Nu de energieprijzen de pan uitstijgen, kiezen veel mensen ervoor de houtkachel weer te omarmen. Lekker goedkoop. Maar is het ook gezond?

Sommige mensen zweren erbij – of gaan dat weer doen, nu de energieprijzen schrikbarend snel zijn opgelopen: de houtkachel. En het heeft natuurlijk ook wel iets, zo’n knapperend vuurtje en de behaaglijke warmte die het verspreidt. Maar niet zelden leidt deze manier van verwarmen ook buiten de deur tot verhitte toestanden, doordat buren of omwonenden klagen over de houtrook. Ze vinden het stinken of worden er zelfs kortademig van. Het roept de vraag op of de door de stijgend energieprijzen aangewakkerde voorliefde voor de houtkachel eigenlijk wel zo gezond is.

Onderzoek
En het toeval wil dat Nederlandse onderzoekers dat recent uitgebreid hebben bestudeerd. Hun bevindingen verschenen eind maart, ruim een maand nadat Rusland Oekraïne binnenviel. Inmiddels zijn we een half jaar en twee seizoenen verder. De winter dient zich aan. Velen breken zich het hoofd over de vraag hoe ze hun huis nog enigszins betaalbaar kunnen verwarmen en sommigen flirten daarbij voorzichtig met het idee de houtkachel (weer) te ontsteken. Het maakt de onderzoeksvraag ‘leidt houtrook tot gezondheidsklachten’ actueler dan ooit. En dus belden we Fleur Froeling, verbonden aan de Universiteit Utrecht en één van de wetenschappers die hier eind vorig jaar en begin van dit jaar uitvoerig onderzoek naar deden, om samen met haar terug te blikken op de studie en de resultaten.

Gezondheidsklachten
Die resultaten laten overigens zo op het eerste gezicht weinig aan de verbeelding over. Want ja, houtrook leidt tot gezondheidsklachten, zo schrijven de wetenschappers. Het inademen van de houtrook leidt daarbij vooral tot kortademigheid in rust en extra medicijngebruik.

Burgerwetenschappers
Die conclusie volgde op een uitgebreide studie, waarin naast de Universiteit Utrecht, het RIVM, GGD Amsterdam en TNO ook een sleutelrol was weggelegd voor burgerwetenschappers. “Burgerwetenschappers zijn werkelijk bij alle fasen van het onderzoek betrokken geweest,” zo vertelt Froeling hierover. Zo waren de vragen die burgers online en tijdens speciaal daartoe georganiseerde bijeenkomsten stelden, leidend voor het onderzoek van Froeling en collega’s. Daarnaast mochten de burgeronderzoekers ook een aantal locaties voorstellen waar houtrook veelvuldig voorkomt en die dus geschikt konden zijn voor het onderzoek naar de gezondheidseffecten van houtrook. “Op een doodnormale dinsdagavond zijn we vervolgens op een aantal van die locaties gaan kijken of er ook echt houtrook te vinden was,” stelt Froeling. “Daarna hebben we gekeken of we op de plekken waar dat het geval was ook burgerwetenschappers konden vinden die hun eigen gezondheidsgegevens wilden verzamelen en wilden noteren wanneer ze houtrook waarnamen.” Dat lukte in IJburg (Amsterdam), Bergen, Zutphen en De Meern (Utrecht). Op die plaatsen werd vervolgens ook meetapparatuur geïnstalleerd om de blootstelling aan houtrook objectief vast te kunnen stellen.

Levoglucosan
Dat laatste klinkt overigens een stuk eenvoudiger dan het is. “Houtrook is heel moeilijk te onderzoeken,” vertelt Froeling. “Houtrook bestaat uit wel 200 componenten, maar de exacte samenstelling wisselt afhankelijk van de wijze waarop men stookt. Zo komt er – om een voorbeeldje te geven – bij een volledige verbranding veel minder roet vrij dan wanneer het hout niet volledig verbrandt. Je moet daarom tussen die 200 componenten op zoek naar een component die altijd vrijkomt.” De onderzoekers vonden die in levoglucosan. “Het nadeel van deze component is echter dat je heel dure apparatuur nodig hebt om deze te meten en dat deze apparatuur alleen informatie op lage tijdresolutie geeft. Zo is het niet mogelijk om te meten hoeveel levoglucosan er per seconde of uur vrijkomt, maar kunnen we alleen een daggemiddelde vaststellen.”

