Niet echt, zo stellen Nederlandse geneeskundestudenten. Ze pleiten er dan ook voor om klimaatwetenschap een plekje te geven in hun curriculum.

De tijd dat alleen klimaatonderzoekers zich zorgen maakten over het klimaat, ligt achter ons. Onheilspellende berichten klinken inmiddels ook vanuit andere vakgebieden, zoals de medische wereld. Zo luidden meer dan 200 medische tijdschriften vorige maand nog de noodklok door samen te waarschuwen voor ‘catastrofale gezondheidsschade’ ten gevolge van klimaatverandering en daarmee nauw samenhangende problemen zoals milieu- en luchtvervuiling en biodiversiteitsverlies.

Van gynaecologie tot immunologie
Het zijn misschien heel abstracte problemen, maar in de spreekkamer van de arts komen ze al heel concreet tot uitdrukking, zo vertelt Amber Ten Buuren, vierdejaars geneeskundestudent aan de Universiteit Utrecht (UU) en lid van de CO2-assistent, een organisatie die er onder andere voor pleit om duurzaamheid en klimaatverandering in de geneeskundeopleiding te implementeren. “Eigenlijk zijn de gevolgen van klimaatverandering, vervuiling en biodiversiteitsverlies al in elk medisch vakgebied zichtbaar. Zo zien we door luchtvervuiling binnen de gynaecologie meer vroeggeboortes optreden en leidt hetzelfde probleem binnen de geriatrie tot een toename van dementie.” Longartsen hebben ondertussen hun handen vol aan patiënten met tevens door luchtvervuiling ingegeven longziekten, zoals astma en COPD. “En immunologen zien door hogere temperaturen bijvoorbeeld meer patiënten met langer aanhoudende hooikoortsklachten.”

De gezichten achter de CO2-assistent: geneeskundestudenten uit Groningen, Amsterdam en Utrecht.

Virussen
En ook de biodiversiteitscrisis is voor artsen geen ver-van-hun-bed-show, zo stelt Jopke Janmaat, zesdejaars geneeskundestudent aan de UU en oprichter van de CO2-assistent. Want waar ecosystemen vernietigd worden, komt de water- en voedselzekerheid op het spel te staan en kan de interactie tussen wilde dieren en mensen nieuwe ziekteverwekkers introduceren. “Biodiversiteitsverlies kan leiden tot meer ziekte (bijvoorbeeld door ondervoeding, red.), andere vormen van ziekten of de opkomst van nieuwe virussen.” Van dat laatste zijn we anderhalf jaar geleden allemaal getuige geweest. “Het is geen toekomstig probleem,” onderstreept Janmaat. “Het is een probleem van nu en het wordt alleen maar erger.”

Veroorzaker
En artsen worden niet alleen met de gevolgen van biodiversiteitsverlies, klimaatverandering en vervuiling geconfronteerd, ze dragen er ook aan bij. “In Nederland komt bijvoorbeeld zo’n 7 procent van de CO2-uitstoot voor rekening van de medische zorg,” vertelt Janmaat. Het is te herleiden naar het energiegebruik van ziekenhuizen, praktijken en verzorgingstehuizen. “Maar bijvoorbeeld ook naar het transport van patiënten en werknemers.” Ondertussen draagt het gebruik van genees- en beschermingsmiddelen bij aan milieuvervuiling. “De intensive care van het Erasmus MC inventariseerde onlangs dat er elke dag zo’n 108 paar handschoenen en 8 incontinentiematjes per patiënt worden gebruikt. Dat resulteert in een enorme hoeveelheid plastic afval, waarbij die incontinentiematjes ook nog eens heel lastig te recyclen zijn. Hoewel er kwalitatief hoogwaardige zorg wordt geleverd, komt dit met een (vervuilende) prijs. Het is een toxische cirkel. Wij willen ervoor zorgen dat de kwaliteit van de zorg gewaarborgd blijft en tegelijkertijd dat deze niet schadelijk is voor het milieu.”

