogal wat van een veehouder. Toch zien we dat veel boeren gemotiveerd zijn. Uiteindelijk moeten we toch iets aan de emissies doen. Maar hoe? En kunnen ze nog wel hun bedrijf voortzetten? Dat zijn de zorgen die ze dragen.”

Vellinga verkondigt echter een positieve boodschap. En die luidt dat de klimaatvriendelijke koe geen mythisch wezen, maar juist het tegenovergestelde is: een realiseerbaar dier dat mogelijk al binnenkort op de Nederlandse graslanden graast. “Het kan, alleen moeten we er wel iets voor doen,” onderstreept hij. “Het gaat niet vanzelf. Sommige oplossingen kosten geld en andere technieken zijn pas kort geleden ontwikkeld. Daar zullen we wat mee moeten.” Toch ziet de toekomst er volgens Vellinga rooskleurig uit. Want volgens hem is de klimaatvriendelijke koe nog vóór 2050 in Nederland inheems.