Resultaten
De notities van burgeronderzoekers en metingen op deze vier locaties wezen vervolgens dus uit dat houtrook echt tot gezondheidsklachten kan leiden. “We hebben de deelnemers gedurende drie maanden gevolgd,” vertelt Froeling. “En ons vervolgens gefocust op de dagen met de 25 procent hoogste en 25 procent laagste blootstelling aan houtrook. Daarmee richtten we ons heel bewust op dagen met een relatief hoge en relatief lage blootstelling, omdat die vaker voorkomen dan dagen waarop de blootstelling piekt. En wat we zagen, was dat blootstelling aan houtrook inderdaad tot gezondheidsklachten leidt. Het gaat dan voornamelijk om kortademigheid in rust. Ook noteerden burgeronderzoekers op dagen waarop ze aan meer houtrook werden blootgesteld extra medicatiegebruik voor luchtwegklachten.” En die kortademigheid en extra behoefte aan medicatie overviel niet alleen mensen met bestaande luchtwegklachten, zoals astma, maar ook gezonde mensen, zo benadrukt Froeling. “Zo zien we dat gezonde mensen op dagen met een hogere blootstelling aan houtrook sneller grijpen naar medicatie zoals een neusspray of middel tegen keelpijn.” Zodra de houtrook verdween, verdwenen ook de klachten, zo stellen de onderzoekers. Eenduidig bewijs dat houtrook de longfunctie aantast, konden zij niet vinden. Ook werd er geen bewijs gevonden dat houtrook tot stress – iets wat op zichzelf ook weer voor lichamelijke en psychische problemen kan zorgen – leidt.

De onderzoekers hebben ook een kijkje genomen bij burgeronderzoekers thuis en ook bij mensen die zelf een houtkachel in gebruik hadden. Onderzoek wijst uit dat laatstgenoemden in hun eigen huizen aan aanzienlijke hoeveelheden houtrook worden blootgesteld. “Het grote verschil is echter dat deze mensen daar zelf voor kiezen en hun buren niet,” merkt Froeling op. Daarnaast bleek uit deze metingen ook weer dat de ene houtkacheleigenaar de andere niet is. “De blootstelling bleek sterk afhankelijk van het soort kachel, het soort hout dat mensen brandden en hoe ze dat deden.”

Klachten op buurtniveau
Wat daarnaast ook heel interessant is, is dat de onderzoekers moeten vaststellen dat houtrook niet alleen gezondheidsklachten oplevert voor de directe buren van een stoker. “We moesten tijdens het ontwerp van de studie al concluderen dat we niet in staat zouden zijn om individuele bronnen van houtrook te meten,” vertelt Froeling. “En we dachten dat dat een zwaktepunt zou zijn. Maar achteraf bleek het juist een sterk punt te zijn, omdat we de gezondheidsklachten ook op buurtniveau zagen ontstaan. Het betekent dat houtrook niet alleen een individueel probleem is dat tussen twee buren speelt, maar ook op buurtniveau tot klachten leidt en dus ook – wanneer je hier maatregelen tegen wilt treffen – gezamenlijk moet worden aangepakt.”

Een probleem?
Het brengt ons bij die ene hamvraag: is houtrook een probleem? Voor de gezondheid van mensen dus duidelijk wel. En het is goed om ons daarvan bewust te zijn, stelt Froeling. “Wij hebben dit onderzoek uitgevoerd in een relatief warme winter. Wat deze winter gaat doen, is afwachten, maar als veel meer mensen de houtkachel gaan gebruiken, mag je aannemen dat de klachten ook erger worden. En dat is wel iets wat je in gedachten moet houden als je overweegt de houtkachel (weer) te gaan gebruiken; voor een aantal mensen zal dat serieuze gezondheidsklachten met zich meebrengen.” Of herhaalde tijdelijke verergering van luchtwegklachten op de lange termijn tot schade kan leiden, weten we nog niet. Op basis van de samenstelling van houtrook (fijn stof en ultrafijn stof) is dit wel te verwachten. “Naar de effecten op lange termijn moeten we nog meer onderzoek doen. Zo moet bijvoorbeeld nog worden uitgezocht of blootstelling aan houtrook op termijn zou kunnen leiden tot COPD of astma. Daarnaast zijn er ook wel zorgen over de effecten die houtrook heeft op kinderen. Hun longen zijn nog in ontwikkeling en kleiner en daarom is het mogelijk dat zij heftigere gezondheidsklachten ontwikkelen. Zeker weten we dat echter niet, omdat aan onze studie enkel volwassenen deelnamen.”

Hoewel er dus nog genoeg vragen omtrent houtrook overblijven, is duidelijk dat het met het oog op de gezondheid ongewenst is dat er meer hout verbrand wordt. Ook is tijdens het onderzoek wel gebleken dat veel mensen zich zorgen maken over het gebruik van de houtkachel, zo ontdekte Froeling tijdens haar gesprekken met de burgeronderzoekers. Die zorgen gaan niet alleen over de eigen gezondheid en die van hun kinderen, maar bijvoorbeeld ook over het effect dat houtkachels hebben op het milieu. En uit die bezorgdheid komt dan ook vaak de roep voort om houtkachels dan maar te verbieden. Als wetenschapper gaat Froeling daar natuurlijk niet over. “Maar ik denk dat alle maatregelen die we in die richting nemen tot gezondheidswinst kunnen leiden.”