Verandering
Genoeg reden om ervoor te zorgen dat toekomstige artsen zich van die cirkel bewust worden en zich gaan inzetten om die te doorbreken. Maar dat gebeurt dus niet. “Er is binnen de opleiding geneeskunde schrikbarend weinig systematische aandacht voor het klimaat- en milieuprobleem. En dat geldt niet alleen voor Nederland, maar dat is eigenlijk wereldwijd het geval.” En dat moet anders, zo vinden de geneeskundestudenten die zich binnen de CO2-assistent hebben verzameld. “Studenten moeten zich zo snel mogelijk bewust worden van de rol die ze als artsen in het klimaatprobleem spelen,” stelt Ten Buuren.

Preventie
Maar wat moet er dan concreet veranderen in de opleiding geneeskunde? “Er moet meer aandacht komen voor ziektebeelden die door klimaatverandering veroorzaakt worden,” vindt Ten Buuren. “Maar bijvoorbeeld ook voor een duurzamere zorg.” Want dat het duurzamer kan, staat vast. “Nu is het meestal zo dat je bij een arts komt als je ziek bent, maar de focus moet veel meer op preventie komen te liggen.” Want als ziekten of gezondheidsproblemen voorkomen kunnen worden, hoeven ze ook niet behandeld te worden. Zo kan de impact die de medische zorg op het klimaat en milieu heeft, worden verkleind en dat levert voor iedereen gezondheidswinst op. Daarnaast is een gezond dieet vaak duurzamer en levert meer bewegen door bijvoorbeeld de fiets te pakken in plaats van de auto ook dubbele winst op. Bovendien is voorkomen ook goedkoper dan genezen. Win-win-win-win dus.

Duurzame keuzes
Natuurlijk kunnen niet alle aandoeningen voorkomen worden, maar ook waar wel behandeling noodzakelijk is, kunnen er duurzamere keuzes worden gemaakt. “Bijvoorbeeld door vaker voor een e-consult te kiezen of meerdere afspraken die één patiënt bij verschillende artsen heeft, zoveel mogelijk op één dag te plannen.” Maar ook in de keuze van genees- en beschermingsmiddelen is nog winst te maken. “Bedenk eens wat een verschil het zou maken als we gebruik gaan maken van bioafbreekbare handschoenen of incontinentiematjes die wél gemakkelijk te recyclen zijn. Of als we bij de afweging tussen twee puffers die allebei net zo effectief zijn, kiezen voor de puffer die het minst belastend is voor het milieu?”

Maar dergelijke afwegingen kun je alleen maken als je je bewust bent van de klimaat- en milieuproblematiek en de rol die de medische sector daarin speelt. En daarom moeten geneeskundestudenten daarin onderwezen worden, zo vinden ze bij de CO2-assistent. En hun pleidooi vindt gehoor. “Er is momentum,” stelt Janmaat. “De Universiteit Utrecht is bijvoorbeeld heel welwillend en bekroonde ‘De CO2-assistent’ vorige maand nog met een studentenprijs voor ‘Bijzondere Bestuurlijke en Maatschappelijke verdiensten’.” Maar of ook het curriculum wordt opengebroken, is afwachten. “Wij zijn heel optimistisch,” vertelt Ten Buuren. “Tijden de coronacrisis hebben we gezien dat er voor een urgent probleem in korte tijd veel geld kan worden vrijgemaakt en ook bergen verzet kunnen worden.” Nu is het tijd om datzelfde te doen voor die andere urgente problemen. “De klimaatcrisis is een gezondheidscrisis.” Janmaat sluit zich daarbij aan. “Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie is dit het grootste probleem van de komende eeuw en dreigt daardoor de gezondheidswinst die in de afgelopen tientallen jaren behaald is, teniet te worden gedaan.” Dat zou zonde zijn. En dus blijven de studenten zich inzetten voor verandering. “En wij niet alleen; er zijn veel meer werkgroepen die zich hiermee bezighouden, zoals Zorg voor Klimaat, Med-Zer0, de Duurzame Verpleegkundige en Groene Zorg Alliantie. En natuurlijk is het lastig om verandering te bewerkstelligen.” Maar de studenten laten zich daardoor niet uit het veld slaan. “Als je in onmogelijkheden gaat denken, verval je in passiviteit, terwijl dit juist de generatie zou moeten zijn die het verschil gaat maken.”