De Iran-oorlog is de perfecte kans om van fossiele brandstoffen af te stappen, maar we verkwanselen het

De oorlog in Iran heeft een van de belangrijkste olieregio’s en handelsroutes ter wereld lamgelegd. Tegelijk rijzen de gasprijzen de pan uit. Toch is dit volgens politicoloog Paasha Mahdavi geen ramp. Hij ziet in het conflict juist een kans om eindelijk definitief af te rekenen met olie, gas en kolen.

Elke oliecrisis sinds het embargo van 1973 tot en met de inval in Oekraïne in 2022 bood in theorie een kans om over te stappen op duurzame energie. Telkens weer lieten we die kans liggen. Mahdavi, werkzaam aan de University of California is er echter van overtuigd dat het deze keer anders loopt.

“Deze schok komt op een moment dat de wereld er anders uitziet”, legt hij uit. “We zijn nu veel minder economisch afhankelijk van fossiele brandstoffen. We kunnen onze economieën laten groeien met minder vaten olie en minder ladingen kolen per dollar aan bruto binnenlands product (bbp). Daar komt bij dat zonne- en windenergie goedkoper en makkelijker op te schalen zijn en dat duurzame energie ons op de lange termijn onafhankelijk maakt.” En dat is precies de reden waarom de olieprijs niet is geëxplodeerd tot 200 dollar per vat. Ook al stromen er al een half jaar lang 12 tot 15 miljoen vaten per dag minder door de Straat van Hormuz, zo’n 11 tot 14 procent van het wereldwijde verbruik.

Overheden trekken juist de portemonnee voor olie

Toch wordt deze unieke kans actief gesaboteerd, schrijft Mahdavi deze week in Science. Bijna de helft van alle regeringen wereldwijd zetten noodmaatregelen in om fossiele brandstoffen goedkoper te maken voor hun burgers. Dit gebeurt met tijdelijke belastingvrijstellingen op brandstof of uitbreiding van bestaande subsidies op benzine, diesel en kerosine. “Dat maakt fossiele brandstoffen kunstmatig goedkoper en dat maakt de overstap naar duurzame energie een stuk lastiger”, aldus de politicoloog.

En dat is funest. “Brandstofsubsidies zijn de slechtst denkbare vorm van energiebeleid. Ze putten overheidsbudgetten uit om de meest vervuilende energiebron te stimuleren. En ondertussen ontmoedigt het investeringen in duurzame energie.” Tien jaar onderzoek heeft ons geleerd dat zulke subsidies bijna onmogelijk terug te draaien zijn zodra ze eenmaal zijn ingevoerd. “Overheden besteden geld dat ze ook aan volksgezondheid, onderwijs of de groene economie hadden kunnen uitgeven en ze doen dat op een manier die nog jarenlang zal doorwerken.”

Waarom de prijs aan de pomp zoveel losmaakt

Volgens Mahdavi is de brandstofprijs geen gewoon getal, maar iets dat diep in het collectieve bewustzijn zit geworteld. “Er is geen enkel ander product op de markt waarvan de prijs zo zichtbaar en alomtegenwoordig is als benzine. Het staat, samen met basisbehoeften als melk en brood, in het rijtje van de weinige producten die vrijwel iedereen ter wereld in een of andere vorm gebruikt. Maar zelfs de prijzen van melk en brood hangen niet overal in het land op grote lichtgevende borden langs de weg”, merkt hij fijntjes op. “Ik rijd al bijna tien jaar elektrisch, maar op weg naar de universiteit kom ik nog steeds langs tankstations met knalrode neonprijzen.”

Benzine- en dieselprijzen werken door in de prijs van vrijwel alle producten, omdat ze de kosten van transport en verzending bepalen. “Daarom ziet het publiek brandstofprijzen als een van de graadmeters voor inflatie en de kosten van levensonderhoud. En als de prijzen stijgen, wijst men naar de politiek, zeker in landen waar ze kunstmatig laag zijn gehouden. Dat leidt tot protesten en in sommige gevallen zelfs tot chaos en revolutie.”

Wat wél werkt

Volgens Mahdavi ligt de oplossing niet in subsidies of belastingvrijstellingen, maar in structurele investeringen. “De beste manier om hoge energieprijzen aan te pakken is niet via fossiele subsidies, maar via diepgaande en langdurige investeringen in duurzame energie, openbaar vervoer en stads- en plattelandsplanning.” Denk hierbij aan nieuwe fietspaden, laadnetwerken voor elektrische auto’s en nieuwe intercitytreinen. Maar ook aan directe noodmaatregelen, zoals financiële steun voor huishoudens met een laag inkomen en subsidies op het openbaar vervoer.

“We zien dit nu al op verschillende plekken gebeuren als reactie op de oorlog in Iran. Let maar eens op de ontwikkelingen in landen als Pakistan, Indonesië, Egypte en de Filipijnen”, vertelt hij. “Als de vraag naar fossiele brandstoffen lager is, kunnen overheden hun brandstofsubsidies veel makkelijker afschaffen zonder politieke tegenreactie te riskeren.”

Een speelveld dat allang niet meer eerlijk is

Tot slot wil Mahdavi één misverstand uit de wereld helpen: het idee dat duurzame energie oneerlijk wordt bevoordeeld door de politiek. “De meeste mensen beseffen niet hoe scheef het speelveld voor fossiele brandstoffen eigenlijk is en dat deze situatie al decennialang bestaat. Het bedrag dat overheden wereldwijd uitgeven om fossiel verbruik te subsidiëren is duizelingwekkend: in 2022 bereikte dat volgens het IMF een recordbedrag van 1 biljoen dollar.”

“Dus tegen iedereen die zegt dat duurzame energie alleen maar kan bestaan door bergen subsidies en zich maar eens moet bewijzen op de vrije markt, zeg ik: over welke vrije markt hebben we het dan eigenlijk?”

Wil je niets van Scientias missen? Voeg Scientias toe als voorkeursbron op Google dan zie je al onze verhalen!

Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

Bronmateriaal

"The worst energy policy in the world" - Science
Afbeelding bovenaan dit artikel: Erik Mclean / Pexels

Fout gevonden?

Voor jou geselecteerd