Het lijkt wel elke zomer raak: hittegolven teisteren Zuid-Europa, de Middellandse Zee is warmer dan ooit en er branden gebieden af zo groot als complete Nederlandse provincies. Dat wordt de komende tijd alleen maar erger, toont nieuw onderzoek aan.
Waren de Spaanse costa’s vroeger een paradijs voor vakantiegangers, nu zie je een trek naar koelere regio’s rond de Pyreneeën of zelfs nog noordelijker. Zuid-Spanje is simpelweg te heet. Dat zal ook niet snel veranderen, want de hittegolven zijn bepaald geen toeval meer.
Een internationale onderzoeksgroep onder leiding van Sonia Seneviratne, hoogleraar aan de ETH Zürich, analyseerde meer dan 200 zware hittegolven die tussen 2000 en 2023 wereldwijd plaatsvonden. De resultaten, gepubliceerd in Nature, laten zien dat de kans op zulke extreme periodes door menselijke invloed op het klimaat enorm is toegenomen.
Hittegolven 200 keer waarschijnlijker
De onderzoekers bekeken om precies te zijn 213 hittegolven die door overheden of media als ‘ernstig’ zijn bestempeld, bijvoorbeeld vanwege het aantal slachtoffers, grote economische schade of oproepen om internationale hulp. Uit de berekeningen blijkt dat de kans op dit soort gebeurtenissen tussen 2000 en 2009 al twintig keer groter was dan in de periode 1850-1900. Tussen 2010 en 2019 schoot dat cijfer omhoog: de kans was in die periode maar liefst 200 keer groter. “Klimaatverandering heeft elke onderzochte hittegolf waarschijnlijker en intenser gemaakt”, zegt onderzoeker Yann Quilcaille. En de trend zet door: sinds 2020 zijn de omstandigheden alleen maar verslechterd.
Opvallend genoeg zijn Afrika en Zuid-Amerika ondervertegenwoordigd in het onderzoek. Niet omdat er minder hittegolven zijn, maar omdat er simpelweg te weinig betrouwbare data zijn uit die regio’s.
De rol van de carbon majors
Nieuw aan deze studie is dat de onderzoekers niet alleen naar landen of consumenten keken, maar specifiek naar de grote producenten van fossiele brandstoffen en cement. Deze groep van 180 bedrijven, ook wel de carbon majors genoemd, is verantwoordelijk voor zo’n 60 procent van alle CO2-uitstoot sinds 1850.
Door klimaatmodellen te ontwikkelen waarbij de uitstoot van afzonderlijke bedrijven werd uitgesloten, konden de onderzoekers berekenen hoeveel ieder bedrijf bijdroeg aan de wereldwijde temperatuurstijging en dus indirect aan de intensiteit van elke hittegolf. Het resultaat: veertien van de grootste spelers, waaronder Saudi Aramco, Gazprom en ExxonMobil, hebben samen net zoveel schade veroorzaakt als de overige 166 bedrijven bij elkaar.
“Ongeveer de helft van de verandering in de gemiddelde oppervlaktetemperatuur op aarde in 2023 kan worden verklaard door de uitstoot van deze grote bedrijven”, aldus Quilcaille. Maar zelfs de kleinste van de onderzochte bedrijven, het Russische Elgaugol, blijkt genoeg CO2 te hebben uitgestoten om bij te dragen aan zestien hittegolven die zonder klimaatverandering vrijwel onmogelijk waren.
Verantwoordelijkheid
Uiteindelijk zouden die bedrijven echter geen olie produceren als mensen er geen behoefte aan hebben. Dus waarom ligt de focus op bedrijven en niet op mensen die auto rijden, vliegen of hun huis verwarmen? Quilcaille: “Eerdere studies keken vooral naar landen of bevolkingsgroepen. Wij wilden specifiek de verantwoordelijkheid van grote uitstoters zichtbaar maken. Deze bedrijven wisten al sinds de jaren 80 dat fossiele brandstoffen tot opwarming leiden, maar bleven hun activiteiten verdedigen via desinformatie en intensieve lobby.”
Volgens de onderzoekers dragen we allemaal bij aan klimaatverandering, maar hebben de carbon majors een extra verantwoordelijkheid. Hun keuzes hebben de energietransitie vertraagd en bovendien geleid tot miljoenen extra slachtoffers en miljarden aan economische schade.
Juridische gevolgen
De resultaten kunnen verstrekkende gevolgen hebben. Ze bieden namelijk een wetenschappelijke basis om schadeclaims neer te leggen bij de grootste vervuilers. Het principe ‘de vervuiler betaalt’ kan in de toekomst ook op hittegolven toegepast worden. Landen of regio’s die zwaar getroffen zijn door hitte, mislukte oogsten of bosbranden, kunnen dan (deels) gecompenseerd worden door de bedrijven die volgens dit onderzoek aantoonbaar hebben bijgedragen.
Quilcaille benadrukt dat dit pas een begin is. “We weten nu dat de link tussen bedrijven en hittegolven hard te maken is. De volgende stap is om hetzelfde te doen voor extreme regenval, droogte en natuurbranden.”
Wat maakt deze studie zo belangrijk
Het onderzoek levert voor het eerst een systematisch overzicht van hoe tientallen jaren uitstoot door specifieke bedrijven zich vertaalt naar concrete klimaatrampen. Daarmee vult het een belangrijke kennislacune: tot nu toe werden extreme weersomstandigheden vaak afzonderlijk bekeken, zonder de rol van individuele actoren te kwantificeren. Dat maakt deze studie uniek en waardevol voor wetenschappers en beleidsmakers die worstelen met de vraag wie er verantwoordelijk is voor de klimaatcrisis?


